Uitgevers Mireille en John van Ginkel over twintig jaar Link Magazine: Lef en geloof: meer hadden we niet toen we ons blad begonnen’

0

‘H&J Uitgevers’ staat er op de voordeur van de Ginkelse Hoeve aan de Bosscheweg in het Brabantse Drunen. De H van Hennie de Ruijter, de J van John van Ginkel, ingewikkelder is het niet. Twintig jaar geleden stapten ze samen op bij Wolters Kluwer. Ze hadden een nieuw tijdschrift voor de maakindustrie voor ogen waarvoor de grote uitgever geen ruimte had. Link Magazine was geboren. ‘Er zijn ceo’s die het blad in het weekend van begin tot eind lezen en het op maandagmorgen volgeplakt met geeltjes met aantekeningen het hele bedrijf doorsturen.’

John van Ginkel:‘Laatst gaf een ceo van een technologisch bedrijf een enorm compliment. We hadden hem uitgenodigd voor de DISCA, de Dutch Industrial Suppliers & Customer Awards. “Gefeliciteerd met jullie mooie en waardevolle magazine, het is een verrijking voor de berichtgeving over techniek en industrie”, mailde hij terug. In het allereerste nummer van Link had het bedrijf al een dubbele advertentiepagina. Het ging over hun nieuwe systeem voor elektronisch vergaderen. Heel leuk om dat twintig jaar later terug te lezen.’

Mireille van Ginkel (de dochter van Hennie, de vrouw van John. Ze startte niet lang na de start fulltime bij H&J Uitgevers. Hennie is inmiddels gestopt): ‘En laatst was je ook heel erg ontroerd. De dga van één van de DISCA-finalekandidaten had in zijn agenda gekeken, maar liet weten dat hij in Duitsland zat tijdens de uitreiking. Anders was hij gekomen, benadrukte hij. Hij bedankte John persoonlijk. Dat is echt erkenning voor ons werk.’

John: ‘Het betekent dat we serieus worden genomen in de markt. Dat wil toch ieder mens. Verbindingen leggen, daar draait het blad om. Dat vind ik het allerbelangrijkst. Het staat ook op de cover van elk nummer: Link Magazine: de verbinding tussen technologie, markt en mens.’

?‘Als je ergens in gelooft, dan zie je niet meer dat het ook wel eens níet zou kunnen lukken

Mireille: ‘Het is niet altijd makkelijk geweest die afgelopen twintig jaar, maar we hebben veel lol in wat we doen. Het zijn al die mensen die wij en onze redacteuren spreken, al de verhalen die we horen. Heel interessant en ook leerzaam voor onze lezers om er een journalistiek verhaal over te maken. Soms zijn bedrijven helemaal niet uit op media-aandacht, maar gunnen ze wel een interview aan Link. We brengen veel verhalen van enthousiaste ondernemers die serieus bezig zijn met hun bedrijf en bijzondere dingen doen in de wereld. De industrie is een prachtige sector om een magazine voor te maken. We hebben regelmatig rondetafelgesprekken en debatten: sommige deelnemers hebben niet het hoogste woord, maar laten achteraf weten dat ze het geweldig vonden dat ze erbij waren omdat ze zo veel interessante dingen gehoord hebben.’

ZOLDERKAMER

John: ‘Een van onze USP’s als uitgevers en redactie is dat we heel veel van de markt weten. Ik bel veel, ik lees veel, ik bezoek continu bedrijven. Ik stap overal op af en kijk wie ik met wie in contact kan brengen. Zo is het twintig jaar geleden ook begonnen.’

John van Ginkel & Mireille van Ginkel, H&J Uitgevers / Link magazine

Mireille: ‘Hennie was toen 55, John 31. Ze begonnen letterlijk op een zolderkamertje. Hennie heeft in de loop van de jaren vaak genoeg geroepen: was het nu stoer of stom om mijn baan als verkoopmanager industriële bladen bij Wolters Kluwer op te zeggen?’

John: ‘Maar we geloofden in onze plannen. We waren de bureaucratie, het politieke spel bij zo’n grote organisatie zat. We zijn indertijd met de markt gaan praten, onder anderen met oud-Philips-topman Karel Hubée. Hij heeft ons gemotiveerd en geholpen. “Je moet een blad maken voor de industrie over de mensen, de processen en de veranderingen”, zei hij. Bedrijven die zich snel kunnen aanpassen, zijn de winnaars. En schrijf vooral kritisch over organisaties, maar doe dat altijd vanuit een positieve insteek. Die woorden zijn me altijd bijgebleven.’

