‘Iedere keer denk je dat je er bent en dan duurt het nog weer een jaar’. Is de start-up van toen nu een scale-up?

0

FLINK is het katern in Link Magazine waarin high-tech starters voor het voetlicht worden gebracht. Zoek ze na een paar jaar nog eens op en de één heeft zich laten opkopen, de ander is een nieuw pad ingeslagen, maar de derde ligt helemaal op koers. Dat laatste geldt voor Leddriven in Breda en Ioniqa in Eindhoven. Ze groeien en bloeien. ‘Ondernemen is niet alles willen doen op de markt, maar je eigen gevecht kiezen.’

  • Je kunt nooit op je lauweren rusten. Maar dat is het leuke aan ondernemen.’
  • ‘De opportunistische partijen zijn verdwenen. Maar iedereen worstelt nog in zijn nieuwe rol.’
  • ‘We zijn gegroeid omdat we de juiste segmenten hebben opgezocht.’
  • ‘Er komen veel enthousiaste reacties, maar een deal rondbreien kost tijd en geld.’
  • ‘Innovatie vraagt geld, dat er niet is omdat er nog geen bewezen productieproces is en andersom.’

‘Over vijf jaar 20 miljoen omzet is toch wel het minimum-scenario.’ Dat zei Erik van Beusekom, managing director van Leddriven in Breda, in een FLINK-artikel in 2014. Zijn bedrijf (opgericht in 2010) deed destijds mee aan het NextOEM-coachingsprogramma en dacht supersnel te groeien met slimmere led-voedingen. Van Beusekom moet er nu hartelijk om lachen. ‘Dat was wel een erg boude uitspraak. We zaten toen op 1,2 miljoen euro. We hebben technologisch grote stappen gezet en zijn hard gegroeid. De fase van start-up of zelfs scale-up is voorbij. Maar die 20 miljoen hebben we nog niet bereikt; de omzet zit nu tussen de 5 en 10 miljoen.’



‘‘De markt is aan het veranderen, het maken van een lampje is niet meer datgene wat je onderscheidt’, schrijven ze. Inderdaad, het is nu IoT wat de klok slaat. Alleen met connected service en véél functionaliteit op je lampen kun je je staande houden.’ In de oude lichtmarkt was het dozenschuiven.

Leddriven onderscheidt zich door zijn enorme kennis van energiezuinige, slimme voedingen en meest ideale led-behuizingen. ‘De led-markt is een extreem uitdagende markt, de situatie is de afgelopen jaren compleet veranderd’, zegt Van Beusekom. ‘Toen we begonnen, kwamen we maandelijks vele nieuwe led-bedrijven tegen. Iedereen wilde die markt op: door te produceren, door advies te geven aan bedrijven die wilden omturnen naar led, door kant-en-klare producten uit Azië te importeren…’ Er zijn grote spelers gekomen en gegaan, waaronder General Electric, dat zich heeft teruggetrokken uit markten buiten Amerika. ‘De klassieke product-lifecycle heeft zich in zo korte tijd voltrokken dat we nu al met een volwassen markt te maken hebben. Er is een grote shake out geweest, de opportunistische partijen zijn verdwenen. Maar iedereen worstelt nog in zijn nieuwe rol.’

Van Beusekom surft naar de site van Signify, voorheen Philips Lighting (‘O, interessant, ze zijn hun eigen aandelen aan het terugkopen, goed om te weten’) en citeert een zin uit een persbericht. ‘‘De markt is aan het veranderen, het maken van een lampje is niet meer datgene wat je onderscheidt’, schrijven ze. Inderdaad, het is nu IoT wat de klok slaat. Alleen met connected service en véél functionaliteit op je lampen kun je je staande houden.’ In de oude lichtmarkt was het dozenschuiven. Tegenwoordig is een projectaanpak noodzakelijk. Van Beusekom noemt als voorbeeld – Leddriven was er niet bij betrokken – The Edge in Amsterdam, het prestigieuze nieuwe hoofdkantoor van Deloitte/AKD: verlichting, internet, beveiliging, alles is geïntegreerd. De verlichting ‘weet’ waar mensen in het gebouw zijn.

