Nederlandse bedrijven investeren weer fors in onderzoek en ontwikkeling (R&D)

0

Het onderzoeksinstituut Erasmus Centre for Business Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam voert jaarlijks de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor uit. Het onderzoek staat onder leiding van Prof.dr. Henk W. Volberda van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM). De resultaten van het onderzoek worden bekend gemaakt tijdens de uitreiking van de Nederlandse Innovatie Prijzen op dinsdag 31 oktober 2017 in het Kurhaus te Scheveningen. De uitreiking is een coproductie met de AVROTROS. Het onderzoek heeft als voornaamste bevindingen:

? Nederlandse bedrijven investeren weer fors in onderzoek en ontwikkeling (R&D)

Na een jarenlange daling (sinds 2009) zijn de investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) en in informatie- en communicatietechnologieën (ICT) het afgelopen jaar weer substantieel toegenomen. Bij R&D-investeringen gaat het om een stijging van 2,1% naar 4,3% van de omzet en bij ICT een stijging van 2,0% naar 4,8% van de omzet. Henk Volberda: “Gunstige economische vooruitzichten en de opkomst van nieuwe technologieën die de basis vormen van de 4de industriële revolutie (kunstmatige intelligentie, robotisering, Internet of Things, cloud computing en 3D printing) vergroten de bereidheid en noodzaak van bedrijven om weer meer te investeren in innovatie.”

? De menselijke kant van innovatie blijft echter grotendeels onbenut

Voor de succesvolle toepassing van deze nieuwe technologieën binnen bedrijven zijn investeringen in R&D echter onvoldoende. Disruptieve technologieën zoals Artificiële Intelligentie, Biotechnologie, Internet of Things, Robotisering en 3D-printing zullen nieuwe economische groei mogelijk maken, maar kunnen ook leiden tot nieuwe sociale conflicten. Volgens Volberda zullen “bedrijven die eenzijdig investeren in deze disruptieve technologieën, maar niet volop investeren in nieuwe kennis en vaardigheden van medewerkers niet profiteren van deze nieuwe groeimogelijkheden”. Volberda: “Om in te spelen op de vierde Industriële Revolutie lijken bedrijven in Nederland vooral aandacht te besteden aan technologische innovatie. Echter, nieuwe verdienmodellen en nieuwe producten en diensten vragen ook om plattere organisatievormen, vernieuwend leiderschap, nieuwe vaardigheden van medewerkers en slimmere manieren van samenwerken.” Dit laatste wordt ook wel sociale innovatie genoemd. Voor succesvolle innovatie is aandacht voor deze zachte kant van innovatie (leiderschap, organisatievorm, vaardigheden medewerkers) net zo belangrijk als de harde kant van innovatie (technologie en ICT). Gedurende het afgelopen jaar zijn bedrijven juist minder (-2,8%) gaan investeren in sociale innovatie. De combinatie van toenemende investeringen in technologische innovatie en afnemende investeringen in sociale innovatie brengt met zich mee dat nieuwe technologieën binnen bedrijven wel voorradig zijn, maar beperkt worden aangewend voor de realisatie van nieuwe producten en diensten.”

? Innovatiecampussen en scienceparken verhogen het innovatievermogen van met name achterblijvers

Organisaties die bij innovatie-activiteiten voornamelijk samenwerken met externe partijen die hoofdzakelijk gevestigd zijn in een innovatiecampus of sciencepark scoren hoger op verschillende typen innovaties: verbeterde producten en diensten voor bestaande markten ofwel incrementele innovatie (+6%), nieuwe producten en diensten voor nieuwe markten ofwel radicale innovatie (+21%), en fundamenteel nieuwe producten en diensten die concurrenten op grote achterstand zetten ofwel disruptieve innovatie (+22%). Echter, goed presterende bedrijven zijn juist minder gericht (-4%) op samenwerking met partners die op innovatie campussen en scienceparken gevestigd zijn. Volgens Henk Volberda geven deze bevindingen aan dat vooral achterblijvers op het gebied van innovatie extra profijt hebben van innovatiecampussen.

? Innovatiekoplopers hebben een sterke internationale oriëntatie door meer samen te werken met innovatiepartners die buiten Europa zijn gevestigd

Bedrijven die hoog scoren op radicale en disruptieve innovatie (innovatiekoplopers) werken bij innovatieactiviteiten vooral meer samen met partners die gevestigd zijn buiten Europa. Voor radicale innovatie en disruptieve innovatie betreft dit verschil achtereenvolgens 35% en 27%. Volberda: “Een toenemende focus op groeimarkten buiten Europa, meer spreiding van onderzoekscentra van bedrijven over de wereld, en de aanwezigheid van bepaalde specialistische kennis in gebieden buiten Europa dragen bij aan een verhoogd innovatiesucces. Zo werkten innovatieve en snelgroeiende bedrijven als Booking.com en TomTom met partners over de gehele wereld (zogenaamde ‘born globals’) en introduceerden hun producten en diensten aanbod in een zeer kort tijdsbestek in een groot aantal landen.”

