Motion stabilizer van MicroSure geeft chirurgen de fijne motoriek

0

 ‘Nu kan ik nog kleine vaten hechten voor bijvoorbeeld reconstructie-operaties. Maar ik weet dat ik dat op een gegeven moment, naarmate ik ouder word, niet meer kan, omdat mijn handen dan niet meer stabiel genoeg zijn.’ Die opmerking van de Maastrichtse chirurg René van der Hulst (MUMC+) aan het adres van de Eindhovense hoogleraar robotica Maarten Steinbuch (TU/e) triggerde een promotietraject van Raimondo Cau. Die slaagde erin een Motion stabilizer te ontwikkelen. Deze technologie vormde de basis voor de start-up MicroSure, die twee jaar geleden werd opgericht door TU/e en MUMC+.

Maastrichtse chirurg René van der Hulst

 Markt van 500 miljoen wenkend perspectief

De motion stabilisator is – ofschoon die uit de robotica-wetenschap voortkomt en MicroSure’s logo de tekst ‘robot assisted microsurgery’ voert – geen robot, maakt MicroSure-ceo Carmen van Vilsteren duidelijk. Het is veel meer een geavanceerd stuk gereedschap dat de chirurg helpt micro-operaties preciezer en beter uit te voeren. Het in de markt zetten daarvan is een kwestie van lange adem, weet Van Vilsteren, die eerder voor Thermo Fischer Scientific en Philips Healthcare veel ervaring opdeed met het vermarkten van healthcare-oplossingen.

‘Neem de operatie die lymfe-oedeempatiënten moeten ondergaan’, illustreert MicroSure-ceo Carmen van Vilsteren. Bij deze mensen is een lymfeklier verwijderd, bijvoorbeeld tijdens een borstkankeroperatie. Lymfeklieren ontdoen het lichaam van afvalstoffen die ontstaan bij ontstekingen en worden afgevoerd via een vatenstelsel dat alle lymfeklieren met elkaar verbindt. Als er nu een klier verwijderd is, kan dat vocht (lymfe) zich ophopen in bijvoorbeeld de arm. Met een micro-operatie kan de chirurg een bypass aanleggen door het lymfevat aan te sluiten op het bloedvat, zodat het vocht via het bloed kan worden afgevoerd.

‘Maar een lymfevat is soms niet dikker dan 0,3 millimeter. De chirurg kan dankzij een microscoop uitstekend zien wat hij doet, maar z’n hand stabiel houden terwijl hij zulk precisiewerk verricht vraagt veel van de fijne motoriek en is heel inspannend.’ Operaties kosten daardoor veel tijd en fouten zijn gemakkelijk gemaakt, met mogelijk complicaties als gevolg. Als chirurgen wat ouder worden, moeten ze dit type van ingrepen al gauw aan hun jongere collega’s laten. MicroSure’s Motion Stabilizer stelt de chirurg in staat het hechtwerk te verrichten. Hij bedient daartoe een joystick; zijn bewegingen worden verkleind en gestabiliseerd door de robotarm.

Het in de markt zetten van MicroSure’s motion stabilizer is een kwestie van lange adem, weet ceo Carmen van Vilsteren. Foto: Com-magz

Lange adem

De technologie bestaat uit mechatronische hardware met softwarebesturing die in een bestaande OK gemakkelijk is in te passen, aldus Van Vilsteren, terwijl ze wijst op een foto van een labopstelling: ‘Hier komt de patiënt te liggen en dit is de optische microscoop die de chirurg gebruikt om zijn handelingen goed te kunnen volgen.’ Kortom, als een ziekenhuis de motion stabilizer wil aanschaffen, hoeft het alleen dáárin te investeren. Toch is het in de markt zetten van dit product een kwestie van lange adem, weet Van Vilsteren, die eerder voor Thermo Fischer Scientific (voorheen FEI) en Philips Healthcare veel ervaring opdeed met het vermarkten van healthcare-oplossingen. ‘Recent hebben we de eerste twee klinische operaties verricht. Dat waren successen. De betrokken plastisch chirurg Chan Chan Qius Shao en wij hebben die resultaten inmiddels gepresenteerd op een wetenschappelijke conferentie in Barcelona, het 26th World Congress of Lymphology.’

‘Chirurgen willen eerst zien dat het ook in hun OK werkt, bij hun patiënten’

Er volgen nog meer van dergelijke proefoperaties. Daarna wordt een zogeheten multi-centre trial experiment opgezet, waarbij een aantal Europese ziekenhuizen de ingrepen met de stabilisator volgens exact hetzelfde protocol uitvoert. ‘En er zullen nog vele voordrachten op congressen nodig zijn. De medische wereld is nu eenmaal – zelfs met veel, langs wetenschappelijke weg vergaard bewijs – lastig te overtuigen. Chirurgen willen eerst zien dat het ook in hun OK werkt, bij hun patiënten. Daarnaast hebben ze soms last van het ‘not invented here’-syndroom en – net als elk mens – nu eenmaal moeite met veranderingen. En vergeet de verzekeraars niet. Ook die moeten we ervan overtuigen dat de stabilisator veilig en zeker werkt en tijd en geld kan besparen.

