Leverancier van engineeringsoftware wordt app-ontwikkelaar en consultant

0

Als aanbieder van software voor elektrotechnische engineering zet EPLAN vol in op digitalisering, met een eigen engineeringplatform en inmiddels ook een aantal cloud-diensten. Door aanvullende apps te ontwikkelen wil EPLAN het aantal gebruikers verveelvoudigen. Niet zozeer bij engineering, als wel in de functies eromheen, zoals inkoop, werkvoorbereiding en productie. In de almaar verder digitaliserende omgeving evolueren hun rollen. Zoals ook EPLAN zelf veranderingen doormaakt. Bedrijven vragen niet meer om informatie over de software – die zoeken ze zelf wel op –, maar willen advies over hoe ze de digitale transformatie kunnen aanpakken.

 Vermenigvuldigen in de cloud

 Op het EPLAN Engineering-platform bouwen gebruikers een digitaal dossier op van hun projecten en alle betrokkenen kunnen daar data toevoegen, bewerken en verrijken. Vanuit de cloud biedt het EPLAN ePulse-platform daarop intussen de nodige aanvullingen. Zoals het Data Portal, waarin fabrikanten actuele data van hun componenten beschikbaar stellen. En recent is EPLAN eView beschikbaar gekomen, voor het online bekijken, controleren en becommentariëren van elektrotechnische ontwerpen.

‘Zo veel mogelijk data en functionaliteit in de cloud brengen, om zo veel mogelijk mensen die te laten delen’

‘Besturingskasten kunnen alvast virtueel worden ingedeeld, de productie kan worden gepland, onderhoud en beheer krijgen online inzage in de benodigde documenten voor smart maintenance, enzovoort’, illustreert productmarketingmanager Ernest Kappers de omgeving voor de digitale transitie. ‘Er is een transparante doorstroming van informatie, van ontwerp tot operationele lifecycle.’

 Silodenken

Niet dat het vanzelf gaat, aldus Kappers. ‘Er is nog veel silodenken, in bedrijven en in de keten tussen bedrijven werken disciplines soms nog moeilijk samen. Het vergt veel communicatie, om angst bij mensen weg te nemen; je eigen gegevens loslaten en delen met anderen, dat doe je niet zomaar.’ Die terughoudendheid bij klanten signaleert ook de nieuwe directeur van EPLAN Nederland, Roger Scholtes. ‘Afdelingen moeten leren met elkaar te lezen en schrijven, bijvoorbeeld voor de stap van engineering naar productie. Het feit dat wij in onze EPLAN Pro Panel-software het ontwerp van een kast als digital twin aanbieden, kunnen ze als een kans aangrijpen. Het is handig om met die virtuele tweeling alvast de validatie van het complete ontwerp te doen. Daardoor kun je verderop in het proces een betere kwaliteit en kortere doorlooptijd realiseren.’

 Hybride platform

Zoals binnen een bedrijf afdelingen nog beter kunnen samenwerken, kunnen bedrijven in de keten meer naar elkaar reiken, vervolgt Scholtes. ‘Machinebouwers willen en kunnen niet meer alles zelf doen en zoeken partners. Dan moeten ze wel standaardiseren op de tools waarmee ze werken. EPLAN zet daar sterk op in met zijn platform. Zowel componentenleveranciers als machinebouwers als eindgebruikers van de machines kunnen erop werken.’ Dat platform is nu (nog) hybride, geeft Scholtes aan, met deels systemen die ‘on premise’ draaien en deels applicaties in de cloud, zoals hierboven genoemd. EPLAN legt de platformlat hoog, in de cloud. ‘Uiteindelijk is het de bedoeling om zo veel mogelijk data en functionaliteit in de cloud te brengen, om zo veel mogelijk mensen die te laten delen. Een van de hoofddoelstellingen van ons cloudteam is het aantal EPLAN-gebruikers te verveelvoudigen, niet eens zozeer nog meer engineers, maar inkopers, werkvoorbereiders en productiemensen bijvoorbeeld. Typisch de gebruikers die we in het verleden nauwelijks met onze producten adresseerden.’

