Partnerschap transformeert Mitsubishi Elevator Europe ‘van smederij tot modern productiebedrijf’

0

Mitsubishi Elevator Europe (MEE) in Veenendaal bouwde van oudsher klantspecifieke liften voor de Benelux, met een hoofdrol voor de papieren tekening in het ontwerp- en maakproces. Na de opdracht van ‘Japan’ om een nieuwe lift te ontwerpen, ging het bedrijf in 2016 aan de slag met professionalisering van ontwerp (van 2D naar 3D) en productdatamanagement. Toen MEE die lift vervolgens ook voor de hele Europese markt mocht gaan bouwen, stroomlijnde het de productie en moest er een volwaardig ERP-systeem komen. Dankzij een brede digitaliseringsslag is MEE, met hulp van tal van partners, uitgegroeid tot een slagvaardige, vernieuwende organisatie.

MEE bouwt in Veenendaal liften niet compleet op maar in delen, die in aparte kisten naar de klant gaan. Shop Floor Control is daarop ingericht. Foto: MEE

– ‘De presentatie van LVD over Industrie 4.0 triggerde ons’

– ‘Plaatwerk konden we mooi geautomatiseerd door de fabriek halen, waardoor er minder uren nodig waren’

– ‘We wisten wat we wilden, van klant tot kantbank digitaliseren, maar niet hoe het moest’

– Papierloos werken is intussen vanzelfsprekend.

– ‘Alleen op deze manier blijven hogelonenlanden competitief en kunnen we een stuk maakindustrie voor Nederland behouden’

Achterblijver wordt koploper

Het begon met de opdracht van Mitsubishi Electric aan MEE om voor de Europese markt een nieuwe lift, de MOVE, te ontwikkelen, vertelt Aart van Ginkel. ‘Tot die tijd werkten we eigenlijk alleen voor de Benelux.’ Alle reden om het ontwerpproces te moderniseren. Danny van Duijn, specialist in Autodesk-software (Inventor voor ontwerp en Vault voor productdatamanagement), ging daarmee aan de slag. Hij introduceerde het tekenen in 3D en het parametrisch ontwerpen (voor het vereenvoudigen van de klantspecifieke orderengineering). ‘Ook het datamanagement stond bij MEE nog in de kinderschoenen. Daarvoor was een transformatie nodig van document- naar objectgeoriënteerd denken. Men was gewend op de papieren tekening alle projectinformatie te zetten. Ik heb meteen gezegd: “Dat moet eraf.” Met datamanagement kun je informatie hergebruiken en hoef je niet telkens alles weer te kopiëren. De stuklijst moest leidend worden.’

Ronald Potter (WiCAM): ‘De inzet van alle partijen heeft hier geleid tot een van de meest vergaand geautomatiseerde fabrieken in Nederland die ik ken.’ Foto: WiCAM

‘Vanwege de veel grotere aantallen en de noodzaak van een aantrekkelijke kostprijs wilden we naar ‘zero engineering’’

Een volgende prikkel was de vervanging van de kantbank, meldt Van Ginkel. ‘Ronald Potter van WiCAM, die voor de plaatwerksoftware al bij ons kwam, tipte ons voor de selectie over LVD. Hun presentatie over Industrie 4.0 triggerde ons. Wij wilden al meer gaan automatiseren en papierloos werken. Dat haakte aan op hun verhaal.’ LVD is niet de grootste speler in de markt voor plaatwerkmachines en kon daarom juist sneller schakelen naar Industrie 4.0, verklaart Kurt Debbaut, bij LVD verantwoordelijk voor de software die de integratie van de verschillende applicaties en machines regelt. ‘Onze systemen waren al langer gebaseerd op een centrale databank. MEE zocht een oplossing, een machine inclusief software voor integratie.’ Van Ginkel: ‘Met de CADMAN-software van LVD en de software van WiCAM kregen we al een mini-ERP voor aansturing van de plaatwerkafdeling.’

Als klap op de vuurpijl kwam de vraag of MEE ook de productie van de MOVE kon gaan doen. ‘In eerste instantie was dat nog niet zeker; het had ook naar een lagelonenland kunnen gaan. Nu kwamen twee sporen bij elkaar. Plaatwerk konden we mooi geautomatiseerd door de fabriek halen, waardoor er minder uren nodig waren en we dus prima konden concurreren.’

