Hein Gijsbers Thermo Fischer: ‘We pompen nu terabytes aan klantdata door de cloud’

0

‘We zitten vol energie en enthousiasme. Die stoppen we in ons bier, in het brouwen en bottelen, in de smaak. De rest is bijzaak.’ Aldus de Oirschotse bierbrouwerij Vandeoirsprong. Was het in de industrie maar net zo eenvoudig. Dat is het niet, wordt ook half juni weer duidelijk tijdens Link Café in  samenwerking met  Siemens Industry Software in de brouwerij over de uitdagingen rondom Smart industry/Industrie 4.0 waarbij alles aan alles gekoppeld is. De zestig aanwezigen hangen aan de lippen van spreker Hein Gijsbers als hij vertelt over de vergaande digitalisering bij Thermo Fischer Scientific. Biba Visnjicki van Fraunhofer Project Center krijgt wat gepruttel over zich heen als ze begint over standaarden in de digitale supply chain. Gelukkig kan er ongecompliceerd geproost worden aan het eind van de middag.

Hein Gijsbers, vice president operations bij de divisie Materials & Structural Analysis Division van Thermo Fischer Scientific: ‘Mensen verwachten een geheel andere beleving dan het ingewikkelde apparaat dat een cyclotron voor wetenschappelijk onderzoek is.’ Foto’s: Bart van Overbeeke.

– ‘Analyseapparatuur moet veel gebruiksvriendelijker en eenvoudiger.’

– ‘Als je klanttevredenheid niet goed is, red je het niet in deze wereld.’

– ‘Het gaat erom samen de nieuwe basis onder de industrie te leggen.’

– ‘Wederzijds vertrouwen in de keten is de start.’

 Link Café in bierbrouwerij over de uitdagingen rondom digitalisering

 ‘Vroeger zaten we in het lab, nu steeds meer in de fab. We zijn van nature een academisch georiënteerd bedrijf en komen nu in het hart van de industrie.’ Zo vat Hein Gijsbers, vice president operations, kort en krachtig de veranderingen samen bij het voormalige FEI, sinds 2016 opgenomen in de divisie Materials & Structural Analysis Division (MSD) van Thermo Fischer Scientific, wereldwijd de grootste speler in life sciences met een jaaromzet van meer dan 20 miljard dollar. Thermo Fischer heeft een breed aanbod: van pipetjes voor bloedafname tot high-end analysesystemen. De divisie MSD richt zich op elektronenmicroscopie en -spectroscopie en telt zo’n 5.000 medewerkers, onder wie 750 r&d’ers (van wie ongeveer 50 procent software-engineers). De grootste vestigingen zitten in Eindhoven en in Brno (Tsjechië).

Sample in, antwoord uit

Tien jaar lang werd er samen met een groot aantal partners ontwikkeld aan een compleet nieuwe technologie. Dat leverde de Cryo-Electron Microscopy Single Particle Analysis op. ‘Vroeger gebruikten labs enorme cyclotrons. Nu kun je met een Cryo EM-machine je analyses doen. De ontwikkeling ervan was jarenlang zwoegen, er zijn momenten geweest dat we wilden stoppen. Nu zijn we marktleider en volledig door ons eigen succes overrompeld. De verwachting is dat de omzet uit elektronenmicroscopie met meer dan 20 procent per jaar groeit. Hierdoor staan we voor allerlei uitdagingen’, vertelt Hein Gijsbers tijdens Link Café. Drie onderzoekers, de Zwitser Jacques Dubouchet, de Duitser Joachim Frank en de Schot Richard Henderson, allemaal qua leeftijd een eind in de zeventig, kregen vorig jaar de Nobelprijs voor de Scheikunde voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van de cryo-elektronenmicroscopie. Ook dat helpt enorm voor de business.

LINK café: de uitdagingen rondom digitalisering | smart industry | industrie 4.0. Foto’s: Bart van Overbeeke

Gijsbers: ‘Voorheen waren academisch opgeleiden nodig voor het bedienen van een microscoop met alle toeters en bellen. Nu groeien we naar sample in, antwoord uit. We hebben ook te maken met een ander soort klant, we moeten meer ondersteunen.’ Hij wijst op de explosieve groei van de semiconductorsector in China, de overheid ondersteunt die sector met heel veel geld, er zijn steeds meer lokale spelers. ‘Wij hebben veel plezier van die ontwikkeling daar. Maar de analyseapparatuur moet wel veel gebruiksvriendelijker en eenvoudiger. Mensen zijn gewend aan hun eigen devices zoals hun smartphone. Ze verwachten een geheel andere beleving dan het ingewikkelde apparaat dat een cyclotron voor wetenschappelijk onderzoek is.’

