‘De Industrie 4.0 bestaat niet’

0

Aswerd Gresel over Schaeffler en Smart Industry 

‘Industrie 4.0 vind ik eigenlijk een heel verkeerde term. Het suggereert dat de industrie van gisteren 3.0 was en die van morgen 5.0 zal zijn. Maar dat bestaat niet. Dat is voor elk bedrijf anders, afhankelijk van factoren als de sector waar het deel van uitmaakt en de schaal die het heeft. Het deel van de Nederlandse maakindustrie dat duidelijk op weg is naar wat met Industrie 4.0 geduid wordt, is hooguit twintig procent.’ Aswerd Gresel, directeur van Schaeffler Nederland en vice president sales industrial Western Europe bij Schaeffler, stelt het omdat hij dagelijks merkt dat de status bij elke klant anders is.  

‘Zolang er geen standaardtaal is, zal het slim maken van de industrie in kleine stapjes gaan’

Lagerfabrikant Schaeffler, onderkent Gresel, is een sterk technisch georiënteerd bedrijf. Een groot deel van de wereldwijde omzet van ruim twaalf miljard euro (2014) wordt geïnvesteerd in r&d. In 2014 werden daarmee 2518 patenten gegenereerd. ‘Die hebben onder meer betrekking op allerlei kleine details die de duurzaamheid betreffen of de mate waarin lagers tegen grote krachten bestand zijn. Naar de markt toe duiden we die onder de naam X-Life. Maar Schaeffler heeft ook patent op een geheel nieuw lagertype, het kogelrollager, en op de smeermiddelen die we verkopen onder de merknaam Arcanol, waarvan de samenstelling zo is dat die de wrijving minimaliseren.’

De kwaliteit van de r&d die zoveel patenten mogelijk maakt, hangt ook sterk samen met het feit dat Schaeffler over veel productiefaciliteiten beschikt. ‘Negentig procent van onze producten maken we zelf. Want je kunt nu eenmaal niet iets goed ontwikkelen als je het niet zelf produceert. Je moet bijvoorbeeld weten welke productietechnologie of combinaties ervan het beste kunnen worden toepast om een nieuw type lager tegen een marktconforme prijs te kunnen maken. Ons technisch-creatief vermogen is onze belangrijkste usp.’

Standaard zetten

Dat betekent niet dat die technologische innovaties zichzelf verkopen. ‘Wij zijn een technology push-bedrijf, maar houden natuurlijk wel de omgeving waarin een dergelijke innovatie terechtkomt goed in de gaten. Neem lagers voor bruggen- en staalbouw. Schaeffler Nederland is wereldwijd hét kenniscentrum op dat gebied. Onze huidige kwaliteit lagers maakt het mogelijk ze veel kleiner te maken dan voorheen. Maar dan heb je natuurlijk ook te maken met wetgeving, gebaseerd op veiligheidsvoorschriften, waardoor constructies toch groter moeten worden. Anderzijds komt het voor dat de innovaties van Schaeffler dusdanig zijn dat ze de opmaat vormen naar een nieuwe algemeen geaccepteerde standaard. Zoals het ‘naaldlager’, een lager met naaldvormige rollen dat tegenwoordig in meer dan 15.000 uitvoeringen op de markt wordt gebracht.’

Agrotechnische standaard wordt de active control module

Een nieuwe agrotechnische standaard wordt de active control module, verwacht Gresel: ‘Die meet in bijvoorbeeld een balenpers continu de kracht. Bij toenemende druk op de opraapsystemen zorgt deze controlemodule ervoor dat de trekker langzamer gaat draaien, zodat er minder hooi tegelijk wordt binnengehaald. Dat leidt weer tot minder belasting van de mechanica en minder energieverbruik en zorgt voor balen die allemaal dezelfde hoeveelheid hooi of stro bevatten. Inmiddels hebben we daarvoor partnerships met de landbouwmechanisatiebedrijven John Deere, Rauch en Fliegl.’

Acceptatie

Evenwel, juist in de industriële markt is het breed geaccepteerd krijgen van een technologische innovatie verre van eenvoudig. En dan hebben we het tegenwoordig al gauw over innovaties die die industrie slim kunnen maken, zoals in de Industrie 4.0. De industrie waarin alles met alles verbonden is, zodat – met de data die op die manier worden gegenereerd – het complete productiesysteem uiterst flexibel en volautomatisch kan inspelen op de actuele vraag. Gresel heeft het dan over innovaties van Schaeffler als de SmartCheck en de slimme lagers met geïntegreerde sensoren. ‘De SmartCheck is een apparaat’, legt hij uit, ‘dat eenvoudigweg in de buurt van een lager gemonteerd kan worden en zo voorgeprogrammeerd is dat het precies de trillingsfrequenties eruit kan pikken die veroorzaakt worden door bepaalde lagers. Bepaalde veranderingen in de frequenties wijzen op beginnende schade. De gebruiker kan dan het lager vervangen tijdens een geplande stop. Door zijn eenvoudige implementatie en lage kostprijs is dit product een succes. Maar dat geldt nog niet voor bijvoorbeeld het ‘zelfdenkende lager’.’

Waardetoevoeging?

Gresel licht toe: ‘Al die systemen die een productieproces slim kunnen maken, produceren een enorme hoeveelheid data. Data die allemaal bewaard moeten worden en dat kost allemaal veel geld zonder dat duidelijk is wat dat nu precies aan waarde toevoegt. Dus zijn veel ondernemers afhoudend en geneigd een probleem pas te gaan oplossen als het zich voordoet en niet op voorhand al te gaan investeren in het 

voorkomen ervan. Een ondernemer die een machine bouwt waarin lagers al een relatief groot deel van de kostprijs uitmaken en waarbij de kosten van ongeplande stilstand niet zo groot zijn, zal niet geneigd zijn te investeren in systemen die ongeplande lageruitval voorkomen. Maar zijn collega die veel duurdere machines bouwt, waarvan stilstand direct veel geld kost, is wel bereid extra te betalen voor ‘slimme lagers’.’

Verkeerde term

Daarom vindt Gresel Industrie 4.0 een verkeerde term. ‘Die suggereert dat er een Industrie 3.0 is geweest en een Industrie 5.0 ons morgen wacht. Maar welk niveau connectivity een bedrijf nodig heeft, is helemaal afhankelijk van de precieze markt waarin het zich bevindt.’ Een grote stap in slim maken van de industrie zou kunnen uitgaan van het oplossen van een groot probleem: het ontbreken van één communicatiestandaard. ‘Daardoor is het nu niet mogelijk onze slimme lagers zonder meer een plek te geven in een complete installatie, maar moeten wij eerst met de klant afspraken maken zodat ons lager met zijn besturing kan praten. Achter de enorme diversiteit aan talen zitten grote commerciële en politieke belangen die op wereldniveau moeten worden opgelost en dat is dus verre van eenvoudig. Maar zolang die standaardtaal er niet is, zal het slim maken van de industrie in kleine stapjes gaan’, aldus Aswerd Gresel, die aangeeft dat Schaeffler in invloedrijke Duitse platforms als de VDMA (Verband Deutscher Maschinen- und Anlagenbau) zijn rol speelt.

link Magazine 2/16:

https://issuu.com/henjuitgevers.nl/docs/link-02-2016

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.