De hierboven gesignaleerde terughoudendheid bij het delen van data ligt niet aan de cloud, heeft Scholtes inmiddels ervaren. ‘Iedereen doet het in z’n privé-omgeving met online bankieren of foto’s. Dus vragen bedrijven zich af of ze als werkgever dan nog zo terughoudend moeten zijn. Ze zien in dat het onveiliger is als ze met hun beperkte beveiligingskennis de data op hun eigen server opslaan en zeggen daarom: “Laten we het hebben over de benefits van de cloud.” Dit geldt met name voor mkb’ers. Grotere bedrijven hebben wel het it-specialisme in huis om de beveiliging zelf goed te regelen.’

 Veranderende rollen

Dankzij de bredere beschikbaarheid van data op het engineeringplatform veranderen de rollen van functionarissen. Inkopers bijvoorbeeld controleren niet meer achteraf stuklijsten, maar geven vooraf aan welke merken en series componenten engineers kunnen toepassen. Scholtes: ‘Wij investeren veel in de interfaces tussen de groothandelsdatabases en onze Data Portal. Zo is meteen te zien wie iets op voorraad heeft, wat het kost en wat de levertijd is.’

Nu time-to-market kritisch is en technische resources – denk aan goedopgeleide engineers – steeds schaarser worden, helpt de digitalisering bij het stroomlijnen van de hele engineeringworkflow, schetst Kappers. Standaardisering is een van de trefwoorden, voor componenten, maar ook voor complete modules. Machinebouwers en system integrators stappen meer en meer over op configure-to-order. En daarmee veranderen de taken van engineers, aldus Scholtes: ‘Een deel van hen zal naar r&d gaan, nieuwe standaarden bedenken en regels daarvoor vastleggen. Anderen zullen zich richten op het onderhouden van die standaarden en de onderliggende databases. Denk aan componenten die end-of-life gaan.’

De stap van engineering naar productie verandert ook, vervolgt Scholtes. ‘Vroeger, en ook nu nog, maakten engineers de schema’s en werden die door werkvoorbereiding of in productie vertaald in kasten. Nu heb je die kast als digital twin beschikbaar en is het de vraag waar die onder valt. Engineers reageren in eerste instantie: “Ik heb nog nooit een kast in 3D getekend, waarom moet ik dat nu doen?” En productie zegt: “Wij hebben toch niks met engineeringtools te maken.” Klanten vragen ons: wat adviseren jullie? Moeten we engineers leren een kastlay-out te maken, of moeten we experts die lay-out laten maken en hun leren om daarvoor vanuit de schema-omgeving te werken?’

 Consultant

Daarmee komt Scholtes op de veranderende rollen voor EPLAN zelf. ‘Onze mensen gingen naar de klant: “Hier is je EPLAN-licentie, waar en hoe wil je het geïnstalleerd hebben?” Nu zeggen klanten: “Jullie zijn toch de experts. Hoe richt ik het in, wat heb ik nodig voor standaardisatie, wie moet ik daarbij betrekken?” Bij grotere projecten zetten wij nu alle stakeholders aan tafel om hun wensen te inventariseren en daar één advies voor de klant van te maken. Het gaat verder dan alleen softwaretools leveren, we hebben nu echte consultants. En onze salesmensen bijvoorbeeld hoeven niet meer te vertellen wat onze programma’s kunnen; dat heeft de klant online al opgezocht. Ze moeten diens vraagstelling over de inrichting van zijn engineering begrijpen, met hem meedenken en intern bij ons terugkoppelen met de technisch specialisten. Dit soort processen vind ik hartstikke fijn, want klanten zien EPLAN nu niet meer alleen als leverancier, maar ook als partner.’

EPLAN vervult graag de rol van consultant, maar de kersverse directeur moedigt bedrijven aan om vooral ook met elkaar te gaan praten. ‘Bij onze events ben ik vaak positief verrast hoe open ze zijn over de valkuilen en over wat ze geleerd hebben over bijvoorbeeld de cloud, standaardisatie of paneelbouwautomatisering. Dat gesprek, ook bij referentiebezoeken aan klanten van ons, faciliteren wij graag.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.