Niet bij te houden

Normaal groeit de installed base van de divisie MSD met 7, misschien 8 procent per jaar. Nu is het wat betreft de life sciences installed base een veelvoud. Eerder werd al fors geïnvesteerd in het servicenetwerk, maar desondanks is de groei niet bij te benen. Want waar haal je honderd extra service engineers voor high-end apparatuur vandaan? Bovendien gaat het steeds vaker om machines in een workflow en niet om individuele oplossingen. Gijsbers: ‘We zijn maar eens heel goed gaan nadenken samen met een consultancybureau: welke reis moeten we afleggen om de complexiteit in de tang te krijgen?’ De oplossing zit onder meer in remote asset management, machine-to-machine learning en augmented reality. ‘Wat kunnen we doen met realtime productdata, vroegen we ons af. Kunnen we een nieuw businessmodel ontwikkelen met veel meer service en onderhoud op afstand?’

De machines genereren enorme hoeveelheden data. Hoe krijgt de klant aan de hand daarvan betekenisvolle informatie? ‘We hebben het over terabytes aan gegevens, het was een groot vraagstuk hoe we die pakketten data überhaupt door de cloud konden krijgen, maar dat is gelukt. We kunnen nu remote service en analyse aanbieden. Bij één klant bijvoorbeeld staan 50 systemen verdeeld over 5 fabrieken en meten we 66 parameters realtime. Alle data worden 24/7 teruggepompt naar ons remote servicecenter. Daar laten we er slimme algoritmes op los, waardoor we de klant beter kunnen bedienen. Vanzelfsprekend doen we aan preventive maintenance en hebben al meermalen downtime kunnen voorkomen.’ De algoritmes zijn samen met Sioux uit Eindhoven ontwikkeld. ‘We kunnen niets zonder onze leveranciers op onze reis naar vergaande digitalisering van de keten.’

‘Zij zijn groot en wij zijn klein’, reageert Rik Smabers, coo van IHI Hauzer Techno Coating in Venlo. Foto’s: Bart van Overbeeke

Geheime recepten

De zaal luistert vol bewondering toe. ‘Zij zijn groot en wij zijn klein’, reageert Rik Smabers, coo van IHI Hauzer Techno Coating in Venlo, vanuit het publiek. ‘Hoe krijg je het in hemelsnaam voor elkaar dat klanten data afgeven? Bij ons is dat een uitdaging. Klanten verwerken geheime recepten op onze machines en worden heel nerveus als we om data vragen. Als de machine kapot is, krijgen we toegang, maar continu gegevens sturen doen ze echt niet graag.’

Bij een groot deel van de klanten van Hein Gijsbers ligt dat eenvoudiger, zegt hij. ‘Het gaat om onderzoeksinstituten waarmee we iets makkelijker afspraken kunnen maken, dat is lastiger met industriële klanten.’ Bij een commercieel bedrijf bood MSD al eens een gratis test van een half jaar aan. ‘Speel er maar mee, het kost je niets. Na zes maanden komen we onze ‘spullen’ – onze werkende oplossing en een stuk infrastructuur – weer ophalen, zei ik. Na die tijd waren ze helemaal om en wilden niet meer terug.’ Toen bleek van alles mogelijk, met natuurlijk goede afspraken over intellectueel eigendom en beveiliging. ‘En wij vinden digitalisering op zich al complex’, zucht directeur Henk-Jan Snellink van WP-Haton, producent van deegverwerkingssystemen. Hij ruikt veel kansen. ‘Je hebt dit nu mooi ontwikkeld voor de semicon en de farmaceutische industrie. Komt de hele food hier nu achteraan? Wat gebeurt er aan marketing en verkoop?’ De food wordt niet vergeten, reageert Gijsbers. Maar die zit net weer bij een andere divisie van het immens grote Thermo Fischer Scientific.

Chatroom

Gijsbers en consorten hebben nog genoeg uitdagingen over. Dit jaar moet er een app komen zodat klanten snel en gemakkelijk kunnen zien hoe het ervoor staat met hun machines: wat zal die dag probleemloos lopen en welke machine heeft misschien wat meer zorg nodig? Er wordt een chatroom ingericht voor dagelijks contact met de klant. ‘Als je klanttevredenheid niet goed is, red je het niet in deze wereld. Customer loyalty is de allerbelangrijkste parameter voor ons.’

Intussen is ook de keten van spare parts compleet overhoop gegooid. De niet-commerciële klanten hebben misschien wat minder haast, maar semiconklanten willen bij een probleem hun onderdelen binnen vier tot acht uur geleverd hebben, over de hele wereld welteverstaan. Daarom werkt Thermo Fischer Scientific nu alleen nog maar met logistiek dienstverlener DHL: 95 procent ís er nu binnen die acht uur.

En nog zoiets: de machines worden in vier weken gebouwd, maar dan volgen zo’n zes maanden van afregelen en instellen. ‘Dat wil je ook niet. Dus moeten de machines leren zichzelf af te regelen en te kalibreren. We maken alles simpeler met artificial intelligence. Een aparte ontwikkelgroep bij ons is alleen maar bezig met AI en machine learning. Wat we doen, is één grote spannende IT-journey.’