Mireille: ‘Maar binnen die uitgeverij lukte het niet om een blad te gaan maken met een echt nieuwe look & feel.’

John: ‘Najaar ’98 presenteerde Hennie haar plannen voor Link nog wel in het managementteam van Wolters Kluwer. Binnen tien minuten was ze terug. “Ik heb mijn baan opgezegd, we gaan voor onszelf beginnen”, zei ze. Ik ging met haar mee natuurlijk. Als je ergens in gelooft, dan zie je niet meer dat het ook wel eens níet zou kunnen lukken. We zijn met de hele wereld gaan praten en we kregen veel goodwill. De ene topman introduceerde ons bij de volgende. We hadden veel lef en geloof. Er was nauwelijks geld, maar ons netwerk breidde snel uit.’

VILLA IN DE WOESTIJN

Mireille: ‘In het eerste nummer konden we in ons comité van aanbeveling – nu de raad van advies – meteen al een reeks klinkende namen noemen, onder wie ook Jan Vercoulen, destijds r&d-directeur bij Océ. Hij was met KIC bezig, Kennisintensieve Industrieclustering. ‘Je bouwt geen villa in de woestijn’, was de titel boven een interview met hem in het eerste nummer. Als uitbesteders en toeleveranciers Early Supplier Involvement en co-development niet oppakken, dan verdwijnt alles uit Nederland.’

John: ‘De omslag naar meer ketensamenwerking begon toen net. Oem’ers wilden terug naar hun core business en meer uitbesteden aan hun toeleveranciers. De concepten waren er toen ook, al zien we nog steeds dat dat samenwerken over afdelingen en over bedrijven heen lastig blijft.’

Mireille: ‘Het was in de tijd dat overal in Nederland rond zong dat de maakindustrie echt gedoemd was om ten onder te gaan. Alles verhuist naar Oost-Europa en China, werd er geroepen. We moeten vooral een dienstenland worden, dacht ook de overheid. Maar als de industrie verdwijnt, dan zakken we af en hebben we niks meer. Dat was voor ons ook een drive om met Link te beginnen en door te gaan.’

John: ‘Met uurtje-factuurtje ben je snel uitgerangeerd in de wereld. Het gaat erom dat je ook weet hoe je dingen maakt.’

ALTIJD EEN MENS OP DE COVER

Mireille: ‘Het eerste nummer stond redactioneel stond het nog niet goed. Met de aanstelling van Martin van Zaalen, nu al weer negentien jaar geleden, is daar direct meer structuur in gekomen. En de opmaak was achteraf gezien rommelig. Dat hebben we meteen veranderd. Vanaf het tweede nummer staat er ook steeds een mens groot op de cover.’

John: ‘Het draait om mensen: die moeten overleven, innoveren, veranderen, inspelen op trends. De lezer die we voor ogen hebben, heeft kennis van technologie, denkt multidisciplinair en opereert marktgericht. We kregen meteen veel positieve reacties op de inhoud, de markt noemde het blad onderscheidend. We kregen al snel een aantal trouwe adverteerders die geloofden in ons verhaal.’

Mireille: ‘Als je nu naar de DISCA kijkt, zit heel industrieel Nederland in de zaal. Maar makkelijk was die begintijd niet. We hebben wat geleurd en gesleurd om onze eerste evenementen vol te krijgen.’

John: ‘We zijn met die award-uitreiking begonnen omdat leden van het Link-comité vonden dat we de industrie positief over het voetlicht moesten brengen.’

Mireille: ‘Ik zie tijdens een van de eerste keren nog zes grote uitbesteders op krukken zitten en de toeleveranciers die ze genomineerd hadden op stoelen ervoor. Frencken uit Eindhoven won en directeur Jack van Sprang was zichtbaar ontroerd. “We krijgen vaak te horen wat we niet goed doen, maar het is zo belangrijk om te horen wat we wel goed doen”, zei hij. “Ook voor onze mensen.” De eerste uitreiking van de awards in 2002 op de ESEF was wat armmoedig qua ambiance. Later werd het grootser en gingen we met ING samenwerken.’

John: ‘Zo hebben we het altijd gedaan: we hebben een idee, er is soms nauwelijks geld, maar we bepalen richting en beginnen gewoon. We zijn echte doorzetters en willen verandering teweeg brengen.’

