OESO waarschuwt voor dalende Belgische productiviteit

0

De productiviteit bij onze zuiderburen  ligt hoog, maar haar jaarlijkse groei is al twintig jaar fors aan het inboeten. Die waarschuwing staat te lezen in een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), dat maandag in Brussel werd voorgesteld.

De organisatie lanceert zeven aanbevelingen die ervoor moeten zorgen dat België haar koppositie kan behouden, o.a. door het Belgische fiscale ondersteuningssyteem voor R&D bij bedrijven effectiever te maken en door de investeringen in universiteiten te verhogen.

Afname productiviteit

Een Belgische werknemer produceert op een uur tijd 35 procent meer waarde dan een gemiddelde werknemer uit de Oeso-landen. België heeft ook een van de meest productieve economieën in Europa en onze productiviteit ligt ook hoger dan in Duitsland, Nederland en Frankrijk. België neemt de vierde plaats in na Ierland, Luxemburg en Noorwegen.

Geen vuiltje aan de lucht, zou je denken. Maar niets is minder waar.

Het probleem is immers dat de jaarlijkse groei van de productiviteit al jaren aan het afnemen is. De voorbije tien jaar bedroeg de productiviteitsgroei amper 0,3 procent per jaar, terwijl dat in de jaren tachtig en negentig meer dan 2 procent was.

Andere landen kennen die terugval ook, maar de daling is daar niet zo scherp als bij ons.

Slechts zeven van de 36 Oeso-landen kenden tussen 2007 en 2017 een lagere groei. Mocht België het ritme van weleer hebben aangehouden, dan zou de productiviteit 25 procent hoger liggen.

Gele vlag

Volgens secretaris-generaal José Angel Gurria betalen de Belgen nu al een prijs voor de lagere productiviteitsgroei, die zich vooral in de dienstensector manifesteert. Sociale partners hebben weinig om over te onderhandelen en de uurlonen zijn het voorbije decennium nauwelijks 0,5 procent per jaar toegenomen.

“We steken geen rode vlag, maar een gele vlag omhoog”, waarschuwde Gurria.

Zeven acties

De organisatie schuift zeven acties naar voren die België zijn positie in het koppeloton moeten helpen behouden.

  1. Zo pleit ze voor meer concurrentie. De Oeso ziet bijvoorbeeld een hoge mate van regulering en een onvoldoende sterke rol voor de mededingingsautoriteit bij de totstandkoming van wetten en regels, net als weinig starters en meer bedrijven dan elders die lange tijd actief blijven.
  2. Ons land kent daarnaast een hoge overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling, maar moet die volgens de Oeso gerichter investeren.
  3. Ook moet België ervoor zorgen dat eenvoudiger risicokapitaal wordt verstrekt en dat de kosten voor risico’s nemen verminderen.
  4. Daarnaast wil de organisatie dat het gemakkelijker wordt voor werknemers om te verhuizen van bedrijven in moeilijkheden naar bedrijven met groeipotentieel.
  5. Ze hamert ook op het belang van levenslang leren
  6. en een versterking van overheidsinvesteringen in bepaalde sectoren.
  7. Tot slot wijst de studie erop dat het centraal loonoverlegsysteem het goed heeft gedaan op macro-economisch niveau en het behoud van de productiviteit. Toch pleit de Oeso ervoor meer vrijheid te geven voor bedrijven om lonen te bepalen, zonder de voordelen van centraal loonoverleg overboord te gooien.

U treft het door de OESO voorgestelde zeven punten actieplan op pagina’s 25 tot 46 en de analyse van het federale fiscale R&D ondersteuningsmechanisme op pagina’s 29-30 van het rapport. 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.