VSE en Festo brengen samen het Siemens-Festo transportsysteem MCS op de markt

0

VSE en Festo slaan de handen ineen om het vermarkten in Nederland van het flexibele transportsysteem MCS, dat Siemens- én Festo-technologie omvat, op een adequate wijze te ondersteunen. Dat partnership is medio maart bekrachtigd tussen beide partijen. Het eerste project in Nederland is inmiddels onderweg.

‘In Nederland moet de klant één aanspreekpunt hebben’

In 2016 ontving Festo in Delft de eerste signalen dat het moederbedrijf op basis van innovatieve technologie van Siemens werkte aan de ontwikkeling van een flexibel intralogistiek systeem: het Multi-Carrier-System (MCS). En dat was ‘best bijzonder’, vertelt Jurgen Bastiaansen, manager Innovation Unit van Festo. Dit deels vanwege de technologie: het modulair opgebouwde systeem omvat de lineaire servomotoren, railsystemen en andere mechanica van Festo en de Simotion-technologie voor motion control van Siemens. Bijzonder was daarnaast ook het feit dat twee grote Duitse partijen – complementair maar ook rechtstreeks concurrerend – de handen ineen hadden geslagen. Bastiaansen: ‘Met deze samenwerking konden we een systeem ontwikkelen dat zich onderscheidt in de markt, juist door gebruik te maken van de sterktes van Siemens en Festo.’

Het Multi-Carrier-System. Foto: Festo

 Modulaire opbouw

Dat onderscheidende, vervolgt Bastiaansen, zit ’m vooral in de flexibiliteit dankzij de modulaire, ‘decentraal intelligente’ opbouw. Bastiaansen wijst naar de verticale, ovale rails op een foto van het MCS, geprojecteerd op een groot scherm. ‘Hier bovenin, waar deze karretjes – de zogeheten carriers – staan opgesteld, is de rails intelligent. Hier kunnen de lineaire motoren in die rails elke carrier afzonderlijk bewegen. Bijvoorbeeld om ze te groeperen, als de producten erop in één keer opgepakt en in een doos moeten. Of om een carrier een extra stop te laten maken, omdat het product erop een extra bewerking moet ondergaan. Dit systeem past dan ook typisch in een omgeving voor Industrie 4.0, waarin naast series ook gepersonaliseerde producten in een batchgrootte van één geproduceerd worden.’

‘Dit systeem past typisch in een omgeving voor Industrie 4.0’

Transportsystemen van de concurrent kunnen dat ook, weet Bastiaansen. ‘Maar de rails in die systemen zijn overal intelligent, hebben overal servomotoren en sensoren. Dat is zelden nodig, wat ze dus vaak overgedimensioneerd en te duur maakt.’

 Wie programmeert?

Het gesprek vindt plaats in Schoonhoven, in het splinternieuwe gebouw van VSE. Dat bedrijf is een system integrator. Het is door Siemens gecertificeerd als ‘Siemens Motion Control Specialist’ en heeft met Festo de handen ineengeslagen om projecten waar het MCS toepasbaar is samen tot een goed eind te brengen. Daarbij is VSE, vanwege zijn Simotion-specialisme, verantwoordelijk voor de levering en programmering van de Simotion-besturing en het integreren, testen, installeren, in bedrijf stellen en onderhouden. Bastiaansen: ‘Toen het in Nederland de eerste keer tot een concrete opdracht kwam, was duidelijk dat wij de mechanica deden en Siemens de motion control. Maar wie ging de besturing programmeren en de integratie doen? Internationaal werd het MCS gescheiden geoffreerd, Siemens voor zijn deel, wij voor ons deel. Dat wilden we in Nederland niet. De klant moet één aanspreekpunt hebben. Zowel VSE als Festo zet de klant centraal, dus de keuze voor een samenwerking was niet moeilijk.’

