‘Wees data-gedreven, niet data-overdreven’

0

In de cloud of niet in de cloud, dat is voor veel Nederlandse ondernemingen de kwestie. Maar met welke data dan, en welke juist niet? Hoe? En wat moet je met al die gegevens? Siemens-directeur Gert Bravenboer over ‘de grote hype van de digitalisering’ en zijn antwoord daarop: edge computing. Drie machinebouwers reageren.

Digitalisering heeft talloze voordelen voor de industrie, maar stelt bedrijven tegelijkertijd voor de uitdaging enorme datavolumes te verwerken. Edge computing, al dan niet in combinatie met cloud-oplossingen, kan uitkomst bieden. Foto: Siemens

• ‘Het gaat om de toegevoegde waarde; als je er niets mee kunt, zijn die data waardeloos.’
• ‘Niet-relevante data kunnen net zo goed lokaal blijven.’
• ‘Klanten doen en laten alles voor de veiligheid.’
• ‘Als klanten het niet willen, moeten ze er niet aan beginnen.’

Siemens en klanten over de zin en onzin van cloud computing

Dit verhaal gaat over het plaatsen van data in de cloud en over edge computing, waarbij alleen de relevante machinedata naar de cloud gaan. En over de hobbels die machinebouwers in Nederland moeten nemen als het gaat om digitalisering binnen de organisatie en het aan te bieden portfolio. Maar laten we het eerst hebben over ‘de heilige graal’, de hype van de digitalisering: het buzzword data. Dat komt zo: Gert Bravenboer, managing director van Siemens Digital Industries – en één van de hoofdrolspelers in dit verhaal – ergert zich al een tijdje aan de hype die veel automatiseerders en consultants maken van het verzamelen en gebruiken van data door bedrijven. Ze slaan door, meent hij, en roept daarom hartstochtelijk op tot ‘een beetje nuchterheid’.

‘Klanten moeten erin geloven dat de data in goede handen zijn, want dat is zo.’

‘Veel van de spelers op de markt presenteren het verzamelen en gebruiken van data als harde noodzaak. Ik heb sterk het gevoel dat ze daarin doorslaan, mede omdat ze er zelf geld aan verdienen. Het gaat in mijn optiek om de toegevoegde waarde van de verzamelde gegevens. Aan de hand van beschikbare data kun je bij wijze van spreken een verband leggen tussen de consumptiegraad van mozzarella en de temperatuur van de oceaan in de Bermudadriehoek. Maar wat heb je daar als bedrijf aan? Helemaal niets natuurlijk. Het gaat dus om de toegevoegde waarde. Wat leveren data op? Hoe kunnen data de continuïteit en concurrentiepositie van het bedrijf versterken?’

Focus houden
Siemens presenteert zich al enkele jaren als een technologiepartner met een ‘datadriven mindset’. Geen wonder dat Bravenboer vooral toekomst ziet voor ‘datagedreven bedrijven, niet voor data-overdreven bedrijven’. ‘Hou als bedrijf focus. Op welke vraag geven de beschikbare data je eigenlijk een antwoord? Als je er niets mee kunt, zijn die data waardeloos. Ik ben ervan overtuigd dat er altijd mensen nodig zijn om de data te vertalen naar toegevoegde waarde voor het bedrijf.’
Bravenboer komt met een voorbeeld van een baggeraar, die de data van zijn schepen verzamelt en analyseert. ‘Uitsluitend en alleen om de schepen effectiever te laten functioneren. De data van de verschillende schepen worden gecombineerd, zodat hij weet wanneer welk schip in de planning kan worden meegenomen. Maar ook wanneer een schip niet kan uitvaren vanwege verwacht slecht weer, en wat daarvan de gevolgen zijn voor de andere schepen. Zo kan hij adequaat anticiperen op alle ontwikkelingen. De data maken het mogelijk goede beslissingen te nemen, bieden na analyse de juiste oplossingen.’

