World Economic Forum: ‘Nederland moet sterker inzetten op life-long learning’

0

Door achterblijvende investeringen in opleiding en bijscholing blijft circa 18% van het menselijk kapitaal in Nederland onbenut. Dat blijkt uit het Human Capital Report 2016, dat prof hen volberdahet World Economic Forum (WEF) vandaag heeft vrijgegeven.

In dat rapport worden 130 landen gerankt op basis van de kennis, vaardigheden en capaciteiten van de beroepsbevolking. De Human Capital Index geeft aan hoe landen hun menselijk kapitaal weten te benutten en ontwikkelen. INSCOPE Research for Innovation van de Rotterdam School of Management (Erasmus Universiteit), met prof. dr. Henk Volberda als projectleider, verzamelde de data voor Nederland.

Mondiaal gezien blijft 35% van het menselijk kapitaal onbenut. Oorzaken: een gebrek aan leren en werkgelegenheid en de slechte afstemming tussen de huidige onderwijssystemen en de noodzakelijke vaardigheden voor de toekomstige arbeidsmarkt. Ook wordt er naar verhouding te weinig in de oudere leeftijdsgroepen geïnvesteerd. Vandaag is 13% van de wereldwijde beroepsbevolking zelfstandige, 4% is werkloos, 7% heeft een baan onder zijn/haar niveau en 20% neemt niet deel aan de arbeidsmarkt.

De top 3 in de ranking van het Human Capital Report blijft onveranderd, met Finland nog steeds op nummer 1 en Noorwegen en Zwitserland respectievelijk op nummer 2 en 3. Nederland behoudt haar achtste positie op de ranglijst. Dit impliceert volgens Volberda dat ‘circa 18% van het menselijk kapitaal in Nederland onvoldoende wordt benut’. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijssysteem voor zowel lager, middelbaar en hoger onderwijs behoort tot de top-10 en het percentage hoogwaardige kenniswerkers is hoog (positie 9). Daarentegen stelt Volberda dat ‘de benodigde diversiteit in de vaardigheden van pas afgestudeerden ontoereikend is gezien de verwachte exponentiele groei van nieuwe beroepsprofielen en vaardigheden (positie 51)’. Hoewel de Nederlandse bevolking goed scoort in de jongere leeftijdscategorieën, kent Nederland echter vanaf 55 jaar een lage arbeidsdeelname (positie 54) en hoge werkloosheid (positie 90).

Life-long learning

Met oog op vierde industriële revolutie zijn investeringen in ‘life-long learning’ noodzakelijk, stelt het WEF. Volberda: ‘De focus ligt in Nederland nu teveel op de jongere generatie en formele leertrajecten van kennisinstellingen en universiteiten. De Human Capital Index toont aan dat er een ongelijke ontwikkeling en benutting van het menselijk kapitaal van de verschillende leeftijdsgroepen bestaat. Het menselijk kapitaal van de leeftijdsgroep 15-24 wordt in Nederland gemiddeld voor 83.7% benut, terwijl het menselijk kapitaal van de leeftijdsgroep 25-54 slechts voor 77.48% wordt benut’. Volberda beargumenteert dat ‘investeringen in menselijk kapitaal voornamelijk zijn gericht op de jongere leeftijdsgroepen, waarbij ongeveer 58% van het nationale talent genegeerd wordt. Voor vergrijzende economieën zoals de Nederlandse economie wordt ‘life-long learning’ steeds belangrijker om competitief te kunnen blijven.’ Om in te kunnen spelen op de vierde industriële revolutie waarin disruptieve technologieën zoals Internet of Things, Robotica, Big Data en 3D printing steeds meer worden toegepast in bedrijfsprocessen, pleit Volberda dan ook voor meer investeringen in de oudere leeftijdsgroepen; denk aan bijscholing, leren tijdens het werk, digitaal leren en gaming. Ook zullen gevestigde kennisinstellingen zeer meer moeten richten op training en opleidingsmodules voor oudere medewerkers.