 Hoofdaannemer

Sinds half maart hebben Festo en VSE hun samenwerking geformaliseerd, waarbij Siemens wordt gerepresenteerd door VSE. Wie van een opdracht de hoofdaannemer wordt hangt niet alleen af van wie de opdracht verwerft, maar ook van wat de klant wil, zegt Radboud Van Dusseldorp, commercial technical manager bij VSE. ‘Een opdracht kan bij ons binnenkomen, maar als blijkt dat de klant heel veel ervaring heeft met Festo, dan neemt Festo de opdracht aan. Wij zijn echter in alle gevallen de systeem integrator. Ja, sommige machinebouwers doen die integratie het liefst zoveel mogelijk zelf. Maar de ervaring leert dat ook dan onze begeleiding nodig is om het systeem goed in te regelen.’

 Grenzen stellen

Voor bijvoorbeeld het etiketteren, vullen, sluiten of verpakken van massaproducten, waarbij een transportsysteem in één gelijkmatig tempo urenlang kan doordraaien, heeft de klant geen MCS nodig. Maar blijkt dat de klant een toenemend aantal verschillende producten voert die in steeds kleinere series verwerkt moeten worden, dan komt het systeem wél in beeld. ‘In dat geval zoeken wij elkaar op om allereerst scherp te krijgen of de mechanica die wij kunnen leveren past bij de specificaties van de klant’, aldus Bastiaansen. ‘We innoveren onze motoren en dergelijke steeds verder door. Maar we moeten wel onder- en bovengrenzen stellen aan de massa’s van de producten die over het systeem heengaan, de snelheden waarmee dat gebeurt en de versnellingen die nodig zijn. Kan onze mechanica die specificaties aan, dan gaan wij met VSE aan de slag met de verdere uitwerking.’

 Proof of concept

Vervolgens kan er eerst een proof of concept gebouwd worden. Daartoe staat in het Experience Center bij Festo in Delft een MCS, dat VSE conform de functionele eisen van de klant kan configureren en programmeren. ‘Zo kan de klant met eigen ogen zien hoe het straks voor hem gaat werken’, duidt Van Dusseldorp. ‘Natuurlijk, als de klant over een afstand van dertig meter moet transporteren, bouwen wij dat niet compleet na, maar zorgen we wel voor de digitale modellen op de gewenste schaal.’ Overigens dient het proof-model volgens Van Dusseldorp niet alleen om de klant een concreet beeld te geven. ‘Ook voor onze software engineers is het fijn om fysiek te kunnen controleren of wat ze geprogrammeerd hebben ook werkt zoals bedoeld.’ Bovendien hoeven de engineers daarvoor niet per se naar Delft te komen, zo vult Bastiaansen aan. ‘Het model bij ons is voorzien van tal van camerasystemen, zodat de werking ook op afstand goed te bestuderen is.’

 Eerste project loopt

De bouw van het MCS gebeurt bij de klant, als onderdeel van de productielijn waar het deel van gaat uitmaken, of bij VSE. Vervolgens wordt het getest, verscheept en door VSE bij de eindgebruiker geïnstalleerd. Inmiddels loopt in Nederland het eerste project, voor een machinebouwer die voor een internationale klant een productielijn ontwikkelt en bouwt. Van Dusseldorp en Bastiaansen zien ‘heel veel potentie’ in het modulaire systeem, waarvan er volgens Bastiaansen wereldwijd al veel in de markt zijn gezet. ‘De aanloop heeft wat langer geduurd, door de verschillen in de Siemens-organisatie per land. Ook moesten Siemens- en Festo-mensen wel even aan elkaar wennen.’

Geen andere ‘echtgenoten’

Bij zowel Festo als VSE zijn de MCS-activiteiten belegd bij vier gespecialiseerde medewerkers. Bij Festo horen die bij de Innovation Unit van Bastiaansen, voorheen bekend als EASi3, een team van vooral jonge mensen die zich zonder historische ballast en daardoor merkonafhankelijk focussen op het oplossen van de klantvraag. Het MCS past goed in die context, meent Bastiaansen. ‘Je kunt het zien als een stand-alone machine, waarbij connectiviteit naar de buitenwereld centraal staat. VSE en Festo zorgen voor een optimale integratie van het MCS in zijn omgeving. Het maakt niet uit of bijvoorbeeld de centrale besturing, die de complete lijn aanstuurt, van Lenze, Omron, Allen-Bradley of wat dan ook is.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.