ImProvia en FMI bundelen engineering- en maakkwaliteiten in joint venture

0

 Toegevoegde waarde leveren door niet alleen te kunnen engineeren, maar het ook te kunnen maken. Dat is de ambitie van de nieuwe joint venture van ImProvia en FMI Engineering. Door niet alleen uit de voeten te kunnen met klanten die hun vraag nauwkeurig specificeren, maar ook met klanten die hun probleem amper weten te verwoorden. Door niet alleen start-ups te kunnen bedienen, maar ook het grote kop-staartbedrijf, in Nederland en daarbuiten. Een gesprek met de hoofdrolspelers.

Aantrekkelijk worden, ook voor de grote klanten

Peter van de Goorberg legt een groot formaat kraan op tafel. Bovenop een flinke rode draaidop, aan de onderzijde een korte cilinder met erin een serie gaten voorzien van kleppen. Het blijkt een waterstofreduceerventiel, dat in bijvoorbeeld waterstoftankstations de overslag regelt van tanks met heel hoge druk naar die met een lagere. Het is het eerste product dat uit de samenwerking tussen ImProvia Group en FMI is voortgekomen. Op de markt gebracht in 2008, toen alle seinen voor de waterstofeconomie op groen leken te staan. Maar omdat het met die waterstofcellen minder snel is gegaan dan verwacht, is het ventiel (nog) geen commercieel succes. ‘Maar technisch absoluut wel’, formuleert de algemeen directeur en medeoprichter van ImProvia. ‘Waterstof is heel vluchtig. Deze sluiting was volgens een certificeringsinstantie duizendmaal lekdichter dan andere oplossingen die ze gezien had.’

René de Keijzer, ceo FMI Holding. Foto: Kees Beekmans

Logische stap

De samenwerking tussen de Brabantse ondernemingen kreeg in 2013 een vervolg met de 50/50-overname van engineeringsbureau hkw uit Hoofddorp, dat als onderdeel van ImProvia Group een doorstart kon maken, verhaalt FMI-ceo René de Keijzer. Daarmee kreeg FMI 15 procent van ImProvia in handen en verdiepte de relatie zich verder. Want steeds duidelijker werd hoezeer de twee technische bedrijvengroepen elkaar aanvulden. De volgende stap, vorige maand officieel gezet, was dan ook een logische: de FMI-onderdelen Engineering en Production Automation (de vestigingen in Drachten, Best en Aken) en ImProvia gingen een joint venture aan. Met aan het roer Ronald van Gerwen, die per 1 juli als ceo aan boord is gekomen.

 Rode draad: complementariteit

Het interview met de drie heren vindt plaats in het hoofdkwartier van ImProvia in een voormalige pastorie in het Bredase kerkdorp Effen. ‘Pax et Bonum’ – ‘Vrede en alle goeds’ – staat in klassieke letters boven de imposante voordeur. In de hal kijkt een Mariabeeld op het zakelijke verkeer neer. Rode draad in het gesprek is de complementariteit, vanuit verschillende perspectieven, geïllustreerd met uiteenlopende voorbeelden. Zoals het ventiel op tafel. Ligt het accent bij ImProvia sterk op engineering en consultancy, bij FMI staat het maakwerk centraal. Met die taakverdeling is het onderdeel tot stand gekomen.

 Groot met groot

‘Voor een productielijn van BMW hebben wij assemblagestations ontwikkeld’, kleurt Van de Goorberg verder in. ‘Vanuit de joint venture, met daarin de maakexpertise van FMI, kunnen we de klant nu aanbieden die ook te bouwen, zodat hij niet zelf op zoek hoeft naar een geschikte leverancier.’ ‘ImProvia’, sluit De Keijzer aan, ‘werkt nog niet voor ASML, wij wel. Samen kunnen we die klant op een hoger niveau bedienen, in een vroeger stadium van de ontwikkeling. En wij weten veel van het toepassen van vision- en ECM-technologie (electrochemical machining, red.). In Drachten passen we die onder meer toe in de systemen voor de scheerkoppenproductie bij Philips. Die ECM-technologie wil een grote Duitse klant wel van ons afnemen, maar alleen als we meer schaalgrootte hebben. Groot doet het nu eenmaal graag met groot.’ Met Volkswagen heeft FMI hetzelfde meegemaakt. ‘We hebben twee assemblagerobots ontwikkeld, maar toen wilden ze er 200 van. Voor die opdracht vonden ze FMI te klein. De joint venture beschikt over meer dan 200 engineers. Dan ben je ineens wél interessant.’