Eigen gevecht kiezen

De markt mag dan mature zijn maar blijft turbulent. ‘Maar het mooie is dat we als Leddriven zelf in de hand hebben wat we aan producten presenteren. We kunnen ons nog steeds onderscheiden met onze nieuwe generaties voedingen en zeer specialistische producten en toepassingen’, aldus Van Beusekom. Leddriven beweegt zich in de green fields van de led-markt. ‘Ook wij zijn vanzelfsprekend sterk bezig met connected oplossingen. De focus is verschoven van hardware naar software. We hebben een paar interessante producten in de wachtkamer staan waarvoor we het juiste moment van uitrollen zoeken.’ Hij kan er nog niet meer over zeggen, maar wees ervan verzekerd: Leddriven blijft weg van de bulkmarkt. ‘Dat is het verraderlijke aan de led-markt: hij is erg groot, wereldwijd gaat er jaarlijks 20, 30 miljard om. Er zijn zo veel segmenten, maar je moet echt je eigen gevecht kiezen, zeker als klein bedrijf. We zijn gegroeid omdat we de juiste segmenten hebben opgezocht.’

Een voorbeeld van een project dat Leddriven op het lijf geschreven is, is het vervangen van de buitenverlichting op de Brightlands Chemelot Campus bij Geleen. Projectpartners waren het Franse Dietal en het Maastrichtse Professional & Sustainable Performance Lighting. ‘Dat was niet lampje eruit, led erin: er hangt nu een wolk van 10.000 explosie-veilige led-lampen in de buitenlucht die continu met elkaar communiceren. De drivers moesten aan extreem hoge eisen voldoen wat betreft weersomstandigheden, levensduur, explosieveiligheid en connectiviteit. Je kunt niet zomaar tussendoor een lampje komen vervangen op zo’n terrein.’

Leddriven heeft langzamerhand naam opgebouwd. ‘We hebben nu een goed gevoel van wat bij ons past qua omvang van een project, inzet van slimme technologie en aantal spelers. Het blijft een bijzondere markt: led-techniek bestaat nog niet lang op industriële schaal, maar led is nu al een commodity aan het worden. Je kunt nooit op je lauweren rusten. Maar dat is het leuke aan ondernemen.’

Zuivere grondstoffen

Op diezelfde Brightlands Chemelot Campus gaat volgend voorjaar de nieuwe plant draaien van Ioniqa Technologies. Het hoogste punt van de fabriek is net bereikt. Het bedrijf uit Eindhoven heeft dit jaar twee belangrijke persberichten de wereld ingestuurd. Op 4 april: ‘Unilever, Ioniqa and Indorama launching breakthrough food packaging technology’. En op 13 september: ‘Ioniqa launching first PET plastic up-cycling plant’. Het grote werk kan beginnen. De nieuwe fabriek moet 10.000 ton hoogwaardige grondstof per jaar opleveren voor de productie van pet-flessen via een ingenieuze upcyclingmethode. Afvalverwerkers leveren straks afval frisdrankflessen en andere producten van polyethyleentereftalaat aan. De Ioniqa-technologie wint alle grondstoffen terug. Slimme magnetische vloeistoffen zorgen ervoor dat de kleurstoffen en verontreinigingen zorgvuldig eruit worden gehaald. Met de zuivere grondstoffen maakt Indorama, wereldwijd marktleider in pet-flessenverpakkingen, knijpflessen voor bijvoorbeeld mayonaise of ketchup voor klant Unilever. Dat proces kan eindeloos herhaald worden, dat is uniek.

Tonnis Hooghoudt
Het lastigste de afgelopen jaren vond Hooghoudt om steeds weer geldbronnen aan te boren: innovatie vraagt geld, dat er niet is omdat er nog geen bewezen productieproces is en andersom. Zo’n aaibaar plan als dat van Boyan Slat met zijn Ocean Cleanup helpt. ‘Wij hadden een veel technischer verhaal en bedrijven nemen niet zomaar een nieuwe technologie aan boord.