Fase twee-financiering

Een lange adem betekent dat er niet alleen geduld moet worden geoefend door Van Vilsteren c.s., maar ook dat er veel geld nodig is. Met de eerste fase – voor het ontwikkelen van een businessplan, het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek, het formeren van een ontwikkelteam, de engineering en bouw van een prototype en eerste serie (door VDL ETG), het organiseren van klinische experimentele operaties en het verkrijgen van de CE-goedkeuring – is ‘een paar miljoen euro’ gemoeid, opgebracht door de founders, met financiële steun van STW, Brightmove en verschillende private investeerders. Voor fase twee – waarin het multi-centre-trial experiment moet worden uitgezet en uitgevoerd – is naar schatting tien miljoen euro nodig, aldus Van Vilsteren, die momenteel druk is om die financiering op tijd rond te krijgen.

Eerste in de markt

De markt is in eerste aanleg die van de reconstruerende plastische chirurgie: de ingrepen die nodig zijn zoals bij lymfe-oedeempatiënten, na het verwijderen van een borsttumor, maar ook wanneer door een ongeluk een hand of vingers verminkt zijn. Met de stabilisator kan de chirurg dan veel gemakkelijker tal van kleine bloedvaten aansluiten op het lichaamseigen weefsel dat voor dat herstelwerk tegenwoordig doorgaans wordt gebruikt. ‘Voor dat werk worden microscopen ingezet en daarvan worden er jaarlijks wereldwijd 5.000 verkocht. Uitgaande van dergelijke aantallen betekent dat voor ons een wereldmarkt van 500 miljoen euro. Als we daar later de markt van de neurochirurgie nog aan kunnen toevoegen, kan dat oplopen tot één miljard euro. Dat terwijl wij nog geen concurrentie hebben. Ja, de bekende Da Vinci operatierobot is ook een motion stabilizer, maar bij uitstek ontwikkeld en gebouwd voor het uitvoeren voor minimaal-invasieve ingrepen. Voor de toepassing die wij hebben gekozen, zijn we de eerste in de markt.’

Géén robot, nog niet

Weerstand tegen innovaties komt bij mensen – behalve uit een ingebakken weerzin tegen veranderingen – vaak voort uit de vrees hun baan kwijt te raken. Zeker als er robots in het spel zijn, leeft dat sentiment. Maar, ook al ligt de oorsprong van de technologie in de leerstoel Control Systems Technology van robotica-professor Maarten Steinbuch, MicroSure’s Motion Stabilizer is géén robot, benadrukt ceo Carmen van Vilsteren. Althans nóg niet. ‘De chirurg is nog steeds keihard nodig, bijvoorbeeld om het juiste vat te herkennen en om die zo belangrijke eerste steek te plaatsen. Wel kan het zo zijn’, duidt ze een ontwikkelrichting van MicroSure voor de komende jaren, ‘dat onze stabilisator een lerend systeem wordt dat in staat is een door de chirurg uitgevoerd patroon te herkennen en na te bootsen. Dit betekent dat het systeem een deel van het hechtwerk kan overnemen. Maar dat is vervelend routinewerk dat de chirurgen graag aan een robot overlaten.’

 

‘Zoek je interessante gesprekspartners? Vraag het aan een vrouw’

Deze zomer werd ‘Philips Best, van verborgen parel naar kroonjuweel’, van Bert Tip gepubliceerd. Een boek over de historie van de divisie Medical Systems, gevestigd in het Brabantse Best, die tegenwoordig het ‘kroonjuweel’ is van het concern. Daarin komen tal van mannen aan het woord. ‘Maar niet één vrouw’, constateert Carmen van Vilsteren: ‘De vrouwen daar blijven nog steeds verborgen, wat een gemiste kans!’ De ceo van de Eindhovense start-up MicroSure en director of strategic area Health van de TU/e, die zelf een tijdlang als development manager bij Philips Healthcare heeft gewerkt, is ervan overtuigd dat dat geen toeval is. ‘Natuurlijk werken daar meer mannen dan vrouwen. Maar dat er nu slechts mannen aan het woord komen, komt doordat mannelijke geïnterviewden geneigd zijn andere mannen voor vervolggesprekken aan te bevelen. Default noemt een man een andere man.’ Met als gevolg dat er weinig vrouwen uit de industrie aan het woord komen in de media, zoals in dit boek. ‘Ook in Link Magazine zie ik maar weinig vrouwen. Waardoor maar weinig vrouwen een voorbeeldfunctie kunnen vervullen. En dat draagt er niet aan bij dat het aantal vrouwen in de industrie stijgt. Dus’, verzoekt ze de Link-redacteur met klem, ‘als je interessante gesprekspartners zoekt in de industrie, vraag het aan een vrouw.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.