Ook wij in Europa gaan hard

0

Voor zover de Amerikanen ons dat toestaan, gaan we binnenkort weer massaal inkopen in China, voorspelde me onlangs iemand met enig gevoel voor theater. Ontleende China nog geen tien jaar geleden zijn concurrentievermogen aan lage lonen, nu al onderscheidt het zich met hoogwaardig geautomatiseerde productie en eigen kennis daarvan. Tien jaar geleden konden we onszelf nog wijs maken dat Chinezen te volgzaam waren om zelf iets te kunnen creëren, maar dat gat hebben ze klaarblijkelijk gedicht. Vraag is wederom: hoe houden we het productiewerk hier?

Daarom worden hier experience en competence centers ingericht, en workshops en world cafés georganiseerd (zie het verslag van het Link Café in de februari-uitgave) om bij bedrijven maar enigszins te laten landen dat ze databedrijven moeten worden. Dat je alleen met data en met het vermogen die om te zetten in optimale processen voor optimale producten en diensten mondiaal nog wat te concurreren hebt. Dat die ceo-met-een-werktuigbouwkundige-achtergrond plaats moet maken voor een cda, een chief data analist. Doe je dat niet, dan ben je out of business. Aldus de strekking van een interessant gesprek.

Nu zijn inwoners van Nederland en van een aantal andere EU-landen het gelukkigst. Gelukkiger dan die in de VS en China bijvoorbeeld. De grote, calvinistische vraag is natuurlijk: blijft dat zo? Of worden we ongelukkiger? Nu is de mate van geluk het resultaat van een veelheid aan welzijnsfactoren. De economische in casu materiële welstand is er slechts één van. Maar bij de vraag hoe het daarmee in de toekomst is gesteld voel ik me, als hoofdredacteur van een bedrijfseconomisch blad als Link, het meest senang.
En dan vraag ik me af of we ons zorgen moeten maken over ons vermogen efficiënt te produceren. Immers, gaat de economische wereld rond ons knusse, gezellige, Rijnlandse EU-dorp niet veel sneller dan wij? Worden grote besluiten buiten onze democratische enclave immers niet in no-time genomen? Wat googlen leert dat, volgens het World Economic Forum/McKinsey (2019) vier van de acht slimste smart factories reeds in China staan. Fabrieken mét een digitale smart supply chain, georganiseerd in het besef dat het weinig zin heeft één schakel te digitaliseren als klanten, partners en toeleveranciers analoog blijven communiceren. Hier is een autocratische ketenregisseur aan het werk geweest, denk je dan, geruggesteund door de almachtige overheid.

En gaan ook de VS niet veel harder dan wij? Politiek mag het land gespleten zijn, het is wel een zeer hechte federatie. Een machtsblok met een fikse thuismarkt dat met militaire, monetaire en marketingpower en heel veel durfkapitaal de wereldeconomie naar zijn hand kan zetten.
Maar dan kijk ik nog eens goed naar het WEF/McKinsey-onderzoek en zie dat van de top-acht slimste smart factories er weliswaar vier in China staan, maar dat twee daarvan in Europese handen zijn (Bosch en Danfoss), één in Taiwanese (Foxconn) en dat er slechts één Chinees is (Haier). De andere vier zijn gesitueerd in Europa waarvan er drie Europese eigenaren hebben (Bayer, BMW en Phoenix Contact). Eén staat in Ierland en is Amerikaans (Johnson & Johnson). Stuk voor stuk oem’ers met een groot, logischerwijs vooral Europees ecosysteem.

De complete lijst van smarthest factories, samengesteld door McKinsey & Company voor het World Economic Forum, bestaat inmiddels uit 44 zogeheten lighthouses. Europa doet het daarin veel beter dan Noord-Amerika. Azië is met een inhaalslag bezig.

De wereld gaat hard, maar ook hier binnen ons EU-dorp staan we bepaald niet stil.
Martin van Zaalen
Hoofdredacteur Link Magazine

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.