? Flexibele werktijden van medewerkers bevorderen de productiviteit en medewerkerstevredenheid van bedrijven, maar flexibele werklocaties van medewerkers leiden juist tot meer radicale innovatie en disruptieve innovatie

Organisaties waarbij medewerkers veel mogelijkheden en eigen inbreng hebben met betrekking tot werktijden (flexibele werktijden) zijn productiever en zij hebben meer tevreden medewerkers. Flexibiliteit in de locatie waar gewerkt wordt (alternatieve locatie binnen het bedrijf, vanuit huis of elders werken) speelt daar geen voorname rol in. Organisaties die hoog scoren op flexibele werklocaties scoren juist hoger op radicale innovatie en disruptieve innovatie. In dit geval spelen flexibele werktijden juist geen voorname rol. Henk Volberda: “Een verhoogde flexibiliteit in werktijden bevordert de mogelijkheden voor medewerkers om te werken op de momenten die voor hen meer uitkomen, op momenten die zij prettiger vinden, en waarop zij productiever zijn. Meer flexibiliteit in werklocatie bevordert juist de toegang van medewerkers tot nieuwe kennis – al dan niet buiten het eigen vakgebied – wat het innovatievermogen ten goede komt.”

? Een grotere flexibele schil kan bedrijven helpen om nieuwe externe kennis aan te wenden voor innovatie, maar leidt tot uitstelgedrag van eigen investeringen in R&D en ICT

De flexibele schil van bedrijven bestaat bijvoorbeeld uit zelfstandigheden, uitzendkrachten, oproep- en invalkrachten, medewerkers met een tijdelijke aanstelling en medewerkers met aan aanstelling van minder dan 12 uur per week. Bedrijven met een relatief grote flexibele schil scoren hoger op disruptieve innovatie (+5,9%), radicale innovatie (+4,6%), en incrementele innovatie (3,6%) dan bedrijven met een beperkte flexibele schil. Echter, bedrijven met een grote flexibele schil investeren minder in R&D (-3,5% van de omzet) en ICT (-1,1% van de omzet). Volberda: “Deze bevindingen vormen een indicatie dat een grotere flexibele schil wordt aangewend om kennis van buiten in te kopen of te benutten. Echter, doordat het gepaard gaat met minder investeringen in technologische innovatie kan een grote flexibele schil op termijn leiden tot uitholling van de organisatie.”

? Duurzame inzetbaarheid bevordert het innovatievermogen in vergrijsde organisaties

Duurzame inzetbaarheid betreft de mate waarin medewerkers elders ingezet kunnen worden, binnen de huidige organisatie of erbuiten. Organisaties met oudere medewerkers die relatief beperkt duurzaam inzetbaar zijn scoren 5,3% lager op radicale innovatie dan de referentiegroep: organisaties met jongere medewerkers die relatief beperkt duurzaam inzetbaar zijn. Organisaties met oudere medewerkers die wel duurzaam inzetbaar zijn scoren juist 26,2% hoger op radicale innovatie dan de referentiegroep. Henk Volberda: “organisaties met een vergrijsd personeelsbestand kunnen hun innovatievermogen aanzienlijk verhogen door het actief bevorderen van duurzame inzetbaarheid. Het bevordert het delen en uitwisselen van kennis, vaardigheden, en ervaringen om zo het innovatievermogen te bevorderen.”

? Het leveren van een maatschappelijke bijdrage vraagt om transformationeel leiderschap en zelforganisatie

Innovatieve bedrijven zijn niet alleen winstgericht, maar willen ook een bijdrage leveren aan het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken. Om een meer sterke focus te krijgen op het leveren van een maatschappelijke bijdrage is zowel transformationeel leiderschap nodig als zelforganisatie. Organisaties die daar actief mee zijn scoren 40% hoger op het leveren van een maatschappelijke bijdrage dan organisaties die daar niet tot nauwelijks mee actief zijn. Volberda: “Het leveren van aan maatschappelijke bijdrage vraagt dan ook niet alleen om een CEO/algemeen directeur die een beeld heeft hoe een dergelijke bijdrage geleverd kan worden, maar ook ruimte voor medewerkers om daar zelf invulling aan te geven.”

? De regio’s Noord-Holland, Midden-Oost-Brabant en Twente/Achterhoek/Drenthe zijn innovatiekoplopers

De regio Noord-Holland (postcodegroep 1000-1999) scoort in het bijzonder bovengemiddeld op diverse innovatieprestaties: radicale innovatie (+7%), incrementele innovatie (+2%), en disruptieve innovatie (+10%). De regio’s Midden-Oost-Brabant en Twente/Achterhoek/Drenthe scoren eveneens boven het gemiddelde op de betreffende indicatoren, al is het verschil met het landelijk gemiddelde wat kleiner. Volberda schrijft de score van de regio Noord-Holland deels toe aan “de aanwezigheid van relatief veel creatieve en IT-adviesbedrijven, de wisselwerking tussen gevestigde bedrijven en nieuwkomers, en de aanwezigheid van een infrastructuur die kennisdeling bevordert.”

 

Deze en andere bevindingen van de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2017 worden bekend gemaakt door Prof.dr. Henk Volberda tijdens de uitreiking van de Nederlandse Innovatie Prijzen 2017 op dinsdag 31 oktober 2017 in het Kurhaus te Scheveningen. De uitreiking is een coproductie met de AVROTROS. Voor nadere informatie over de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit of over dit onderzoeksrapport kunt u contact opnemen met Henk Volberda, op 010 408 2210 / 06 12972233 of per e-mail op hvolberda@rsm.nl


 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.