STEM-functies

Het World Economic Forum’s Future of the Jobs report heeft becijferd dat 60% van de kinderen die nu aan de basisschool beginnen functies zullen vervullen die nu nog niet bestaan. Dit betekent dat technologische vaardigheden steeds belangrijker worden en dat er grote vraag zal zijn naar bepaalde banen. De verwachting is dat met name de vraag naar STEM-functies (science, technology, engineering en mathematics) sterk zal

groeien. De Human Capital Index 2016 laat volgens Volberda duidelijk zien dat een groot deel van de afgestudeerden op het gebied van STEM-onderwerpen worden opgeleid door een klein aantal landen, voornamelijk China en India. Sommige landen (o.a. Australië, Chili en de Arabische Emiraten) weten deze STEM-talenten aan te trekken en andere landen (o.a. Griekenland, Canada en Finland) zien die vertrekken. Volberda stelt daarom dat landen niet alleen moeten investeren in onderwijs zodat kennismedewerkers up-to-date blijven qua kennis en vaardigheden, maar dat zij ook moeten zorgdragen voor voldoende hoogwaardige arbeidsplaatsen zodat kennis ook daadwerkelijk benut kan worden.

Skills diversity

Aangezien de economieën van vandaag steeds meer kennis georiënteerd, technologie gedreven en mondiaal worden – en aangezien we niet weten hoe de banen van de toekomst eruit zullen zien – is er een groeiend besef dat landen een divers en breed repertoire van vaardigheden tot hun beschikking moeten hebben. Deze diversiteit aan vaardigheden moet volgens Volberda in Nederland niet alleen verkregen worden door formeel onderwijs, maar ook door learning-on-the job en nieuwe digitale platformen voor leren. Nederland scoort 51ste op de Human Capital Index op het gebied van skills diversity. Om competitief te kunnen blijven stelt Volberda dat ‘het noodzakelijk is dat Nederland haar diversiteit van vaardigheden vergroot.’” De combinatie van de bevindingen van de Human Capital Index op het gebied van diversiteit van vaardigheden aangeleerd via formele onderwijstrajecten (Universitaire opleidingen) en de bevindingen van LinkedIn op het gebied van de diversiteit van informele vaardigheden verkregen op de arbeidsmarkt (vaardigheden verkregen op het werk) bevestigt deze ongelijke focus. Nederland scoort gemiddeld op beide aspecten en zal dus zeker vooruitgang moeten boeken op diversiteit van vaardigheden. Om competitief te kunnen blijven is het noodzakelijk dat Nederland haar diversiteit van vaardigheden door universitaire opleidingen als zowel door informeel leren tijdens het werk aanzienlijk vergroot. 

Arbeidsmarkt mobieler

Digitale disrupties, samen met demografische en sociaal-economische drijfveren van verandering, zorgen voor veranderingen in de werkgelegenheid. Opkomende digitale talent platformen geven de mogelijkheid aan potentiële werknemers om via deze digitale omgeving in contact te komen met werkgevers. Hierdoor is de arbeidsmarkt mobieler dan ooit en wordt het gemakkelijker om tekorten in functies in bepaalde landen aan te vullen met overschotten in andere landen. Volgens professor Volberda kan ‘talent beter gespot worden en wordt de arbeidsmarkt steeds mobieler, meer competitief en niet meer aan een land gebonden.’

Door de opkomende digitale arbeidsmarkten is het cohort ‘own-account work’ ofwel zelfstandigen, vergelijkbaar met ZZP-werk in Nederland, gaan groeien. Onderzoekers verwachten dat het zogenaamde gig-personeelsbestand, mensen die tijdelijk werk hebben gevonden via digitale platformen, sterk zal groeien de komende tijd. De verwachting is zelfs dat tegen 2020 40% van de Amerikaanse werknemers werk zal vinden via digitale platformen. Ook in China is deze trend zichtbaar.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.