Edge computing
Door naar nut en noodzaak van de cloud. Waar laat je de data die je als machinebouwer verzamelt met je machines, al dan niet verspreid over verschillende vestigingen? Alles in de cloud? Of juist niet, maar liever op een lokale computer? Veel automatiseerders zien het meeste heil in volledige opslag in de cloud, waar de informatie in beginsel altijd en overal voor medewerker, toeleverancier en klant beschikbaar is. Bravenboer heeft daar zijn twijfels bij. Dat heeft alles te maken met zijn weerzin tegen de genoemde data-hype. ‘We moeten het niet groter maken dan het is. Is het zinvol om data van een lokale machine in de cloud te zetten? Dan moet je dat vooral doen. Maar niet-relevante data kunnen net zo goed lokaal blijven.’

Digitalisering heeft talloze voordelen voor de industrie, maar stelt bedrijven tegelijkertijd voor de uitdaging enorme datavolumes te verwerken. Edge computing, al dan niet in combinatie met cloud-oplossingen, kan uitkomst bieden. Foto: Siemens

‘Wij willen met edge computing de klant concurrerender maken, zo simpel is het’

Siemens heeft daar een product voor ontwikkeld: edge computing. Oftewel: de data blijven lokaal, tenzij de gegevens ook van belang zijn voor de rest van de onderneming – dan gaan ze naar de cloud. Bravenboer: ‘Met de juiste data kun je machines efficiënter, en dus goedkoper, besturen. Met één machine op één plek hoef je je gegevens niet te delen, waarom zou je? Maar als je zeg acht machines hebt van verschillende leveranciers op meerdere plekken, dan ligt het voor de hand dat je de data van die machines deelt en vergelijkt. Dan wordt een cloud natuurlijk interessant, omdat je, al dan niet op afstand, veel makkelijker het geheel kunt managen en beheren. Je kunt zien waar en wanneer onderhoud nodig is, hoe efficiënt de machines zijn – ook in vergelijking tot elkaar – en wat je moet doen om het geheel beter op elkaar af te stemmen.’

Ondernemer bepaalt
Alleen de relevante data naar de cloud dus. Maar wie bepaalt welke data relevant zijn en welke niet? Heel eenvoudig, zegt Bravenboer: uitsluitend de eigenaar van die data, de ondernemer. Want Siemens levert weliswaar edge computing, met lokale en cloud-opslag, maar de machinebouwer blijft de eigenaar van zijn eigen data. ‘De ondernemer bepaalt. Punt. Want hij is degene die belang heeft bij het gebruik van die data, wij niet. En hij kan vervolgens ook bepalen wie er allemaal bij de data kunnen. Welke medewerkers, toeleveranciers, klanten? Wij willen met edge computing de klant concurrerender maken, zo simpel is het wat mij betreft. Anders dan verschillende van onze concurrenten verdienen wij ook niet aan de datatikken. Hoeveel gigabytes er in de cloud staan, is ons om het even.’
Naar welke cloud de gegevens uiteindelijk gaan, maakt hem ook niet uit. Die mogen natuurlijk – en wat hem betreft het liefst – naar Mindsphere, de cloud-oplossing van Siemens, maar gerust ook naar de cloud van één van de andere aanbieders. ‘Ook hiervoor geldt: de klant bepaalt waar hij zijn gegevens wil hebben. Wij bieden hem de mogelijkheden.’ Dat betekent wel dat veel operationele data van machines en automatiseerders van Siemens’ concurrenten op servers van Siemens kunnen komen te staan, en andersom. Ziet Bravenboer daar geen gevaar? Nee, zegt hij met grote stelligheid. ‘We zijn realist genoeg om te zien dat klanten ook andere machines en andere automatiseerders nodig kunnen hebben en gebruiken. Dat is voor ons geen enkel probleem. Daarover maken we met de klant goede afspraken: wie waar bij welke data mag en hoe we die opslaan. Natuurlijk werken we het liefst met onze producten en diensten. Maar als de klant ook andere machines en toepassingen gebruikt, vinden wij dat prima.’