 Twee culturen samen

In de joint venture komen dus twee culturen samen: de r&d-cultuur van ImProvia en de maakcultuur van FMI. Van Gerwen: ‘Tot nog toe deden we als ImProvia alleen engineering, vanaf nu kunnen we ook het maken aanbieden.’ ‘Tegelijk’, pakt Van de Goorberg over, ‘heeft ImProvia een echte consultancycultuur. Wij zijn gewend om samen met de klanten eerst op zoek te gaan naar het probleem achter hun vraag. Terwijl FMI juist vertrouwd is met klanten die met goed uitgewerkte oplossingen aankloppen.’

‘De joint venture beschikt over meer dan 200 engineers. Dan ben je ineens wél interessant.’

Behalve qua kennis, vaardigheden en cultuur zijn de twee ook complementair wat betreft de markten en in geografische zin. De Keijzer: ‘Dat wij voor ASML werken, is voor ImProvia een voordeel nu in de coronacrisis juist de semicon zo goed blijft doordraaien.’ ‘En wij hebben binnen onze bedrijven Factory Automation en ExRobotics veel kennis en knowhow, maar nog geen positie in de foodhandling. FMI heeft die wel’, vult Van Gerwen aan. ‘In Polen heeft ImProvia voor klant Signify een groot aantal software engineers werken; een discipline die wij in Drachten soms tekortkomen’, aldus De Keijzer.

 Complete lifecycle

‘Samen kunnen we de complete lifecycle aanbieden, van engineering tot en met service’, vat Van de Goorberg samen. ‘Ons infrabedrijf ÆVO focust op onderhoud en 24/7-service voor infratechniek – denk aan de technologie voor de bediening van bruggen, sluizen en tunnels – en we hebben ervaring met het verduurzamen ervan.’ Binnen ExRobotics is veel kennis van machine learning aanwezig. ‘Dat stelt ÆVO in staat duurzaam, predictief onderhoud aan te bieden voor de technische installaties van civiele projecten. En binnen de joint venture kan die dienstverlening ook aangeboden worden aan de machinebouwklanten van FMI’, aldus Van Gerwen. ‘Bijvoorbeeld aan ASML voor hun programma Return4Re-use, dat onder andere beoogt de tooling die wij leveren na gebruik niet weg te gooien maar te refurbishen en hergebruiken’, vult De Keijzer aan.

 Opstomen naar top 10-plek

Link magazine editie oktober/november 2020. Vraag een proef exemplaar aan: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

De joint venture baant het pad naar de grote klanten, goed voor uiteenlopende, uitdagende klussen met een sterker accent op duurzaamheid. Dat zal ook de aantrekkingskracht op (jonge) arbeidskrachten vergroten. Van belang in een arbeidsmarkt die, zeker in Brabant, zelfs in de huidige crisis krap is. ‘Met deze joint venture’, weet Peter van de Goorberg, ‘komen wij met stip binnen in de top 20 van Nederlandse engineeringsbureaus met een maakbedrijf.’ De heren spreken de ambitie uit binnen vijf jaar een top 10-plek te behalen. ‘In omzet, maar – belangrijker – in toegevoegde waarde’, besluit René de Keijzer: ‘Wij willen vooral klanten die goed bij ons passen en die wij lang aan ons kunnen binden door een hoge toegevoegde waarde te bieden.’

Nieuwe joint venture

ImProvia, opgericht in 2006, heeft 130 medewerkers, verdeeld over vijf bedrijven: ImProvia Engineering en Consultancy (multidisciplinair ingenieursbureau), Factory Automation en ImProvia Poland Factory Automation (specialisten in ontwerpen van integrale automatiseringsoplossingen), ÆVO (installatie, service en onderhoud in de infra- en energiesector) en ExRobotics (ontwikkelaar van robots voor veeleisende omgevingen). De FMI Holding omvat FMI Mechatronics, FMI Precision, FMI Manufacturing, FMI Machining, FMI Instrumed, FMI HTS Drachten, FMI Engineering en FMI Industrial Modules GmbH. In de joint venture worden de complete ImProvia Group en de FMI-activiteiten engineering en productieautomatisering ondergebracht. De organisatie – met vestigingen in Nederland, Duitsland en Polen – biedt de volledige waardeketen, van consultancy, engineering en realisatie tot en met installatie en service van tools, modules en complete machines voor de infrasector, de energiesector en de hightech industrie.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.