Mireille: ‘We hebben veel te maken met mkb’ers, we zijn hetzelfde soort mensen, met hart voor de zaak.’

EEN EN AL HERKENNING

John: ‘Op een gegeven moment zijn we ook met de rubriek FLINK begonnen, om starters met maakcompetenties te belichten. Ik sprak erover met William Pijnenburg, voormalig dga van AAE. Starters verdienen aandacht voor het lef en de durf die ze tonen om met nieuwe ontwikkelingen en innovaties nieuwe producten op de markt te brengen. Maak het niet zo ingewikkeld, zei William, noem het gewoon FLINK.’

Mireille: ‘Hun verhalen inspireren. Lezers denken terug aan hun eigen begintijd.’

John: ‘Iedere Link-lezer kan een potentiële toeleverancier, financier of launching customer van zo’n starter zijn. Daar wordt iedereen beter van. We willen een FLINK-netwerk opzetten. Net zoals we al een DGA Platform hebben opgericht. Afgelopen keer waren de dga’s bij Voortman Steel Machinery in Rijssen te gast: mensen die elkaar niet zo snel zouden ontmoeten, wisselen informeel van gedachten. Dat is een en al herkenning. Rondetafelgesprekken – soms samen met partners als ING of de TU/e – over bijvoorbeeld servitization of Smart Industry, zijn sowieso niet meer weg te denken uit het blad. Over servitization komt een vervolgonderzoek in samenwerking met de TUE. Hierin investeren bedrijven om de haalbaarheid en toegevoegde waarde te onderzoeken en het netwerk te vergroten. Link zal daarin een rol van betekenis blijven spelen.’

STERK TEAM

Mireille: ‘Ik vind het geweldig leuk om te horen dat sommige ceo’s Link mee naar huis nemen en het blad in het weekend van begin tot het eind lezen. Op maandagmorgen gaat het volgeplakt met geeltjes de organisatie door om mensen te wijzen op ontwikkelingen. Het kan zijn dat papieren bladen geen toekomst hebben, maar als ik dan hoor van die geeltjes, denk ik dat de gedrukte Link nog steeds veel meerwaarde heeft.’

John: ‘Wij uitgevers maken Link met een sterk team van redactieleden, fotografen, vormgever en illustrator. Ervaren schrijvers onder wie Martin van Zaalen, Hans van Eerden, Pim Campman, Jos Cortenraad en Lucy Holl, en vormgever Aad Derwort zijn al vanaf het begin aan ons verbonden en hebben veel kennis van zaken. We zijn een virtuele organisatie. Niemand staat bij ons op de pay roll. Door klein te blijven, komen we ook mindere tijden door. Iedereen heeft het Link-gevoel. Dat is essentieel. Nu zetten we ook een content management-tak op, waarbij we teksten kunnen leveren voor bedrijven, geschreven door onze redacteuren met kennis van zaken.’

Mireille: ‘Link Magazine telt nu vaak negentig à honderd pagina’s. Dat hadden we in de begintijd nooit durven dromen.’

John: ‘Los van het aantal pagina’s: we willen bovenal een blad maken dat er toe doet. Om de kracht van Nederlandse maakindustrie te laten zien, zijn we ook de Duitstalige special gaan maken die op de Hannover Messe wordt uitgedeeld. Er staat nu een sterke basis, met de reguliere Link en ook de regiospecials. Ik geloof zeker dat we bijdragen aan een betere beeldvorming over de industrie. Elke keer dat een blad van de drukker is, bellen we meteen hoofdredacteur Martin van Zaalen. “En, wat vind jij ervan? Ben je tevreden over het resultaat?” Wij zijn trots op ieder nummer.’

Zoon Willem over Wim van der Leegte: ‘Ja, wij staan in heel veel hetzelfde. Al ben ik natuurlijk een kind van deze tijd, en hij van zijn tijd. Op bezoek bij BMW was de voertaal Engels maar volhardde hij als enige in het Duits, uit beleefdheid naar de gastheer. Foto’s: Bart van Overbeeke

De Eindhovense fotograaf Bart van Overbeeke fotografeert al jaren voor Link Magazine. Een van zijn beste foto’s vindt hij deze, met Wim en Willem van der Leegte.



