TalkING Industry van Link en ING: digitalisering & innovatie

0

Digitalisering en innovatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Denk aan procesinnovatie/automatisering of productinnovatie aan de hand van big data. Tijdens een recente TalkING Industry executive round-table passeerden uiteenlopende voorbeelden de revue. Maar wie zich blindstaart op de binnenstromende data, kan zomaar een disruptieve innovatie uit onverwachte hoek missen. En de vakman op de werkvloer heeft toch vaak het slimste idee. Kortom, de factor mens blijft onontbeerlijk voor innovatie.

Carel van Sorgen (247TailorSteel): ‘Volg niet de waan van de dag, maar de nieuwe ontwikkelingen buiten. Ga vreemd.’

Tussen ‘Mijn Melk’ en ‘Mijn Idee’

ING organiseert telkens op locatie bij een klant samen met Link Magazine executive round tables onder de noemer TalkING Industry, vertelt Gert Jan Braam van ING ter introductie. Vorige sessies gingen over het groot-Eindhovense hightech ecosysteem, servitization en de circulaire economie. De vierde sessie is half september bij Mueller in Groenlo. Daar heeft de fabrikant van melk- en bierkoeltanks deze zomer zijn nieuwe onderkomen geopend. Het is een samenvoeging van vier over ons land verspreide vestigingen. Algemeen directeur Menko van Gorkum geeft trots een rondleiding door de nieuwe productiehal. Het Amerikaanse bedrijf (200 miljoen euro omzet en 900 medewerkers, van wie 250 in ons land) is hier marktleider voor melkkoeltanks; van de 16.000 Nederlandse veehouders hebben er 10.000 een Mueller-tank staan. De verhuizing was aanleiding om verplaatsing van productie naar elders te overwegen, erkent Van Gorkum. ‘De uitkomst was dat we hier efficiënter produceren. We hebben eerst een 3D-model van de complete nieuwbouw gemaakt en met onze medewerkers bedacht hoe de ideale fabriek eruit ziet; daarvoor hebben we veel naar de automotive als voorbeeld voor lean produceren gekeken.’

Data-analyse

Gespreksleider Timo Meinders van Universiteit Twente trapt vervolgens af met de stelling: ‘Innoveren zonder data-analyse is onmogelijk.’ Rien Slingerland, directeur van IJssel, technisch dienstverlener die zich bezighoudt met het verbeteren en onderhouden (smart maintenance) van productieprocessen, ziet in ieder geval kansen. ‘Bij veel bedrijven ligt de oee (overall equipment effectiveness, red.) nog onder de dertig procent, door storingen, moeizame productwissels, een logistiek die niet past, enzovoort. Als je 24/7 data van de processen verzamelt, kun je daar veel uit leren, maar je hebt wel specialisten nodig om die data te duiden.’ Meinders beaamt dat: ‘Kennis van de processen is nodig, anders vergroot dataverzameling alleen maar de hooiberg waarin je een naald aan het zoeken bent.’

Hans Oonk (Sunshine Group, rechts): ‘De beste ideeën komen van de mensen op de werkvloer.’

Menko van Gorkum is het eens met stelling. ‘Mueller is een ambachtelijk bedrijf, met bijvoorbeeld veel lassers en slijpers, en we halen nog niet veel data uit het productieproces; die slag willen we wel maken. De interne data willen we bijvoorbeeld gebruiken om onze levertijd, die met tien tot twaalf weken best lang is, te verkorten. Halveren moet makkelijk lukken nu we alle afdelingen, van verkoop tot productie, bij elkaar hebben zitten. Extern willen we ook meer data verzamelen, door de koeltank bij de boer op afstand uit te lezen. Om meer toegevoegde waarde voor diens servicecontract te bieden, kunnen wij de boer informatie leveren over bijvoorbeeld het functioneren van zijn installatie en het volume aan melk. We zoeken nog naar andere stakeholders om data of informatie aan te verkopen. Ik heb de afgelopen maanden het idee losgelaten dat wij altijd tankbouwer zullen blijven. Misschien worden we leverancier van toegevoegde waarde, die verkoop van data als businessmodel heeft en daarvoor de productie van tanks erbij doet.’

