Timmerije kiest voor duurzaam tenzij

0

‘Soms wil de klant een recyclaat, maar moeten we hem dat toch ontraden’

 Kunststofverwerkend bedrijf Timmerije produceert op jaarbasis grote hoeveelheden kunststof componenten. Daarbij zoekt de Achterhoekse onderneming altijd naar zo duurzaam mogelijke oplossingen. Maar dat betekent lang niet altijd een keuze voor recyclaat of biopolymeer. ‘Als het product daardoor sneller kapotgaat of de matrijs eerder vervangen moet worden, is dat zeker niet duurzaam.’

 Timmerije is winstgevend, ook in de huidige, lastige coronatijd. ‘Wij leveren een goede kwaliteit en zijn actief op een flink aantal verschillende markten. Als de ene markt tegenvalt, wordt dat wel weer gecompenseerd door een andere’, vertelt sales & marketing manager Frank Bruins. Omdat de kunststofverwerker uit Neede deel uitmaakt van het beursgenoteerde Hydratec NV, komt een deel van die revenuen bij de aandeelhouders terecht. Hydratec heeft vanzelfsprekend geen zeggenschap over wat die aandeelhouders met hun dividend doen, maar heeft duurzaamheid wel als expliciet doel in haar strategie staan. ‘Hydratec stuurt op duurzaamheid, op toekomstbestendigheid van haar activiteiten, om de klimaat-footprint zo veel mogelijk te verlagen. Timmerije draagt daar volop aan bij.’

 Invloed uitoefenen

De Achterhoekse onderneming doet dat in de eerste plaats via haar producten, legt Bruins uit. ‘Wij worden dikwijls door de klant al vroeg betrokken bij de ontwikkeling van zijn product. Dat kan de nieuwste generatie van een bestaand product zijn of een compleet nieuw product. Als we reeds in de conceptfase erbij gehaald worden, kunnen we veel invloed uitoefenen op het uiteindelijke ontwerp en de materiaalkeuze.’

In de co-development die Timmerije met de klant doet, worden zo veel mogelijk voors en tegens van materiaalkeuzes tegen elkaar afgewogen. ‘Daarbij proberen we bij voorkeur duurzame materialen toegepast te krijgen in kwalitatief hoogstaande producten die langer meegaan.’

 Technisch en financieel

Maar als die materialen voor de toepassing niet bestendig genoeg zijn, wordt gekozen voor iets minder duurzaams. ‘Ja, het komt zeker voor dat de klant graag een bepaalde duurzame kunststof wil, maar we hem dat toch moeten ontraden. Daarbij kunnen naast technische ook financiële motieven een rol spelen. Wij werken samen met Morssinkhof Plastics uit Lichtenvoorde die ons recyclaat levert. Nagenoeg transparant recyclaat, waarvoor de afvalstromen heel goed moeten zijn gescheiden, is duur. Virgin materiaal is dan vaak goedkoper.’

Op een akker pal naast het bedrijfspand wordt sinds enkele jaren olifantsgras verbouwd. Gedroogd kan dit dienst doen als vezel in 100 procent biologisch afbreekbaar biopolymeer. ‘In je adviezen naar de klant kun je echter niet uitsluitend rekening houden met de afbreekbaarheid van materiaal. Dit composiet is geschikt voor bakjes en een aantal andere huishoudaccessoires. Maar het niet bruikbaar voor bijvoorbeeld behuizingen die in de openlucht komen te hangen. Door het vocht zou het snel kapotgaan en vervangen moeten worden, en dat is zeker niet duurzaam.’

 Servitization

Steeds meer klanten komen met de expliciete wens om de footprint van hun product zo laag mogelijk te houden, soms vanwege het servitization-businessmodel dat ze hanteren. ‘Sommige van onze klanten met dat model zijn actief in de meubel-, installatie- en automobielbranche. In het ontwerp van hun producten houden ze er al zo veel mogelijk rekening mee dat bepaalde kunststof slijtdelen na verloop van tijd vervangen kunnen worden door nieuwe. Wij denken mee in dat ontwerpproces.’

 Geen green washing

Daarin is Timmerije dus niet louter volgend, benadrukt Bruins. ‘Natuurlijk heeft de klant het laatste woord, maar wij stellen ons wel zo proactief mogelijk op. Die houding kunnen wij aannemen omdat onze engineers zich goed informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van bepaalde materialen, of ze passen bij de toepassing én of ze in het spuitgietproces goed en dus duurzaam te verwerken zijn.’ Timmerije doet daar ook zelf onderzoek naar. ‘Klanten stellen onze kennis van duurzame materialen op prijs. Die geeft ons een voorsprong. Maar we zijn niet met duurzaamheid bezig vanwege de marketingwaarde, maar vanwege de márktwaarde. Het mag geen green washing worden.’

 Duurzame processen

Timmerije probeert dus de footprint van haar producten zo klein mogelijk te houden. Dat geldt ook voor haar productieprocessen, een streven dat inherent is aan de IATF-, ISO 14001- en ISO 9001-standaarden waaraan de onderneming geacht wordt te voldoen. ‘Zo zijn er duurzamere kunststoffen beschikbaar die echter een relatief ruw oppervlak hebben. In sommige toepassingen kan daardoor de spuitgietmatrijs extra snel slijten en minder lang meegaan. Dat zou niet duurzaam zijn, dus adviseren we de klant dat materiaal dan niet. Ook doen we ons best onze processen zo in te richten dat er zo min mogelijk afval ontstaat. En wat er aan restmateriaal vrijkomt, gebruiken we in een volgende cyclus.’

Ten slotte investeert Timmerije zo veel mogelijk in energiezuinige spuitgietmachines en randapparatuur. ‘We hebben hier vijftig spuitgietmachines staan. De nieuwste verbruiken aanzienlijk minder elektriciteit dan de oude.’

Omzet 10 procent gegroeid, energieverbruik 5 procent afgenomen

Door te focussen op het verlagen van het energieverbruik, het toepassen van duurzame materialen en het verhogen van de ketenefficiency is de omzet van Timmerije de afgelopen vijf jaar met ruim 40 procent gestegen terwijl er over die periode 10 procent minder energie is verbruikt. ‘Hiermee voldoen wij ruimschoots aan de gestelde doelen in het convenant meerjarenafspraken energie-efficiëntie en het Energieakkoord’, aldus Frank Bruins.

Hij doelt hiermee op een meerjarenafspraak die de overheid sinds 1992 met bedrijven in een groot aantal sectoren gemaakt heeft over de verbetering van de energie-efficiëntie. Deze afspraak is vastgelegd in twee convenanten: de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001-2020 (MJA3) en de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (MEE). Hiermee wil het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bijdragen aan het behalen van 20 procent CO2-reductie in 2020 en het realiseren van de energiebesparingsdoelen in het Energieakkoord. Dat akkoord, uit 2013, zou moeten resulteren in een maximaal aandeel hernieuwbare energie van 14 procent dit jaar.

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.