Niet IoT-technologie, maar transparante communicatie cruciaal voor succes smart city

0

Met IoT-technologie kunnen steden ‘smart’ worden gemaakt, in de zin dat de leefbaarheid wordt verhoogd. Evidente oplossingen voor dito problemen bestaan hierbij echter niet, zo heeft John Baekelmans, voorheen chief technology officer bij Cisco en nu managing director & vice-president bij imec Nederland, ervaren. ‘Je moet altijd zorgen voor optimale ‘inclusiviteit’ van de burger.’

• ‘Succes staat of valt bij optimale inclusiviteit.’
• ‘Er is altijd een partij nodig die de verschillende silo’s binnen een gemeente weet te verbinden.’
• ‘Duurzaamheid is heel belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van veiligheid.’
• ‘Een idee dat de burgers breed dragen, heeft de meeste kans op succes.’

‘Slimme stad’ creëer je niet vanachter bestuurstafel, maar op straat

Op 24 oktober organiseert Imec/Holst Centre en Link Magazine bij Holst Centre in Eindhoven een ronde tafeldiscussie over smart cities. Overheden en technologiebedrijven worden uitgenodigd om aan te schuiven. Voor meer informatie: john.vanginkel@linkmagazine.nl.

Link Magazine arriveert een kwartier te laat: files… Langs de ring van Antwerpen, vertelt John Baekelmans, staan op drie strategisch gekozen punten wegsleepauto’s van de Recovery Service F.A.S.T. (= Files Aanpakken door Snelle Tussenkomst). Die staan tijdens de spits precies daar stand-by waar ze het snelst auto’s met panne kunnen wegslepen – zodat de weg zo snel mogelijk weer vrij is. Geen overbodige luxe in de door verkeersopstoppingen geteisterde Vlaamse stad. Waarmee niet gezegd is dat er in een stad vanzelfsprekende oplossingen voor evidente problemen bestaan. Baekelmans, in zijn huidige functie bij imec Nederland en in zijn vorige baan bij Cisco nauw betrokken bij het creëren van smart cities, weet daar alles van.

Optimale ‘inclusiviteit’
Dat wordt direct duidelijk als hij, bij wijze van interviewaftrap, gevraagd wordt naar de definitie van ‘smart city’. Zorgvuldig formulerend: ‘Dat is een stad waar met slimme technologieën (IT en IoT, red.) de leefbaarheid op een zo hoog mogelijk niveau gebracht wordt. Maar, het probleem is dat er geen eenduidige definitie bestaat van ‘leefbaarheid’. Wat de ene burger ervaart als een probleem voor de leefbaarheid, ziet een ander als ondergeschikt; een oplossing die in de ene stad algemeen ervaren wordt als geschikt, krijgt afkeuring in de andere. Het realiseren van een smart city vereist dan ook dat het stadsbestuur heel goed op de hoogte is van wat er speelt. En dat is vaak lastig te achterhalen’, weet Baekelmans, die al bij Cisco actief was om tal van steden (waaronder Barcelona, Kopenhagen, London, San Francisco en Chicago) slimmer te maken. ‘Mijn beginvraag aan het stadbestuur was steeds: benoem drie prioriteiten voor het verhogen van de leefbaarheid. Bewust geen tien of 25, maar slechts drie. Dat lijkt eenvoudig, maar blijkt vaak heel lastig. Natuurlijk kun je wijkbijeenkomsten houden en via het internet meningen vergaren, maar dan mis je onvermijdelijk al die mensen die geen tijd hebben of de uitnodiging hebben gemist. Die voelen zich dan niet gehoord en zijn het al gauw niet eens met de oplossingen. Bijvoorbeeld omdat die inspelen op problemen die zij niet relevant vinden. Je moet dus altijd zorgen voor optimale ‘inclusiviteit’.’ Kun je de burger vervolgens ook nog overtuigen dat de voordelen van innovaties voor hem veel groter zijn dan de nadelen, dan is hij er wel voor te winnen, is Baekelmans ervaring.