ILLUSTRATIE JOSJEILLUSTRATIE JOSJE

Josje van Koppen: ‘Ik teken al voor Link sinds het eerste nummer. Deze illustratie is van augustus 2012. Het was een vrij abstract verhaal over innovatief denken en zoeken naar new business waarin Nederland kan uitblinken. In zo’n artikel komen vaak verschillende mensen aan het woord met verschillende meningen. Daar zoek ik dan de grootste gemene deler in: Nederland, kennis, flexibiliteit. Een illustratie moet de nieuwsgierigheid prikkelen en uitnodigen tot lezen.’

Hennie de Ruijter, mede-oprichter en oud-uitgever

‘Respect voor de klant staat voorop bij ons’

‘Vijf jaar geleden ben ik gestopt als uitgever, maar ik help nog steeds mee bij belacties voor de DISCA en ik maak afspraken voor John. Het is altijd leuk om bedrijven te bellen. Link is een succes geworden, dat mag ik wel zeggen. Maar de eerste jaren waren heel lastig en vroegen veel doorzettingsvermogen. En wat geluk. Om een blad te maken, heb je advertenties nodig. Om advertenties te krijgen, moet je eerst goede relaties opbouwen met klanten. Mensen wilden toch zien of Link zou beklijven, hoe enthousiast je er zelf ook over bent. Het was veel geduld hebben en veel investeren in de klanten. Ik ben geen geduldig mens, maar wél als het om mijn klanten gaat. We kregen veel medewerking uit de markt, misschien vooral ook omdat we oprechte interesse in ondernemers hebben. We hebben respect voor de ander en weten goed wat er gebeurt in de industrie. Ik leerde veel van klanten, ik leefde met ze mee.

Goede advertentiewerving én een goede redactionele inhoud gaan samen. We hebben een langdurige relatie met de meeste redactieleden. We horen als uitgevers veel uit de markt. Als het interessant is, kan de redactie ermee aan de slag. Bedrijven maken altijd tijd voor een gesprek, ook omdat we waar maken wat we beloven.

Ik heb mooie herinneringen aan de gesprekken die we in het begin hadden met topmensen uit de industrie, onder wie Karel Hubée van Philips en Jan Vercoulen van Océ, ze zetten ons aan het denken. Ze toonden grote wijsheid, oprechte belangstelling en emotie. We maakten afgelopen twintig jaar toch maar mooi iedere twee maanden een Link en zetten steeds voorzichtig stappen voorwaarts.

We zijn een echt familiebedrijf. Ook mijn man Leo was er vanaf het begin nauw bij betrokken en deed van alles en nog wat. Helaas maakt hij dit jubileum niet meer mee. Ik was altijd heel blij met een nieuw nummer. De eerste jaren voegden we zelf bijsluiters toe, we plakten stickers, al dan niet vanuit de kofferbak van de auto. Prachtig toch om zo te beginnen.’

Martin van Zaalen, hoofdredacteur|artikelenschrijver sinds 2000

‘Openheid is één van de sleutels van het succes’

‘Het maken van Link doe ik nu al bijna twintig jaar en vind ik na al die tijd nog steeds hartstikke leuk. Natuurlijk zijn er soms de strubbelingen en is er vrijwel altijd de tijdsdruk. Maar het maken van een journalistiek product – want dat is Link toch echt, in tegenstelling tot veel andere industriële magazines – vind ik geweldig om te doen. De balans zoeken en vinden tussen enerzijds het – vanzelfsprekend vaak commercieel gedreven – belang van de geïnterviewden en anderzijds dat van de lezer, die graag wil leren van de ervaringen van anderen, wordt nooit routine. Daarom is het elke keer weer een boeiende uitdaging om tot een magazine te komen dat een realistisch beeld geeft van wat samenwerking tussen mensen in de industriële toeleverketens allemaal vraagt. Met actuele voorbeelden uit de praktijk die tonen wat er mis gaat, hoe problemen worden opgelost en wat in een bepaalde situatie de beste oplossing is. Juist over dat leerproces schrijven en een compleet magazine maken is geweldig om te doen. Om zo met journalistieke middelen de Nederlandse industrie verder te helpen. Want dat doen we met Link, weet ik uit alle reacties op onze artikelen. En ik leid dat natuurlijk ook af uit het marktsucces dat Link Magazine al die jaren is geweest, nog steeds is en ook naar mijn overtuiging nog heel lang zal blijven. Enige digitalisering zal dat wel vragen. Net als de bedrijven waarover we schrijven, zullen ook wij daarin onze energie moeten steken.

