Transformatorbouw: zeer conservatief en toch klaar voor de energietransitie

0

De Pop’Hub in Nijmegen, een fysieke winkel in het stadscentrum, laat innovaties en uitvindingen uit de regio zien. Op de website staan ‘innoviews’ met de betrokken uitvinders en ontwikkelaars. Emeritus-hoogleraar innovatiemanagement Ben Dankbaar van de Radboud Universiteit is één van de interviewers. Hij ging in gesprek met Bart Simons en Kees Spoorenberg van Royal Smit Transformers.

Bart Simons

Bart Simons is manager R&D bij Smit en Kees Spoorenberg was tot voor kort werkzaam bij de afdeling Ontwerp en Ontwikkeling en is nu voorzitter van de Stichting Willem Smit Historie. Zij vertellen graag over hun specialistische wereld.

Wie regelmatig vanuit het noorden komend over de S100 route rond Nijmegen rijdt, heeft ze op de Energieweg vast wel eens gezien: enorme transformatoren staan daar klaar om verscheept te worden. Ze worden daar echter niet gemaakt, maar in de fabriek aan de Groenestraat, waar Smit al sinds de oprichting in 1913 is gevestigd. In 1913 lag die fabriek nog in het buitengebied, logistiek handig aan de spoorlijn naar Den Bosch. Nu is de fabriek omgeven door woonwijken en worden de apparaten eens per week, in de nacht van donderdag op vrijdag, verplaatst naar de Energieweg. Daarvoor moet de bovenleiding bij de spoorwegovergang speciaal worden opgetild.

Een levensduur van 50 jaar

‘Op de Energieweg zitten de mensen die verantwoordelijk zijn voor het installeren en voor het onderhoud van onze transformatoren. We geven tien jaar volledige garantie op de transformatoren, maar de levensduur van de apparaten is wel vijftig jaar. Transformatoren verslijten heel langzaam. Door de warmte en door chemische processen worden materialen langzaam aangetast. En natuurlijk is er ook corrosie door inwerking van weer en wind. Er is wel sprake van technische vooruitgang, maar die is niet zodanig dat de apparaten vervangen worden vóórdat ze daadwerkelijk versleten zijn. Dat komt ook doordat iedere transformator anders is, specifiek ontworpen voor de eisen die voor een bepaalde locatie gesteld zijn.’

Minder verliezen

‘Technische vooruitgang is er overigens wel degelijk. Zo zijn de verliezen die optreden als stroom op een andere spanning wordt gebracht, in de loop der tijd behoorlijk teruggebracht. Die verliezen komen tot uitdrukking in warmte, dus minder verliezen betekent minder warmte die de lucht ingeblazen wordt. Transformatoren maken ook veel minder geluid. Vroeger zei men: Hij doet het, want ik hoor hem brommen. Tegenwoordig is de bromtoon bijna niet meer hoorbaar.’

Markt is heel conservatief

‘Wij zijn wat je noemt een ‘engineer to order’-bedrijf. Ieder product is anders en levert de specifieke functionaliteit die de klant heeft geëist. Natuurlijk zijn er veel onderdelen gestandaardiseerd, maar de organisatie van de onderdelen is iedere keer anders. Daar is de afdeling Ontwerp en Ontwikkeling permanent mee bezig. De markt is heel conservatief. Dat komt omdat de producten zo lang meegaan. Van sommige fabrikanten van onderdelen is er maar één in de hele wereld. Wanneer je als nieuweling tot die markt wilt toetreden, krijg je te maken met klanten die vragen stellen over de levensduur van de producten, waar een nieuwkomer geen antwoord op heeft. Bij de onderdelen is overigens ook sprake van verbeteringen, bijvoorbeeld bij de schakelaars. Er wordt ook geëxperimenteerd met de transformatorolie, die voor de koeling wordt gebruikt. Olie van minerale oorsprong kan wellicht vervangen worden door plantaardige olie. Dat gebeurt, maar het gaat heel langzaam. Je moet zeker weten dat de olie geen invloed heeft op de andere materialen in het apparaat. De koperdraden in de transformator bijvoorbeeld zijn ter isolatie omwikkeld met speciaal paper gemaakt van houtvezels.’

