Kobi Kurtz: ‘Het idee dat Nederland het geweldig doet, is gevaarlijk’

0

Kobi Kurtz wil veel meer een start-up-mentaliteit onder jongeren zien 

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, klinkt het in ons land. ‘Nee, alsjeblieft’, zegt Kobi Kurtz, ceo van Kurtz Marketing & Management. ‘Doe helemaal niet gewoon, want niets is gek genoeg.’ Wie de gebaande paden bewandelt, redt het niet in een steeds complexere wereld die van technologische innovaties aan elkaar hangt. Er is werk te doen voor de jongste generatie op de arbeidsmarkt. Laat ze hun talenten ontwikkelen. Kom op met dat eigen initiatief en ondernemerschap.

‘Investeer vooral ook in het ecosysteem in de eigen regio’

– Nederland is een land met veel sociale druk, vindt Kobi Kurtz.

– ‘Don’t put your head above the maaiveld.’

– ‘Ondersteun en faciliteer als overheid talenten op de goede momenten.’

– ‘Met alleen opdrachten dicht bij huis redden bedrijven het niet op den duur.’

Een tijdje geleden vroeg Kobi Kurtz, Israëliër van geboorte, een volle collegezaal met zo’n zeventig jongeren wie een eigen bedrijf wil opzetten. Kurtz’ bedrijf zit in het kennispark tegenover de Erasmus Universiteit Rotterdam en hij geeft regelmatig gastcolleges. De respons was zeer teleurstellend: slechts een enkele hand ging omhoog. Kurtz had een landgenoot uitgenodigd die vertelde over diens technologische start-up. ‘Weet je wat het is met ondernemen? Je hebt vijftig procent meer kans op een hartaanval, honderd procent meer kans op een echtscheiding.’ Grote hilariteit in de zaal. Aan het eind stelde Kobi Kurtz de vraag opnieuw. Ineens gingen er veel meer handen omhoog. De jongeren voelden zich aangesproken en uitgedaagd door het start-up verhaal. ‘Er was energie, inspiratie. Fantastisch.’

Head above the maaiveld

Kobi Kurtz wil meer ondernemerschap en lef zien onder jongeren en minder genoegzaamheid in Nederland. ‘Ik kijk als relatieve buitenstaander naar de Nederlandse maatschappij, ik wil helpen deze te veranderen.’ Hij spreekt Engels en gooit er soms wat Nederlands tussendoor (hij leerde zijn Nederlandse vrouw kennen toen zij op een kibboets in Israël werkte). ‘“Get a vaste baan. Word ambtenaar, ga bij Shell werken, dan zit je goed”, zeiden mijn schoonouders toen ik pas in Nederland was.’ En dat idee leeft volgens hem anno 2018 nog steeds. Ondernemer worden? Zou je dat wel doen? Hoe zit het met de risico’s? In Israël ben je daarentegen de grote held als startende ondernemer. ‘Nederland is een geweldige, vrije, democratische staat, maar ook een land met veel sociale druk. Don’t put your head above the maaiveld. Loop niet de kans om te falen.’

Dat leidt tot een wat gezapige houding. ‘You have a zesjes-cultuur in Nederland.’ En dat is bij generatie Z niet wezenlijk anders, ervaart Kobi Kurtz. ‘Jongeren blijven misschien niet meer decennia bij hetzelfde bedrijf hangen, maar springen wel van de ene báán in de andere baan.’ Dat het merendeel nou echt het beste uit zichzelf probeert te halen, kan hij niet zeggen. ‘En dat is doodzonde. Nederland is het land van de consensus en gelijkheid, van kansen voor iedereen. Dat is mooi, maar maakt het letterlijk en figuurlijk ook nogal een vlak land. Kom op mensen, bewijs je maar eens.’

De besten vinden

Kurtz Marketing & Management ondersteunt hightech ondernemingen om nieuwe technologieën te identificeren, nieuwe partnerships aan te gaan en nieuwe markten te betreden. Ook doen Kurtz en zijn collega’s projecten met overheden om hightech ecosystemen uit te bouwen. Kobi Kurtz legt daarbij veel contacten tussen partijen in Nederland en Israël. Hij heeft een heel stel jonge mensen rondlopen op zijn kantoor, onder wie studenten van de Erasmus Universiteit. Ze krijgen veel vrijheid en verantwoordelijkheid en dat werkt goed.

Industriële bedrijven zijn naarstig op zoek naar nieuwe technische talenten, merkt ook Kurtz steeds weer. Het onderwijs levert er niet voldoende af op dit moment. ‘Bedrijven kunnen de beste selectieprocedures hebben, als je onvoldoende mensen hebt om uit te kiezen, heb je nog niets. Bovendien gaat het niet om het simpelweg invullen van lege plekken. Het gaat om het werven van de allerbesten.’

Kurtz vertelt over de talentprogramma’s in Israël, waaronder Talpiot en Atuda (zie kader). Deze programma’s om de besten te selecteren en te ontwikkelen, zijn niet zomaar te kopiëren, waarschuwt hij. Je moet het zien in de context van Israël. Talpiot bijvoorbeeld ontstond eind jaren zeventig, niet lang na de Jom Kipoeroorlog. ‘Die oorlog was een wake-up call voor Israël. We realiseerden ons dat we out-of-the-box moesten denken en alle mogelijke technologische uitdagingen aan moesten gaan. We wilden een elite creëren van zeer getalenteerde, sterk gemotiveerde, multidisciplinaire professionals.’ De selectie is erg streng. De programma’s gelden als belangrijke kweekvijvers voor de technologieleiders van de toekomst.

