Predictive maintenance in de utiliteitsbouw: wie licht de ankers?

0

Predictive maintenance (PdM) is een veelbelovende onderhoudsstrategie voor assets, ook in de utiliteitsbouw. Het is een onderhoudsstrategie waarbij de actuele toestand van de assets bepalend is voor het onderhoud dat wordt uitgevoerd. Ik zie hierin twee belangrijke voordelen voor de utiliteitsbouw. Aan de ene kant vergroot het de betrouwbaarheid van assets doordat storingen vroegtijdig gedetecteerd en voorkomen kunnen worden. En aan de andere kant bespaart het kosten doordat minder correctief of minder preventief onderhoud uitgevoerd hoeft te worden.

Deze voordelen worden in de toekomst cruciaal in de utiliteitsbouw. Berenschot ziet daarvoor drie belangrijke ontwikkelingen.

  1. Klanten willen niet langer een product bezitten, maar ontzorgd worden. Dus geen airco, maar tien jaar lang een aangenaam binnenklimaat. Hierdoor zal de lange termijn dienstverlening, in plaats van korte termijn productverkoop een steeds dominantere rol spelen in het businessmodel van de keten.
  2. De trend dat gebouweigenaren beheer en onderhoud uitbesteden zet door en lijkt blijvend. Hierdoor ontstaan andere verdienmodellen, zoals prestatiecontracten. In die contracten verschuift het risico richting dienstverlener. Deze zal steeds minder op basis van uurtje-factuurtje worden afgerekend, maar binnen de afgesproken prijs slim moeten nadenken over wat nodig is om de afgesproken prestaties te leveren.
  3. En het is dankzij technologische ontwikkelingen, zoals sensoren, Internet of Things (IoT) en Big Data makkelijker dan ooit om relevante data over de installed-base te verzamelen, te analyseren en te gebruiken.

Het idee is dus helder: PdM maakt het mogelijk om de beschikbaarheid van assets te laten stijgen, terwijl de onderhoudskosten dalen. En de klant is bereid daarvoor te betalen.

Toch lukt het de keten nog onvoldoende om deze belofte te verzilveren. Bedrijven die aarzelen noemen vaak twee redenen.

  • Kennis is versplinterd. Succesvolle toepassing van PdM vereist het beschikken over data van de conditie van het te monitoren systeem, kennis over faalmechanismen, kennis van onderhoud, en data-science competenties. Dit is vaak versplinterd aanwezig binnen bedrijven en hun toeleveranciers en ketenpartners, waardoor onderlinge afhankelijkheid bestaat. Zo bezit de fabrikant de monitoring data en kennis van faalmechanismen bezit. Maar voor kennis van onderhoud is hij afhankelijk van de onderhoudsdienstverlener. Die onderhoudsdienstverlener komt dagelijks bij klanten over de vloer en heeft hierdoor veel kennis van onderhoud, maar is afhankelijk van de fabrikant voor de data en kennis van faalmechanismen. En beiden zijn afhankelijk van het softwarebedrijf voor de infrastructuur waarmee data analyse en voorspellingen gedaan kunnen worden, inclusief het koppelen van de hiervoor benodigde algoritmes met de operationele bedrijfsapplicaties. Overigens is faaldata niet altijd beschikbaar, simpelweg omdat juist de kritische assets die zich lenen voor PdM nu preventief worden onderhouden voordat storing of schade optreedt.
  • Concurreren i.p.v. samenwerken. Alle partijen binnen de keten beschermen hun concurrentievoordeel en zijn bezig hun macht in de keten te vergroten. De fabrikant probeert zijn installed-base te vergroten door zo vroeg mogelijk in het proces een breed productportfolio te contracteren, inclusief beheer en onderhoud. Tegelijkertijd probeert de onderhoudsdienstverlener zijn ketenpositie als contracteigenaar van beheer en onderhoud te behouden. Tegelijkertijd probeert de onderhoudsdienstverlener zijn ketenpositie als contracteigenaar van beheer en onderhoud te behouden, en is daarbij terughoudend om onderhoudsinformatie te delen met fabrikanten en/of een PdM platform te ontwikkelen, omdat het risico bestaat dat de fabrikant of het softwarebedrijf straks met een kant-en-klare oplossing komt als het gaat om het leveren van IT platforms waarop PdM mogelijk is en de fabrikant rechtstreeks zijn diensten aan de eindgebruiker gaat leveren en zo in de lead komt.

Succesvolle implementatie van PdM is dus afhankelijk van goede samenwerking en uitwisseling van kennis tussen de verschillende partijen in de keten. De kracht van samenwerkingsverbanden wordt steeds bepalender in de concurrentiestrijd. De ‘duizendpoot’ die alles zelf doet verliest het in de toekomst van de coalitie die samen met de klant het avontuur aangaat en data ‘in the cloud’ gaat delen.

De fabrikant, de onderhoudsleverancier en het softwarebedrijf hebben elkaar dus hard nodig. Wanneer zij samen investering en risico’s delen om gezamenlijk een effectief, efficiënt en datagedreven verdienmodel te operationaliseren nemen ze een voorsprong op de concurrentie. Op die manier kunnen ze de belofte van PdM in de utiliteitsbouw verzilveren.

Auteur: Pieter-Jan Julius (Consultant bij Berenschot)

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.