Game changer

Bij het vorige interview voor Link, drie jaar geleden, was Ioniqa net bezig een proeffabriek op te zetten, bij Plant One in het havengebied van Rotterdam. ‘Onze circulaire oplossing is een echte game changer’, zei ceo en co-founder Tonnis Hooghoudt destijds. Tien jaar geleden startte Ioniqa in zijn r&d-lab op het TU/e-terrein in Eindhoven. ‘Het kost veel meer tijd dan gedacht om zo’n bedrijf goed van de grond te krijgen’, zegt Hooghoudt. ‘Als ondernemer heb je mooie plannen in je hoofd. De werkelijkheid is meestal een ander verhaal. Het is een laverend traject, van voortdurend je processen aanpassen en steeds weer je verhaal vertellen om investeerders mee te krijgen en partners te vinden. In 2016 hebben wij onze demonstratiefabriek in Rotterdam gebouwd en dan duurt het vele maanden voordat de eerste flessen gemaakt en getest konden worden. Het moet veilig zijn voor de levensmiddelenindustrie. Iedere keer denk je dat je er bent en dan duurt het nog weer een jaar.’

Ceo Tonnis Hooghoudt van Ioniqa Technologies: ‘Je hebt mooie plannen in je hoofd. De werkelijkheid is meestal een ander verhaal.’

De circulaire economie is inmiddels met een opmars bezig en dat werkt mee. Hooghoudt: ‘Er was altijd al aandacht voor recycling, maar de pijn was nog niet zo heftig dat partijen daadwerkelijk gingen bewegen. Nu is duidelijk dat er iets in het systeem moet veranderen. 100 procent recycling is mogelijk. Het kan. Dat willen we met onze technologie laten zien.’

De r&d blijft in Eindhoven, de demofabriek in Rotterdam en de industriële productie komt in Geleen. ‘De afstanden in Nederland zijn gering. ‘Rotterdam’ was destijds beschikbaar en betaalbaar. Voor de nieuwe fabriek scoort Chemelot goed qua locatie, infrastructuur en support.’

Aanvoer is uitdaging

Partner Indorama kent Ioniqa al vanaf de start van het onderzoek op de TU/e. ‘Wij waren op labschaal aan het experimenteren, dus voordat je elkaar echt vindt moet je toch wel bij een demonstratiefabriek zijn aanbeland. Unilever hebben we actief benaderd: dit kunnen we, hebben jullie interesse? People-planet-profit vinden ze heel belangrijk. Een leven zonder plastic verpakkingen in hun sector is niet mogelijk, dus ze zoeken oplossingen.’ De contracten met diverse aanbieders van afval liggen er ook al. Er wordt veel geklaagd over plastic afval, maar het is nog best een uitdaging om voldoende aanvoer te regelen, aldus Hooghoudt. ‘De markt moet zich beter gaan organiseren, daar ligt ook een rol voor de overheid.’

Hij noemt de technologie van Ioniqa nog steeds redelijk uniek op de wereld. ‘Natuurlijk zijn er andere initiatieven op het gebied van PET-polyester, maar wij staan in de voorhoede, wij zijn de eersten die gaan lanceren. We richten ons nu op de PET-flessen, maar er zijn veel meer toepassingen mogelijk. We hebben met Unilever al gekeken naar polyester sportshirts. Dan heb je het over hetzelfde materiaal en dezelfde principes.’

Deal rondbreien

Het lastigste de afgelopen jaren vond Hooghoudt om steeds weer geldbronnen aan te boren: innovatie vraagt geld, dat er niet is omdat er nog geen bewezen productieproces is en andersom. Zo’n aaibaar plan als dat van Boyan Slat met zijn Ocean Cleanup helpt. ‘Wij hadden een veel technischer verhaal en bedrijven nemen niet zomaar een nieuwe technologie aan boord. Elke start-up of scale-up zit met hetzelfde: er komen veel enthousiaste reacties, maar een deal rondbreien kost tijd en geld. We zijn nu met twintig medewerkers, onder wie vijf studenten en vijf zzp’ers. Dat verdubbelt als volgend jaar de fabriek start.’

Geleen met zijn 10.000 ton is nog maar het begin. Echt opschalen vraagt andere partijen. ‘Dan heb ik het over miljardenbedrijven, die op zoek zijn naar blauwdrukken van bewezen processen. We zien het niet als onze rol om overal fabrieken uit te rollen. We licenseren onze platformtechnologie en ontwikkelen door, naar andere plastics, bioplastics, textiel. De vraag naar het terughalen van grondstoffen is gigantisch.’

Link magazine jubileum special 20 jaar maakindustrie.
Via deze Link kunt u deze uitgave digitaal lezen.
Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.