Ruimte voor leren
Vindt Bravenboer dat er bij de machinebouwers in Nederland voldoende digitale knowhow aanwezig is? Weten de ondernemers wat de mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld van het werken in de cloud, en hoe ze daar op kunnen inspelen? ‘Over het algemeen wel’, zegt hij. ‘Al verschilt dat vanzelfsprekend per sector. In de automotive is meer digitale kennis aanwezig dan bijvoorbeeld bij ketelbouwers. Maar ik denk dat iedereen inmiddels wel de noodzaak van digitalisering inziet. De winstmarges worden kleiner, en digitalisering kan helpen met besparingen en zelfs bij het aanboren van nieuwe markten.’
Wel is het belangrijk, meent Bravenboer, dat bedrijven bijblijven met hun digitale kennis. Want de ontwikkelingen gaan razendsnel en als ondernemer ben je zo achterop geraakt. Bijblijven betekent: het (technisch) personeel opleidingen en trainingen bieden om voldoende state-of-the-art kennis op te doen. ‘Daar moet je je mensen de ruimte voor geven. Laat ze experimenteren met nieuwe toepassingen. En vind het niet erg als ze daarbij eens op hun gezicht gaan. Dat hoort er allemaal bij en levert het meeste op.’

JBT BottleTec Extrusion Blow Molder

Over de schutting
Hoe valt Bravenboers verhaal bij de doelgroep, machinebouwend Nederland? Goed, zo blijkt. Neem Menno Koppen van JBT Food & Dairy, voorheen Stork, dat machines maakt voor het verpakken van vloeibare voedselproducten. Het bedrijf maakt gebruik van de cloud en wil nu ook de slag maken naar iets als edge computing. ‘We zitten nog in de leerfase’, zegt de controls engineer product development. ‘We zijn al wel bezig met lokale data verzamelen, maar nog niet met het real-time analyseren ervan en niet op cloudniveau. We bekijken wel wat we uit de data kunnen halen en wat we ermee kunnen.’ Koppen is er een voorstander van data waar mogelijk lokaal te gebruiken. ‘Dan ben je niet afhankelijk van de cloud. Bovendien is het veiliger. En als je de data niet meer nodig hebt, kunnen ze gewoon weg. Dat scheelt weer opslag.’
Koppen merkt dat het moeilijk is om de machines, zodra ze bij de klant geplaatst zijn, toegankelijk te krijgen. Het zijn veelal corporate klanten, die ‘het systeem helemaal dichtgetimmerd hebben’, zoals hij het omschrijft. ‘Met allemaal verschillende inloginstructies, zodat we de machinedata moeilijk kunnen uitlezen. Het is niet eens een kwestie van privacy-angst bij de onze klanten; het is meer de manier waarop ze hun it-omgeving hebben ingericht die het ingewikkeld maakt. Iedereen ziet de meerwaarde van het verzamelen en analyseren van de data, maar het kost moeite om de systemen daarop in te richten.’
Koppen zou graag zien dat machinebouwers meer digitale knowhow in huis hebben. Voor zijn eigen bedrijf geldt dat er vooral mechanici werken. Goede vaklui, maar niet per se met de meeste kennis van digitalisering. ‘Daarnaast speelt dat we allemaal maar een beetje van elkaar begrijpen. Er worden dingen over de spreekwoordelijke schutting gegooid in de hoop dat de volgende afdeling het probleem oplost. Ik denk dat er veel meer multidisciplinair gedacht moet gaan worden. Dan kun je als bedrijf beter en eerder de juiste beslissingen nemen. Nu is het toch vaak maar één persoon die van de hoed en de rand weet als het om digitalisering gaat. En dan ga je achterlopen en lijd je tijdverlies. Je moet je gehele potentieel gebruiken.’