‘Er zijn 32 pilotprojecten gedraaid; 9 zijn uiteindelijk daadwerkelijk stadsbreed geïmplementeerd’

Silo’s verbinden
Die inclusiviteit betreft niet alleen de burgers, maar ook de verschillende afdelingen binnen een gemeente. ‘Stel dat veiligheid én mobiliteit grote problemen voor de leefbaarheid zijn. Dan doe je er goed aan daar direct alle afdelingen bij te betrekken. Doe je dat niet, dan kun je de camera’s die je installeert om onveilige punten te bewaken niet zomaar inzetten om ook de verkeersintensiteit te monitoren. Want die camera’s zijn betaald uit het budget van de politie en dus kan de dienst Wegbeheer die niet zomaar gebruiken. Je hebt dus altijd een partij nodig die de leiding neemt, die een visie heeft, die de burgers betrekt en weet wat die burgers willen, en die de verschillende silo’s binnen een gemeente weet te verbinden.’

John Baekelmans, managing director bij imec Nederland: ‘Wij werken aan algoritmen waarmee het indoor-luchtkwaliteitssysteem kan uitrekenen hoeveel extra verse lucht een ruimte nodig heeft.’ Foto’s: Bart van Overbeeke

Processie van Echternach
Langs die route komen tot het slim oplossen van juist die grootste, meest breed gedragen leefbaarheidsproblemen is een grote uitdaging, zo heeft Baekelmans ondervonden in de jaren dat hij namens Cisco in Barcelona werkte. Hij begon er in 2009, met als kers op de taart de verkiezing in 2014 van Barcelona tot ‘slimste stad van de wereld’. Maar dat vergde dus wel vijf jaar. Het blijkt een proces dat zich voltrekt als de Processie van Echternach: drie stappen vooruit en twee achteruit. En dat is nog flatteus uitgedrukt. ‘Wij hebben daar 32 pilotprojecten gedraaid. Negen zijn uiteindelijk ook daadwerkelijk stadsbreed geïmplementeerd. Onder de afvallers zaten zo op het oog heel evidente oplossingen voor dito problemen. Slimme verlichting was er zo een. Stadsverlichting kost veel geld. Door de lampen te vervangen door leds konden we al 30 procent besparen. Die besparing kon oplopen tot 70 procent dankzij een systeem dat ervoor zorgt dat verlichting alleen brandt waar mensen zijn. Licht dat dus meebeweegt met de fietser of voetganger. Toch heeft dat het niet gehaald: de burger vond het te donker en daarom te onveilig. Duurzaamheid wordt heel belangrijk gevonden, maar het mag niet ten koste gaan van de veiligheid.’

OV on demand
Wel geïmplementeerd is ‘snelle stadswifi’. ‘Iedereen vindt dat echt een verantwoordelijkheid van de gemeente. Die zorgt niet alleen voor een fysieke infrastructuur van goede kwaliteit, maar ook voor een goede digitale connectiviteit.’ Barcelona heeft nu ook een ov-systeem waarmee mensen via een app kunnen aangeven wanneer ze bij welke halte willen worden opgehaald. Ze krijgen dan een melding wanneer ze worden opgepikt en hoe laat ze op hun bestemming zijn – met een paar minuten speling, gegarandeerd. Wel waren extra busbanen nodig en moeten bussen overal groen licht krijgen om op tijd te kunnen arriveren. Dat idee droegen de burgers breed en het is een succes: mensen laten de eigen auto staan en pakken de bus.

City of Things-programma
Voor het ontwikkelen van dergelijke oplossingen is veel technologie nodig, IoT-technologie. Dat verklaart de betrokkenheid van imec bij het ontwikkelen van smart city-technologie, onder de noemer City of Things-programma. Technologie die de imec-vestiging in het Holst Centre op de High Tech Campus Eindhoven niet alleen ontwikkelt, maar ook, op kleine schaal, uitprobeert. Baekelmans wijst naar een printplaatje waarop andere elektronica gemonteerd is: een experimentele sensor, die CO2-gehalte, temperatuur, luchtvochtigheid en lichtintensiteit meet. Elke ruimte in het gebouw van het Holst Centre is ermee uitgerust. Op zijn telefoon opent hij een app: er verschijnt een plattegrondje waarop in kleur het actuele CO2-gehalte is geprojecteerd. Kamer 27, waar wij zitten, begint al wat rood uit te slaan. ‘Wij werken hier aan algoritmen waarmee dit indoor-luchtkwaliteitssysteem kan uitrekenen hoeveel extra verse lucht een ruimte nodig heeft. Heel belangrijk als je weet dat het sick building syndroom debet is aan 20 procent van het ziekteverzuim. Het systeem kan ook laten zien dat en hoeveel mensen er in een ruimte zijn. En het kan dienen als navigatiesysteem. In deze tijd van flexwerk is het handig dat het systeem tot op dertig centimeter nauwkeurig kan bepalen waar je collega met wie je iets wilt afstemmen uithangt.’