De energietransitie zorgt voor werk

‘Over de markt voor transformatoren hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken. Het verbruik van elektrische energie is in de afgelopen 75 jaar voortdurend gegroeid. En met de energietransitie zal het verbruik verviervoudigen. De energietransitie zorgt ook voor nieuwe eisen, waar wij oplossingen voor moeten vinden. Door de transitie is er is veel meer internationaal transport van stroom. Grote windparken, bijvoorbeeld in Noord-Duitsland, kunnen soms de stroom niet kwijt, terwijl er in Nederland nog wel vraag is. Of omgekeerd. Bij een elektriciteitscentrale op gas kun je de gastoevoer verminderen en minder stroom produceren, maar wind en zon kun je niet reguleren; je kunt een installatie wel afschakelen, maar dat is zonde van de stroom. Die stroom moet dan wel ergens naartoe geleid worden, waar er behoefte aan is. Stroom neemt altijd de weg van de minste weerstand en dat kan gemakkelijk verkeerd aflopen. Daarom moet het vermogen in het net gestuurd worden. Daarvoor zijn bijvoorbeeld de grote ‘dwarsregeltrans­formatoren’. Netbeheerder Tennet ontwikkelt een strategie voor het Nederlandse hoogspanningsnet en daaruit vloeien dan de eisen voort aan de installaties die wij bouwen.’

Tweerichtingsverkeer

‘De energietransitie zorgt ook voor nieuwe eisen in de straat. Vroeger moest er alleen maar energie geleverd worden aan de bewoners, maar nu leveren bewoners ook energie terug. In plaats van eenrichtingsverkeer is er nu sprake van tweerichtingsverkeer. En de spanning moet natuurlijk steeds op het juiste niveau blijven. Anders gaan de elektrische apparaten van de bewoners stuk. Vroeger stonden overal in de stad transformatorhuisjes, waar de stroom op het juiste voltage voor huishoudelijk gebruik wordt gebracht. Daar zijn de regionale netbeheerders verantwoordelijk voor. Die huisjes hebben plaatsgemaakt voor onopvallende kastjes. Dat soort kleine transformatoren maken we overigens niet in Nijmegen. Jonge mensen die niet weten hoe die huisjes er uit zagen, moeten maar eens kijken op electriciteitshuisjes.nl.’

Transportkosten

‘Bij het ontwerp zijn de transportvereisten ook een grote uitdaging. De transportkosten bedragen ongeveer 10 procent van de prijs. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is het een standaardeis dat transformatoren per trein vervoerd moeten kunnen worden. Die eis verander je niet zo snel. Het gevolg is dat de transformatoren voor die landen een andere vorm hebben, want ze moeten wel door de spoortunnels kunnen. Ze hebben wel dezelfde functionaliteit, maar bijvoorbeeld een andere koeling.’

Lees Link magazine digitaal of vraag een exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Mensen nodig

‘Op de afdeling Ontwerp en Ontwikkeling werken zo’n twaalf mensen, waarvan vier voornamelijk in ontwikkeling. Het is niet zo eenvoudig mensen te vinden. Het liefst zouden we mensen hebben die energietechniek hebben gestudeerd, zo mogelijk in combinatie met machinebouw, maar die zijn er bijna niet. Op de afdeling werken nu drie natuurkundigen. Twee medewerkers komen uit het buitenland. Voor de productie en de eindmontage hebben we mensen met een LBO of MBO-opleiding elektrotechniek. Ook daarvan zijn er niet genoeg. Veel installatiebedrijven die zonnepanelen willen installeren, zoeken ook naar dat soort medewerkers. We leiden mensen zelf op in de productie.’

Olie en bloed

‘Bij Smit Transformatoren Service werken zo’n 30 tot 40 mensen. Die rijden met een trailer vol meetapparatuur naar een transformator. Wanneer een transformator te heet wordt, ontstaat er gas in de olie. Door de olie te analyseren kun je vaststellen welke problemen er zijn. Vergelijk het met de analyse van bloed bij mensen.’

Wie meer wil weten over de ontwikkeling van de Smit-bedrijven in Nijmegen, moet eens gaan kijken op de site waar de geschiedenis van al die bedrijven wordt gedocumenteerd

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.