Financiële plaatje

Voor ceo Carel van Sorgen van 247TailorSteel in Varsseveld (specialist in op maat gesneden platen, buizen en kantdelen, online te bestellen) begint data-analyse voor innovatie bij de financiën. ‘In de maakindustrie heeft slechts 20 procent van de bedrijven zijn voor- en nacalculatie goed op orde. Met als gevolg financiële onzekerheid die reden kan zijn om investeringen in bijvoorbeeld innovatie uit te stellen. Zelfs grote ondernemingen laten daar veel liggen. Wij zuigen onze machines helemaal leeg met data. Daardoor kunnen we voor elke opdracht een goede nacalculatie maken. Komt die overeen met de voorcalculatie, dan verdienen we blijkbaar. Bovendien is dan onze echte productiecapaciteit bekend en kunnen we goed plannen. Verder heeft een accountant een analyse van ons klantenbestand gemaakt, aan de hand van onder meer KvK-gegevens. Op basis van die analyse kunnen we de kansen van nieuwe vestigingen op verschillende locaties beoordelen.’

Pascal Bos (Jazo): ‘Ga ik onverwachte ontwikkelingen missen als ik me op de data-analyse focus?’

Bij Doesburg Components, dat als onderdeel van de Gietburg Group gietijzeren onderdelen voor de automotive maakt, is het financiële plaatje ook bepalend voor innovatie, vertelt salesmanager Matthias ten Heuw. ‘De ontwikkeling van nieuwe producten is een traject van jaren, waarin de prijs al snel is gefixeerd, terwijl klanten ons blijven uitdagen om te innoveren. Door de prijsdruk zijn we wel gedwongen om te innoveren in onze processen. Wij verzamelen al veel data van die processen, maar de vraag is nog een beetje welke informatie we daar uithalen. Gelukkig hebben onze grootste klanten, ook in de crisis, gezegd dat wij geld moeten blijven verdienen, om te kunnen investeren in innovatie, zoals robotisering.’

Gelukkig hebben onze grootste klanten, ook in de crisis, gezegd dat wij geld moeten blijven verdienen’

‘Bij de meeste bedrijven zien we een groei in omzet, maar bij lang niet allemaal stijgt ook het rendement’, reageert Klaas Jan Hutten van ING. ‘Dat komt door druk op de inkoopkosten en door hogere personeelskosten en inefficiëntie. Daarnaast moeten veel bedrijven investeren in automatisering en robotisering om op kostprijs competitief te blijven. Dat is een uitdaging wat betreft cashflow en management van de gevraagde veranderingen.’

Disruptieve dreiging

Een voorbeeld van een gedigitaliseerd productiebedrijf dat, mede op basis van data-analyse, veel aan procesoptimalisatie doet, is Jazo in Zevenaar. Jazo produceert aluminium, stalen en rvs deuren en roosters voor technische ruimtes zoals transformatorhuisjes, vertelt manager engineering Pascal Bos. ‘Die deuren en roosters zijn superieur, ze ventileren perfect, zodat de elektriciteitsvoorziening verzekerd blijft. Maar stel dat iemand opeens met een alternatief komt, waarbij de warmte die de transformatoren afgeven bijvoorbeeld in de bodem wordt opgeslagen voor energieopwekking later. Dan is ventilatie opeens verboden en zijn onze superieure deuren overbodig. Ga ik zo’n ontwikkeling missen als ik me op die data-analyse focus?’ Zo’n disruptieve innovatie zal niet van een concurrent komen, maar van een buitenstaander, weet Bos. ‘Je vindt de beste ontwikkelingen buiten de deur’, beaamt Carel van Sorgen. ‘Daarom zeg ik: volg niet de waan van de dag, maar ga vreemd. Zelf ben ik tot twee uur per dag bezig met het volgen van nieuwe ontwikkelingen; soms zie ik iets en dan valt een puzzel weer plots in elkaar.’ Bij Mueller kijken ze zo al naar hun eigen product, meldt Menko van Gorkum. ‘We hebben een werkgroep ingesteld rond de vraag: ‘Stel dat over een paar jaar melk niet meer in rvs tanks wordt opgeslagen?’ Ons moederbedrijf is iets conservatiever en wil dit niet horen, maar wat als iemand uit verrassende hoek met een alternatief komt? We zijn bijvoorbeeld, via ons strategisch partnerschap met Lely, betrokken bij de introductie van Mijn Melk (waarvoor melk van de koe via de melkrobots van Lely rechtstreeks in flessen wordt gebotteld, red.). Al ben ik er van overtuigd dat je de wereldbevolking industrieel moet blijven voeden.’