Zelfselectie

Maar let op, zegt Kobi Kurtz, het zijn niet alleen die programma’s van bovenaf waardoor talenten boven komen drijven. De mentaliteit van de jongeren is minstens zo belangrijk. Kobi Kurtz gelooft sterk in zelfselectie: de beste jongeren gaan zélf op zoek naar mogelijkheden, willen het beste uit zichzelf halen. Dat heeft niets te maken met een top-down benadering waarbij headhunters en talentscouts de talenten eruit pikken en pamperen. De echte talenten hoeven het allemaal niet op een presenteerblaadje aangedragen te krijgen. ‘Het zijn echte doorzetters, ze willen offers brengen voor hun studie en werk. Iets bereiken kost bloed, zweet en tranen, weten ze.’ Hij ziet het bij veel toppers in Israël: ‘Hun motivatie is maximaal en tegelijkertijd zijn ze flexibel en staan ze open voor feedback.’ Die mix van talent en drive zorgt voor een zeer levendig ecosysteem van hightech bedrijven en start-ups in Israël. De kuststrook rondom Tel Aviv wordt Silicon Wadi genoemd vanwege de hoge concentratie hightech bedrijven. De bijnaam van Israël is Start-Up Nation: talenten werken hun ideeën uit in eigen start-ups.

Complex geheel

Ook in Nederland zou een veel groter aantal start-ups een wereld van verschil maken, volgens Kobi Kurtz. Zo’n ecosysteem vol jonge ondernemers die hun dromen achternagaan, stimuleert en inspireert. Nederland heeft start-ups in bijvoorbeeld Eindhoven en Twente, maar het zijn er veel en veel te weinig, vindt Kurtz. Hij was geschokt toen in een recent artikel gesteld werd dat de regio Eindhoven zich kan meten met Silicon Valley. ‘Dat klopt niet met de feiten. Zeker, er zitten zeer indrukwekkende bedrijven zoals ASML en Philips, maar de start-ups zijn in aantal en potentie niet te vergelijken met Silicon Valley en Silicon Wadi. Dat idee dat Nederland het geweldig doet, is gevaarlijk. Kijk liever naar wat er nog beter en anders kan.’

Het vraagt tijd om die start-upmentaliteit onder jongeren aan te boren. Het is een complex geheel van economische, sociale en culturele factoren. ‘Onze geheime bron in Silicon Wadi is misschien wel het gebrek aan angst voor autoriteit, angst voor oordelen van anderen en angst om te falen. Als je een droom hebt, ga je ervoor.’

Gekste ideeën

Nederland is een solide land met nuchtere mensen, maar er is werk te doen. En het is niet aan de overheid om allerlei complexe plannen voor het scouten van talenten of het bevorderen van start-ups te bedenken. ‘Nederland heeft de neiging om alles te veel te regelen en in hokjes te stoppen. Er zijn vele valleys: dit gebeurt hier, dat daar. Speel als overheid liever de rol van enabler, ondersteun en faciliteer op de goede momenten. Kijk vooral ook naar de gekste ideeën, om te zien of de wereld er iets aan heeft.’ Hij wijst op New York, dat in de gaten kreeg dat talenten gedijen in een Silicon Valley‑ of Wadi-achtige omgeving. Nu is de vermaarde Technion Universiteit uit Israël daar een universiteit aan het uitbouwen. ‘Nederlandse bedrijven kunnen nog veel meer investeren in jonge talenten door ze in huis te halen voor opdrachten en open innovatieomgevingen op te zetten samen met het onderwijs. Werk als onderneming samen met start-ups en investeer erin. Dit gebeurt nog lang niet genoeg.’

Survival of the fittest

Een bedrijf dat nummer 1 wil zijn, wil de beste mensen hebben. Zo haalt ASML talent van overal op de wereld in huis. ‘Investeer tegelijkertijd vooral ook in het ecosysteem in de eigen regio. Bedrijven, groot en klein, bevinden zich meer en meer in een wereldwijde competitie. Te veel bedrijven nemen nog genoegen met opdrachten dicht bij huis, maar daarmee redden ze het op den duur niet. Het gaat om the survival of the fittest. Als Israëli zijn we altijd een beetje ontevreden, we leunen nooit genoeglijk achterover. We willen de wereld veranderen. Die houding heeft iedereen nodig om de competitie aan te gaan.’

Indrukwekkende programma’s voor talenten
Talpiot is een trainingsprogramma van het Israëlische leger voor talenten met uitstekende intellectuele vaardigheden en leiderschapspotentie. Vrijwel iedereen moet in Israël het leger in. Geselecteerde jongeren studeren tijdens hun diensttijd en daarna aan de Hebrew University in Jeruzalem en worden getraind in het leger.

Kobi Kurtz doorliep een soortgelijk programma, Atuda: na zijn middelbare school startte hij aan de befaamde Technion Universiteit, de innovatiemotor van Israël, en volgde daarnaast alvast allerlei legertrainingen zodat hij na zijn studie meteen aan de officiersopleiding in het leger kon beginnen. Hij diende liefst zeven jaar in het leger. ‘Atuda is het tegenovergestelde van een lui studentenleven. We werden door en door getraind en bereikten een hoog academisch niveau. Ik heb destijds bijvoorbeeld een grote expertise in navigeren opgebouwd, die ik later kon inzetten bij onderzoek naar de toen nieuwe gps-technologie.’ Het leverde ook kameraadschappen voor het leven op. Een studiegenoot zette een bedrijf op dat technologie ontwikkelt om verlamde mensen te ondersteunen met lopen. Kobi Kurtz hielp hem zich te presenteren op de markt. ‘Atuda heeft mijn hele leven beïnvloed.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.