Ketenafstemming verkoop-fabriek-bouwplaats

De transitie naar een slagvaardige en vernieuwende onderneming maakt MEE op twee fronten: de serviceorganisatie en de fabriek. Dat stelt Theo Hoogendoorn, productmanager van Togetr, leverancier van smart manufacturing-platformen voor de maakindustrie. ‘De serviceorganisatie verzorgt de calculatie en integrale planning voor de fabriek. De omslag naar een taakgerichte organisatie en het combineren van gestructureerde calculatiegegevens met niet-gestructureerde informatie zoals taken en emaildocumenten geeft transparantie en inzicht.’ Om te vernieuwen en snel te kunnen reageren op marktvragen, heeft MEE een goede (keten)planning nodig. Hoogendoorn: ‘Een geaggregeerde afstemming van bouwplaats, engineering, werkvoorbereiding en fabriek is belangrijk voor een goede en tijdige uitvoering van de projecten. Het kritieke pad geeft inzicht in de doorlooptijden en de speling die er is. Een goede capaciteitsplanning van resources zowel op de montagelocatie als tijdens de assemblage en installatie van de lift zorgt voor een effectieve inzet van de monteurs. Ook voor MEE is de afstemming in de keten verkoop-fabriek-bouwplaats belangrijk.’ MEE heeft deze uitdaging opgepakt met een duale ICT-strategie, verklaart Hoogendoorn. ‘Standaard softwareoplossingen als PLM en ERP werken naadloos samen met specifieke MEE-oplossingen zoals geleverd door Togetr. Wij bieden de maakindustrie veel microservices (functionele componenten) en zijn in staat om deze oplossingen snel aan te passen aan de wensen van de klant.’

 

Van eto naar cto

‘Ga het maar doen’, zei Mitsubishi Japan. Van 180 stuks per jaar zou MEE naar 650 en misschien wel 1.000 stuks per jaar gaan. Makkelijker gezegd dan gedaan, ontdekte Van Ginkel al snel. ‘Met de bestaande software gingen we het niet redden, we moesten echt ERP gaan gebruiken.’ Henk ten Voorde werd aangetrokken als projectleider voor het ‘grote veranderingsproces’, te beginnen met het selecteren van een ERP-systeem. De keuze viel op Isah, vanwege de oplossingen die het biedt voor digitalisering van de fabriek, met onder meer Shop Floor Control, aansluitend op wat LVD en WiCAM voor cnc-bewerkingen al te bieden hadden. Ten Voorde moest met alle beschikbare softwaresystemen een configure-to-order (cto) proces inrichten, waar tot dan toe gewerkt werd met engineer-to-order (eto). ‘Vanwege de veel grotere aantallen en de noodzaak van een aantrekkelijke kostprijs wilden we naar ‘zero engineering’. We moeten nu de configuratie van elke lift goed definiëren en nog een keer controleren, maar dan wordt ie ook zo gemaakt. We gingen een generiek ontwerp maken, dat parametrisch is opgezet, met uiteindelijk meer dan 300 variabelen. Op basis daarvan hebben we uitgezocht hoe we de Vault-inrichting konden uitbreiden voor de koppeling met Isah en hoe de stuklijst eruit moest zien.’ De ruim 300 variabelen dekken alle mogelijke opties af die de MOVE kent. Samen definiëren ze een specifieke liftsamenstelling, bestaande uit koopdelen, zoals motoren en kabels, en maakdelen, vooral het plaatwerk. De unieke componenten zijn vaak plaatdelen; afhankelijk van de specificaties is plaat net wat langer, korter of dikker. Dat dekt het parametrisch ontwerp af. Alleen voor niet-standaardwensen is nog engineering nodig. Deze onderdelen lopen verder op dezelfde manier door het geautomatiseerde proces als de geconfigureerde standaarddelen, alleen moet er in Isah handmatig nog informatie aan worden toegevoegd.

Stuklijsten

De grote uitdaging was natuurlijk de integratie van de verschillende softwaresystemen. CAD & Company werd ingeschakeld om hun standaardkoppeling tussen Vault en Isah ook bij MEE te leggen en de uitwisseling van configuratie-informatie te helpen organiseren. Ten Voorde: ‘In overleg met Frank Pepping van CAD & Company hebben we twee configuratoren gerealiseerd. Eén voor sales om een tekening te maken van de lift zoals die bij de klant wordt geplaatst. Onze verkoper laat de klant die tekening controleren. Bij akkoord maakt de tweede configurator dan het tekeningenpakket voor de fabriek.’ Dat zijn heel andere tekeningen, mede omdat de lift in Veenendaal niet compleet wordt opgebouwd maar in delen, die in aparte kisten naar de klant gaan. Daar volgt complete assemblage en installatie van de lift. ‘De engineeringstuklijst voor een complete lift in Vault moet daarvoor worden omgezet naar een productiestuklijst voor kisten gevuld met componenten’, licht Pepping toe. ‘Dat was wel een uitdaging om voor elkaar te krijgen.’ Het zorgde voor hoofdbrekens bij de inrichting van Isah, vertelt Marco Verberck van Isah. ‘MEE tekende de lift altijd zoals die bij de klant kwam te staan. In overleg met Danny en Frank hebben we het nu zo geregeld dat een order wordt vertaald naar stuklijsten per kist.’