Over disruptie gesproken, Matthias ten Heuw erkent dat met de opkomst van de elektrische auto er minder gietijzeren delen van Doesburg Components voor de motor nodig zijn. ‘Maar het chassis wordt zwaarder, vanwege de accu’s, en de remschijven worden groter, dus er is ook weer meer ijzer nodig.’ Bovendien maakt materiaalinnovatie gietijzer sterker, waardoor het markten voor het van oudsher sterkere smeedstaal kan overnemen.

Lateraal denken

Zorgen over de toekomst van het eigen product heeft Wybren de Zwart, ceo van Saba in Dinxperlo, producent van lijmen en kitten, niet. ‘Er komen steeds meer toepassingen voor verlijming. Natuurlijk zijn er ook donkere wolken, zoals duurzaamheid, want lijmen is lastig voor recycling van producten. Maar wat ik echt zorgelijk vind, is dat er in Nederland nog weinig mensen met een creatieve blik te vinden zijn en dat lateraal denken in het onderwijs wordt onderbelicht, terwijl juist creativiteit belangrijk is voor innovatie. Veel bèta’s zijn fact-oriented en lijden daarom snel aan tunnelvisie; dat is niet altijd synoniem met innovatie.’ Welk advies heeft De Zwart voor het onderwijs? ‘Stuur studenten meer naar buiten’, antwoordt de Saba-voorman. ‘Kijk naar Duitsland, waar je een veel sterkere integratie van het onderwijs met de praktijk ziet.’ Rien Slingerland van IJssel weet uit eigen ervaring dat docenten, bijvoorbeeld van hogescholen, maar moeilijk tot bijvoorbeeld een stage in een bedrijf zijn te bewegen. ‘Draai het om, brengt het bedrijf naar de school’, suggereert De Zwart. IJssel doet dat ook, bijvoorbeeld met medewerkers die gastcolleges verzorgen. Slingerland: ‘Wij willen meer uitwisseling met scholen, maar dat moet wel voldoende worden gewaardeerd. Ik pleit daarom bijvoorbeeld voor betaling van gastdocenten.’

Stokpaardje

Ook Henk Tappel maakt zich geen zorgen over de toekomst voor de flowmeters van zijn Bronkhorst High-Tech in Ruurlo. ‘Bij veel van de sustainable development goals van de VN is daar een rol voor weggelegd. Waar wij bij onze groei tegenaan lopen, is het gebrek aan ‘handjes’; er zit nog steeds veel handwerk in het assembleren van onze producten. We zouden elders kunnen gaan produceren, maar mijn stokpaardje is dat je niet iets nieuws kunt verzinnen als je niet weet hoe het gemaakt wordt.’ Ontwikkeling en productie kunnen niet zomaar gescheiden worden. Andere opties die Tappel noemt zijn herontwerp van het product zodat robotisering makkelijker wordt, en een nog robuuster assemblageproces, waarin mensen met minder technische vaardigheden of met afstand tot de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet.