Zo’n zinvol magazine maken, geeft mij veel voldoening. En dat samen met redacteuren, fotografen, tekenaars, vormgevers, drukkers en natuurlijk met de uitgevers, John en Mireille. We doen dat in een virtuele organisatie. We treffen elkaar natuurlijk regelmatig persoonlijk, maar de meeste communicatie gaat over de mail en per telefoon. En dat werkt nu al twintig jaar. Ik denk dat dat komt door de openheid die we onderling betrachten. Ik ben ooit bij Link betrokken geraakt, door toen nog Hennie en John, juist omdat ik het nodige had aan te merken op de uitgave die zij net gemaakt hadden, met een artikel over de Universiteit Twente waar ik toen nog werkte. Terwijl kritiek geven nogal eens een breekpunt is in een relatie, was dat in ons geval juist het startpunt. Juist die onderlinge openheid, het elkaar complimenten kunnen maken maar ook kritiek kunnen geven, zonder dat dat de kwaliteit van de samenwerking aantast, is denk ik een van de sleutels tot het succes van Link. Toen John vorig jaar vijftig werd, heb ik ’m in een kort speechje ‘mijn vriend’ genoemd, en dat meen ik van harte: hij is mijn klant, maar evenzeer mijn vriend. Het klinkt misschien wat onbescheiden, maar je zou kunnen zeggen: Link publiceert niet alleen over klant-leverancier-relaties, we geven ook het goede voorbeeld!’

Hans van Eerden, eindredacteur 2002-2017|artikelenschrijver 2000-nu


Hans van Eerden, eindredacteur 2002-2017|artikelenschrijver 2000-nu. Foto van 2002

‘Bij Link heb ik de revival van de maakindustrie van nabij mogen meemaken’

‘Het mooiste van schrijven voor Link is bij een mkb’er op bezoek gaan in een willekeurig dorp in Nederland. Daar ontdekken dat er een wereldmarktleider in een of andere exotische machinebouwniche zit of een supergespecialiseerde toeleverancier, en in gesprek gaan met een directeur bij wie bescheidenheid, trots en eigenzinnigheid om voorrang strijden. Een geïnterviewde vertelde mij eens dat hij Link las vanwege de verhalen van ‘lotgenoten’: net als hij directeur-eigenaren die worstelen met strategische vragen (wel of niet oostwaarts, wel of niet verder automatiseren, hoe aanhaken op Smart Industry, enzovoort) en daar in eigen huis misschien met niemand over kunnen sparren. Link is zo’n sparringpartner. Bij Link heb ik de revival van de maakindustrie van nabij mogen meemaken – en wie weet hebben wij er een steentje aan bijgedragen.’

Pim Campman, eindredacteur|artikelenschrijver sinds 2006

‘De nalatenschap van Philips’

‘In de regio Eindhoven, waar ik woon, zien veel voormalig Philips-werknemers de ‘afkalving’ van hun company met lede ogen aan. Een tiental productdivisies, dik 400.000 personeelsleden wereldwijd (van wie 100.000 in Nederland!), een wereldspeler in zowat alles waar een stekker aan zit; das war einmal. Als freelance journalist, met een verleden op de Philips Persdienst, heb ik me verre gehouden van dat soort sentimenten. Wat me mede dankzij opdrachtgevers als Link Magazine gelukt is. Die open(d)en deuren naar interviews met talloze denkers en doeners – en naar diepgaand inzicht in de aanhoudend turbulente ontwikkelingen in de maakindustrie. Inzichten/ontwikkelingen die ik in mijn artikelen aan de Link-lezers tracht over te brengen. Vaak weggehaald bij bedrijven, groot en klein, die uit Philips zijn voortgekomen en die binnen die ooit gigantische Philips-familie nooit zo succesvol zouden zijn geworden als ze vandaag zijn. Link Magazine duidt dat, al twintig jaar. Mooi daar een steentje aan bij te dragen.’