Arjen Verhoeff (Isah): ‘De eerste keer dat ik hier kwam, kregen we al de uitnodiging om mee te denken.’ Foto: Isah

Van zes maanden naar acht weken

Naast digitalisering van ontwerp en productiebesturing was stroomlijning van de processen op de werkvloer nodig. Dit om de doorlooptijd in productie te verkorten, van vier tot zes maanden naar uiteindelijk acht weken. Ten Voorde: ‘We hebben de vloer opnieuw ingericht, met twee fysiek gescheiden stromen, één voor eto-opdrachten, de specials die we blijven doen, en één voor de flowgeoriënteerde cto-productie.’ Van Ginkel: ‘Voor de nieuwe lift hebben we een speciaal engineeringteam gezet op het reduceren van productietijden, onder meer door voor een lift telkens zoveel mogelijk hetzelfde plaatmateriaal te gebruiken en zo min mogelijk verschillende bevestigingsmaterialen.’ Voor verdere stroomlijning is papierloos werken intussen vanzelfsprekend. ‘We hebben alleen nog papieren stickers en soms, als een scherm niet groot genoeg is, gebruiken we nog een papieren tekening.’ Inmiddels zit MEE al op tien weken doorlooptijd. Arjen Verhoeff van Isah is onder de indruk van deze ‘dramatische reductie’. Begin dit jaar is MEE gestart met de productie van de MOVE, eerst nog volgens het eto-proces. Per 1 juni dit jaar is Isah live gegaan, inclusief de koppelingen met de configuratoren, en zo kan MEE nu dus cto werken. Ten Voorde: ‘We zijn nu nog zaken aan het optimaliseren.’

Maakbaarheidscheck

Een belangrijke factor is maakbaarheid, schetst Ronald Potter. ‘CAD kent onbeperkte mogelijkheden, maar vervolgens moet nog wel gecontroleerd worden of een ontwerp kan worden gemaakt op het aanwezige machinepark en met de beschikbare gereedschappen. WiCAM en LVD hebben software om de machinebewerkingen te simuleren. Daar komt een één of een nul uit, wel of niet maakbaar, plus aanvullende informatie over aantallen zettingen, cyclustijden, enzovoort. Dat vormt de input die het ERP-systeem gebruikt voor de planning om bewerkingstijden en materiaalbehoefte te bepalen. We bouwen er een digital twin voor, die de engineer automatisch kan aanroepen. Daarmee kan hij zelf de maakbaarheidscheck runnen zonder dat hij de maakbaarheidskennis heeft. Daar is wel wat werk aan voorafgegaan, onder leiding van Danny, om de informatie in de 3D-modellen te herstructureren en verrijken.’ Debbaut: ‘Het gaat erom dat alles wat uit engineering komt, ook maakbaar is en dat dat op voorhand al is gecheckt.’ Hier betaalt zich uit dat de nodige aandacht is besteed aan het generieke ontwerp, met een focus op maakbaarheid, waardoor veel issues voor eens en voor altijd zijn opgelost.

Plaatdeel beschikbaar

De menselijke factor blijft belangrijk, weet Marco Verberck. ‘Nadat we een tijdje live waren, kwamen er wat irritaties. Niet omdat de software niet goed werkte, maar omdat mensen niet deden wat het proces van hen vroeg. Isah Shop Floor Control toont welke materialen beschikbaar zijn, zodat men weet welke bewerkingen wel of niet kunnen worden gestart. Bij MEE is dit gekoppeld aan bepaalde scanregistraties. Concreet voorbeeld: als een plaatdeel gereed is, dient de gebruiker het bijbehorende etiket te scannen, waarna de scanner aangeeft op welke kar het plaatdeel mag worden geplaatst. De gebruiker dient dat vervolgens te bevestigen. Vergeet die persoon dat te registreren, dan weet Shop Floor Control niet dat het plaatdeel beschikbaar is voor de volgende bewerking en kan de productie dus niet verder.’ Maar al met al is Van Ginkel tevreden over de implementatie. ‘Mensen hoeven niet meer naar tekeningen te zoeken, de stuklijsten zijn altijd beschikbaar. In het verleden was het een drama om vanaf tekening alles bij elkaar te zoeken, binnenkort is het helemaal zover dat alles op de juiste tijd op de juiste plek aanwezig is. In het begin wilden we dingen nog wel eens anders doen dan Shop Floor Control voorschreef, daar kregen we dan later spijt van. Marco zei altijd: “Probeer eerst nu eens hoe het werkt, dan kun je altijd nog kijken of je het anders wilt.”’ Arjen Verhoeff spreekt van een ver doorgevoerde digitalisering. ‘Met gespecialiseerde software en Isah als backbone heeft dat tot een compleet IT-landschap geleid.’