Menko van Gorkum (Mueller): ‘Misschien worden we leverancier van toegevoegde waarde, die verkoop van data als businessmodel heeft en daarvoor de productie van melktanks erbij doet.’

Linksom of rechtsom, het menselijke aspect komt altijd weer bovendrijven in discussies over innovatie. ‘Als je mensen gaat ontslaan vanwege procesinnovatie, kill je het bedrijf’, zegt Carel van Sorgen. ‘Mensen moeten zich veilig voelen, dan krijg je spin-off van hun inzet. Daarom houd ik van meet af aan mensen betrokken.’ Jazo is bezig met ‘ontmanagen’ en won zelfs een wedstrijd ‘Slimste bedrijf van Nederland’ met sociale innovatie. ‘De sfeer in ons bedrijf was NIKS: negativiteit, individualisme, kleinering, somberheid’, verklaart Pascal Bos. ‘Uit frustratie daarover heb ik er PRET van gemaakt: positiviteit, respect, enthousiasme, teamwork. Zo zijn we de ideeënbus echt serieus gaan nemen met ‘Mijn Idee’. Een indiener van een goed idee maken we ondernemer: heb je geld of middelen nodig om het idee uit te werken, regel het maar. Iemand die aan de zaag voor deurlijsten stond, bedacht dat de lengte van het uitgangsmateriaal, 6 meter, niet handig was omdat deuren tegenwoordig 2,10 meter hoog zijn. Hij regelde zelf met inkoop dat die voortaan 6,5 meter ging bestellen en was daar met recht trots op.’ Maar had niet iemand op basis van data-analyse kunnen vaststellen dat er wel erg veel restanten waren, werpt Hans Oonk van de Sunshine Group tegen. Bos: ‘In de praktijk is het toch de man op de werkvloer die ‘meet’ wat handig of onhandig is.’ Daar kan Oonk het mee eens zijn: ‘De beste ideeën komen van de mensen op de werkvloer zelf.’

Tussen massa en maatwerk

Het gaat in de maakindustrie met name bij procesinnovatie dus om het zoeken van de balans tussen mens en machine, illustreert Oonk. Zijn Sunshine Group in Doetinchem maakt onder de merknaam Dorema voortenten voor caravans en campers, assembleert Alpenkreuzer-vouwwagens en nam deze zomer het befaamde De Waard Tenten uit een faillissement over. De productie is nog arbeidsintensief, met onder meer 55 dames in de naaifabriek voor de tenten, maar automatisering van snijmachines en het magazijn (met scanners) is al aan de orde. Oonk: ‘Uitdagingen liggen onder meer in de digitalisering van de archivering en de accordering van werkopdrachten. Verder willen we de frequently asked questions online zetten voor onze klanten, de dealers, maar de vraag is hoever we moeten gaan met de digitalisering van het klantcontact. Je verliest toch wat als alles digitaal gaat.’

Aan tafel in Groenlo ziet men kansen voor het combineren van product- en procesinnovatie bij Dorema, en daarmee uiteindelijk voor innovatie van het businessmodel. Biedt Dorema al de mogelijkheid van het personaliseren van die voortenten, wil gespreksleider Meinders namelijk weten. Oonk: ‘Een concurrent doet dat, maar die is vier keer zo duur; wij gaan voor standaardproducten: massa maakt kassa.’ Het kan slimmer, volgens Carel van Sorgen: ‘Wijs een ‘interne kannibaal’ aan met als opdracht om in een strak georganiseerd proces die tenten in any size, any colour, any model te gaan maken.’ Om op die manier de efficiency van massa te combineren met de marge van maatwerk.

In zijn afsluitende woord haakt ING’er Klaas Jan Hutten hierop in. Hij zegt te hebben genoten van de discussie: ‘Het belang van de menselijke factor en leiderschap kwam duidelijk naar voren. En mooi dat jullie elkaars businessmodel gingen challengen.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.