Iedereen meekrijgen
Ook Willem Boudestijn van Barth Industrial Automation, onderdeel van de Barth Groep in ’s Gravendeel, ziet de voordelen van edge computing. Het bedrijf is er nog niet mee bezig, maar is dat wel van plan, zegt de hardware engineer. ‘Het verzamelen en analyseren van data levert veel nuttige informatie op.’ Maar, zegt hij, het hangt wel sterk af van de klant. Er zijn verschillende klanten met oudere machines en vrij simpele productielijnen, waar het minder van toepassing is. ‘Die moeten gewoon draaien en produceren. Data verzamelen speelt daar duidelijk minder een rol.’
Wat volgens Boudestijn intern van belang is: alle medewerkers meekrijgen. ‘Ik ben enthousiast over zaken als digitalisering en data verzamelen en data-analyse. Zaak is dat enthousiasme over te brengen op je collega’s, ook op de oudere garde die alles altijd op dezelfde manier heeft gedaan.’
Juist die oudere garde weet niet altijd wat er qua digitalisering op de markt is en wat de mogelijkheden zijn. Het is volgens Boudestijn belangrijk de knowhow zo snel mogelijk op peil te krijgen en te houden. ‘Wat daarbij lastig is, is dat de klanten niet vragen om de nieuwste snufjes of technologieën. We moeten er dus zelf mee komen. Maar dan moeten we wel weten dat die bestaan en wat je ermee kunt. Dat wordt onze uitdaging.’

Huiverige klanten
Ten slotte John Thelen, productmanager bij VDL Automated Vehicles, onderdeel van VDL Groep. Zijn bedrijf ontwikkelt en bouwt geautomatiseerde voertuigen, onder andere voor havens. Data in de cloud? Thelen bekijkt het tweeledig. ‘Enerzijds merk ik dat onze klanten er huiverig voor zijn. Ze willen het liefst geen digitale verbinding met de buitenwereld. Ze zijn bang voor hackers. Wat als iemand een voertuig hackt en daarmee zelf gaat rondrijden? Anderzijds zie ik wel degelijk de kansen en voordelen van je data in de cloud hebben. Het biedt kansen, bijvoorbeeld bij onderhoud en troubleshooting. Je kunt makkelijk op afstand in het systeem kijken wat er aan de hand is en de problemen oplossen.’

VDL Automated Vehicles respecteert de huiverigheid van de klant, zegt Thelen, en is daarom nog niet bezig met in de cloud werken voor die klanten. ‘Het is weliswaar een waardevolle oplossing, maar bij onze klanten draait het om zeer kritische installaties. Ze doen en laten alles voor de veiligheid. In de testfase van een voertuig gebruiken we de cloud wel, maar zodra het voertuig echt gaat rijden gaat die cloudfunctie eraf.’
Naar de toekomst kijkend voorziet Thelen dat het werken met data in de cloud zich in zijn industrie verder zal ontwikkelen. Maar snel zal het niet gaan, denkt hij. ‘Het zal echt nog wel een tijd duren voor onze klanten het helemaal vertrouwen. Daar nemen we dan ook gewoon de tijd voor. We bespreken het met ze en laten alle opties en voordelen zien.’

Geloof
Is dat het nuchtere verstand waar Gert Bravenboer het eerder over had? ‘Als klanten het niet willen, moeten ze er niet aan beginnen’, zegt de Siemens-directeur. ‘De klanten moeten de meerwaarde zien van data verzamelen, delen en gebruiken. Ze moeten erin geloven. Ook dat de data in goede handen zijn, want dat is zo. Als ze er nog niet in geloven, moeten we harder werken om de voordelen duidelijk te maken. Want dat die er zijn, daar ben ik echt heilig van overtuigd.’

 Gert Bravenboer is per 1 maart de nieuwe ceo geworden van Alewijnse.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.