Uitnodiging

Zo heeft MEE zijn droom weten te realiseren, concludeert Van Ginkel. ‘We wisten wat we wilden, van klant tot kantbank digitaliseren, met zero engineering, maar niet hoe het moest. Dat wisten onze partners wel.’ Verhoeff beaamt dat er geen sprake was van een klassieke klant-leveranciersrelatie. ‘De eerste keer dat ik hier kwam, kregen we al de uitnodiging om mee te denken.’ Potter. ‘Ook voor ons was dit een inspirerend project. Naar Isah hadden we nog geen vaste interfacing; die is er dankzij dit project gekomen.’ Een succesfactor was ook dat MEE een speciale projectmanager voor het traject aanstelde. Ten Voorde: ‘Dit was een multidisciplinair project met allemaal afdelingsoverstijgende zaken. Daarom was onafhankelijke regie nodig. Bovendien waren er onderweg nog veel onbekende factoren; we waren nog bezig met productontwikkeling terwijl we de productconfiguratoren al aan het bouwen waren. We schoten eigenlijk telkens op een bewegend doel. Dankzij onze agile aanpak is dat gelukt. We hebben pittige discussies gehad met de leveranciers, maar wel veel gehad aan hun bijdragen.’

Opgemerkt in Japan

Kurt Debbaut waardeert het als een klant openstaat voor de projectpartners. ‘Vooral in Nederland hebben we veel klanten zoals MEE, die ons vragen om te helpen en ook naar ons willen luisteren.’ Dat sluit aan op de boodschap van Verhoeff voor machinebouwers die eenzelfde slag willen maken als MEE. ‘Zoek bewust strategische partnerships met je leveranciers en stel je daarin kwetsbaar op.’ Van Ginkel onderschrijft: ‘Dankzij de inzet van alle partners zijn we van smederij tot modern productiebedrijf uitgegroeid.’ Dat bleef niet onopgemerkt in Japan, waar men niet alleen inhoudelijk meekeek naar het liftontwerp maar ook de veranderingen in het IT-landschap volgde. ‘De grote baas van Mitsubishi Electric kwam vorig jaar over uit Japan naar Europa en bezocht ook even ‘klein duimpje’ in Nederland. Hij was zo verbaasd dat hij zijn tweede man, de productiechef, deze kant opstuurde, want die moest weten wat we hier deden. Ook hij was onder de indruk.’ Logisch, aldus Potter: ‘De inzet van alle partijen heeft hier geleid tot een van de meest vergaand geautomatiseerde fabrieken in Nederland die ik ken.’ Danny van Duijn: ‘MEE was geen voorloper toen ik hier vier jaar geleden kwam, maar die schade hebben ze wel ingehaald. Menig bedrijf kan hiervan nu leren.’ Henk ten Voorde en Arjen Verhoef sluiten eenstemmig af: ‘Alleen op deze manier blijven hogelonenlanden competitief en kunnen we een stuk maakindustrie voor Nederland behouden.’

Lees Link magazine digitaal of vraag een exemplaar op bij mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Liftgenoten

Mitsubishi Elevator Europe (MEE) heeft vanaf 2016 tal van partners betrokken bij zijn automatiserings- en digitaliseringstraject. Een groot aantal van hen was vertegenwoordigd in een Teams-sessie met Link Magazine:

  • Aart van Ginkel, hoofd productie bij MEE, dat hoogwaardige liften ontwikkelt en bouwt en liftonderhoud en -renovatie verzorgt; MEE is onderdeel van het Japanse Mitsubishi Electric.
  • Henk ten Voorde, strategisch projectmanager bij MEE.
  • Arjen Verhoeff, manager sales & business development bij Isah Business Software, leverancier van ERP-software voor de klantordergestuurde maakindustrie.
  • Marco Verberck, functioneel consultant bij Isah.
  • Danny van Duijn, eigenaar vanDUIJN consultative engineering, specialist in implementatie en optimalisatie van Autodesk-software.
  • Frank Pepping, consultant bouw en maakindustrie bij CAD & Company, dat bedrijven ondersteunt bij implementatie-, innovatie- en digitaliseringstrajecten, op basis van onder meer Autodesk-software.
  • Kurt Debbaut, productmanager CADMAN® software bij LVD, de Belgische leverancier van plaatbewerkingsmachines en integratiesoftware.
  • Ronald Potter, businessmanager Benelux bij WiCAM, leverancier van high-end CAD/CAM- en nestingsoftware voor cnc-plaatbewerking.
Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.