Outdoor-uitvoering
Diezelfde technologie wordt al toegepast in Antwerpen, in de outdoor-uitvoering. Twintig auto’s van postbezorgbedrijf BPost zijn uitgerust met compacte kastjes die overal in de stad de luchtkwaliteit meten en dat doorgeven aan de experimentele ‘centrale’ in Eindhoven. Die data zijn online ook voor de burgers toegankelijk. Een eerste stap, erkent Baekelmans. ‘Van de conclusie dat hij in de vuilste straat van de stad woont, wordt een burger niet enthousiast. Maar het systeem is ook in staat te meten om welke sóórt fijnstof het gaat. Zo is de bron te achterhalen en kun je gericht maatregelen nemen. Maar zover zijn we nog niet. Voor Antwerpen is het idee om uiteindelijk zes hubs in te richten, knooppunten verspreid over de stad, van waaruit Mobility As A Service (MAAS, red.) geleverd kan worden. Die kosten veel geld, dus dat is niet morgen geregeld. Het belangrijkste is ook hier dat je transparant bent in je communicatie en de burger steeds nauw betrekt.’

City of Things Antwerpen: burger centraal
Het City of Things-programma van Antwerpen, met imec als penvoerder, wordt uitgevoerd volgens het model ‘quadrupel helix’: de ambitie van de burger staat centraal. Samenwerkingsverbanden tussen ondernemers, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en de overheid geven invulling aan dit proces. De partijen vullen elkaar aan en versterken elkaar, met als doel dat de innovatie direct bijdraagt aan de behoefte van de burger. Bedrijven die in het Vlaamse programma meedraaien zijn vooral multinationals, maar ook enkele kleinere, lokale spelers. Daaronder Cisco, Nokia, Telenet, Proximus en de Vlaamse AI-specialist en scale-up Robovision. Nog niet betrokken is het Eindhovense Sorama. Deze Nederlandse scale-up is heel actief in het werkveld van smart cities en werkt daartoe onder meer nauw samen met de Emmense specialist in smart lighting Sustainder. Die heeft de geluidscamera van Sorama geïntegreerd in een slimme lantaarnpaal.

Songdo: de ‘maakbare’ stad bestaat niet
John Baekelmans heeft in zijn tijd bij Cisco over de hele wereld smart city-projecten uitgevoerd. Die ervaring heeft hem geleerd dat het implementatieproces in elke stad anders verloopt. Vooral omdat de wensen of eisen van de burger steeds weer anders zijn. Zo hecht de westerse mens veel waarde aan privacy, veel meer dan de doorsnee Aziaat. Ook is de behoefte aan een besluitvormingsproces dat democratisch verloopt lang niet overal even groot. Zo was Baekelmans betrokken bij de ontwikkeling van de eerste slimme stad ter wereld: Songdo in Zuid-Korea. Dat verliep relatief eenvoudig, met als belangrijke reden: bij de start van het project bestond de stad nog alleen op de tekentafel. ‘Als je nieuwe technologie vanaf het eerste begin mee kunt nemen in het stadsontwerp, dan vergemakkelijkt dat de zaak. En ook telt dat de Koreaan vlotter wat privacy opgeeft als hij daar zinvolle diensten voor terugkrijgt. Als de burger daar ‘s morgens naar zijn werk vertrekt, schakelt een systeem de verwarming en alle elektronica automatisch uit. Het systeem weet precies hoe laat de bewoner weer thuiskomt en kent al diens persoonlijke voorkeuren. Dus laat het bijvoorbeeld op woensdagavond het bad vollopen met water van exact de gewenste temperatuur… Een compleet servicepakket dat de gebruiker een paar dollar per maand kost.’
Tegelijk toont Songdo aan dat de ‘maakbare’ stad niet bestaat. Ruim twaalf jaar na de start van het project wonen er slechts 70.000 mensen, een kwart van wat de ontwikkelaars geraamd hadden, aldus een recent artikel in de South China Morning Post.

Op 24 oktober organiseert Imec/Holst Centre en Link Magazine bij Holst Centre in Eindhoven een ronde tafeldiscussie over smart cities. Overheden en technologiebedrijven worden uitgenodigd om aan te schuiven. Voor meer informatie: john.vanginkel@linkmagazine.nl.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.