Lucy Holl, eindredacteur|artikelenschrijver sinds 1999


?Lucy Holl, eindredacteur|artikelenschrijver sinds 1999

‘What a difference a day makes’

‘Het was eind 1999. Ik had een afspraak met uitgevers Hennie de Ruijter en John van Ginkel om te bespreken of ik de eindredactie en productiecoördinatie van het nog piepjonge Link Magazine zou gaan doen. Geen idee hoe ze eruit zagen. In de lounge van het NH Hotel in Utrecht liep ik een paar rondjes op zoek naar wat ingetogen uitgeverstypes. Maar daar zaten ze: Hennie, perfect gekapt en gekleed, met veel sieraden, en John, strak in het pak, met zijn voorkeur voor opvallende horloges. Oké, dus dat waren de mensen die het aandurfden om een compleet nieuw blad in de markt te zetten over samenwerken in de industrie. Gewoon recht door zee, lekker tegendraads, echte ondernemers bleken het. Ik was net begonnen aan een sabbatical na een stel banen in de kranten- en tijdschrijftenjournalistiek, maar rust heb ik sindsdien nauwelijks meer gehad.

Met de uitgevers – jaren later nam Mireille van Ginkel de plaats van haar moeder Hennie in – en een stel betrokken éénpitters vormen we nu al jaren een virtuele organisatie. We zien elkaar voor enerverende redactievergaderingen (inmiddels in de prachtige Ginkelse Hoeve van John en Mireille in Drunen: nooit verwacht dat ze uit Rotterdam zouden vertrekken) en produceren regulier nummer na regulier nummer, en vele specials tussendoor. En elk jaar is er de uitreiking van de begeerde best suppliers en best customer awards. Volgens mij hadden Hennie, Mireille en ik alle drie de tranen in de ogen toen de eerste ondernemers in de maakindustrie de awards kregen.

Bekend en berucht zijn de MOET-jes en SVP-tjes die de uitgevers in het blad willen hebben. Want tsja, we moeten als redactie toch eigenlijk wel zeker een verhaal of nieuwtje schrijven over dat en dat bedrijf, daar bestaat een warme band mee. ‘Hoi Luus, ik heb een prachtig onderwerp. En dit is echt een artikel dat jij moet schrijven, ik heb al gezegd dat jij ze gaat benaderen’, belt John dan. En hij heeft gelijk: er zijn geweldige verhalen uit de Nederlandse maakindustrie te halen.

Af en toe zijn het haast Japanse toestanden als ik middenin de nacht weer eens een artikel zit af te maken of als er in het laatste weekend voor het drukken van het blad tientallen opgemaakte pagina’s heen en weer gaan tussen de vormgever en de redactie voor de laatste controle. Het punt is dat je niet meer met Link kunt stoppen, en er ook niet meer mee wilt stoppen. Toen John trouwde met Mireille, zong ik in het familiekoortje hun lievelingslied mee: ‘What a difference a day makes’. Wat een verschil heeft die ontmoeting in Utrecht gemaakt.’


Aad Derwort, vormgever sinds 2000

‘De vormgeving is redelijk tijdloos te noemen’

‘Ik ben al sinds de tweede jaargang bij Link Magazine betrokken als grafisch vormgever. Het was in het begin een gezamenlijke zoektocht naar een vorm die goed zou passen bij het redactionele karakter van het magazine. We kwamen uiteindelijk uit op een heldere, zakelijke ‘no-nonsense’ vormgeving. Als voorbeelden lagen destijds bladen als Elsevier en Time op tafel. Het idee was dat zoiets goed zou matchen met de lezersdoelgroep. Het uiterlijk van Link Magazine is door de jaren heen niet ingrijpend veranderd, er zijn wel steeds kleine, subtiele aanpassingen gedaan. De vormgeving is daarom misschien redelijk tijdloos te noemen.

Die jarenlange samenwerking met de uitgevers en de redactie maakt ook dat er onderling een hechte band is ontstaan en dat we vaak aan een half woord van elkaar genoeg hebben om precies te weten wat er moet gebeuren. Dat maakt het prettig en efficiënt om aan Link Magazine te werken en daardoor kunnen we ook heel flexibel zijn bij de – vaak hectische – productie van het magazine.

Het is na al die jaren nog steeds heel fijn om aan het blad mee te mogen werken, omdat ik veel vrijheid ervaar, het vertrouwen is groot. En alle credits voor Hennie, Mireille en John die dit project destijds hebben aangedurfd en tot op de dag van vandaag een prachtig managementmagazine voor de maakindustrie weten te realiseren. Ook mooi om te zien dat een papieren kwaliteitsmagazine in tijden van voortdenderende digitalisering nog steeds zijn bestaansrecht bewijst. Chapeau!’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.