Terugkoppeling

Gijsbers wil van de toehoorders weten wat ze missen in zijn verhaal en wat hij misschien nog sneller en beter kan doen. ‘Wat zijn bedrijf gemist heeft? Ze hebben helemaal niks gemist’, zegt Huub van der Vrande van Neways Electronics uit Son aan één van de tafels. ‘FEI is heel vroeg begonnen om ballast te outsourcen. Ik heb twintig jaar geleden hun productie gekocht. Early involvement, en dus echt ontzorgen, is steeds meer het kenmerk van onze relatie.’ Dat klinkt goed. ‘Maar wat betekent al dat monitoren en al die data bij klanten verzamelen voor de toeleverketen?’, vraagt John Blankendaal, directeur van Brainport Industries en betrokken bij Fieldlab The Smart Connected Supplier Network, zich af. ‘Is er een behoorlijke terugkoppeling die keten in?’

Ook dat zit in de pijplijn, reageert Hein Gijsbers. Een volgende stap is om data over de betrouwbaarheid van de modules terug te koppelen aan de toeleveranciers, zodat ook die hun producten verder kunnen verbeteren. ‘We selecteren twee key suppliers voor een pilot, we kijken hoe we data kunnen delen. Ook zij moeten onze applicaties goed leren kennen. Alleen naar de technologie van de eigen modules kijken is niet genoeg, ook de toepassing bij de klanten is voor hen relevant.’ 

Angstaanjagende voorsprong

Data uitwisselen in de complete digitale supply chain vraagt om standaarden, is de overtuiging van Biba Visnjicki, director business development bij het Fraunhofer Project Center for Advanced Manufacturing Technologies and Solutions (FPC) bij Universiteit Twente. Zij is de tweede inleider in het Link Café die middag. ‘Wat betekent Industrie 4.0 voor de supply chain? Daar moeten we echt over nadenken, want onze industrie is onze welvaart. Duitsland loopt voorop met Industrie 4.0, en dat zeg ik niet om ons op de borst te slaan. Die voorsprong is eerder angstaanjagend, want Duitsland kan het niet alleen.’ Daarom trekt Fraunhofer (69 instituten, meer dan 25.000 medewerkers, 12.000 projecten voor toegepast onderzoek) met zijn kennis Europa in, het is tijd om te delen. ‘Het gaat er niet meer om of we Nederlands, Frans of Duits zijn, maar om samen de nieuwe basis onder de industrie te leggen. We leven in een compleet nieuw tijdperk, met een nieuwe mindset.’ Januari vorig jaar kwam Fraunhofer naar Nederland en heeft nu een vestiging in Twente (zie het vorige nummer van Link Magazine voor een uitgebreid interview met Biba Visnjicki).

Alle bedrijven in de keten genereren data. Die data zijn de eerste stap. Doe iets met de gegevens en het leidt tot informatie en vervolgens intelligentie. Dan kunnen (automatische) beslissingen genomen worden en dat leidt tot actie. De databackbone moet sterk zijn. Visnjicki noemt nog maar weer eens de in opmars zijnde digital twin, de digitale interpretatie van de fysieke productieomgeving, vol kunstmatige intelligentie: alles wordt gecheckt en gemonitord tijdens het proces. ‘Op werkelijk elk moment van de productie moet informatie uitgewisseld worden. En die informatie moeten alle partners in de supply chain op dezelfde manier interpreteren.’

Keep it simple

Hoe complex wordt het in die digitale supply chain, wat is het grootste probleem dat we moeten tackelen? Technologisch kan er veel, zegt Visnjicki, maar begrijpt iedereen in het netwerk elkaar? ‘Industrie 4.0 vraagt om datastandaarden, maar wie zijn de key players om die standaarden te ontwikkelen? Er is niet één juist antwoord. Denk er eens over na’, zet ze de deelnemers aan het werk. ‘Dit is echt een Duitse invulling, zeer grondig en theoretisch klopt het helemaal. Maar moeten er echt standaarden komen om de data in de keten te kunnen uitwisselen?’, klinkt het aan één van de tafels. Moeten we überhaupt standaarden willen die iedereen gebruikt? Oké, er zijn communicatie-issues in de keten, maar maak het niet te bureaucratisch. Keep it simple. En als er al standaarden moeten komen, laat die dan vanuit de industrie, vanuit de businesskant, ontstaan en niet vanuit de overheid of een instituut als Fraunhofer. Top-down gaat niet werken.

Biba Visnjicki, director business development bij het Fraunhofer Project Center for Advanced Manufacturing Technologies and Solutions: ‘Duitsland loopt voorop met Industrie 4.0, maar Duitsland kan het niet alleen.’ Foto’s: Bart van Overbeeke.

William Smit van DBSC Consulting: ‘Grote oem’ers gaan nooit allemaal precies hetzelfde systeem gebruiken. In de diverse ketens zijn heel verschillende partijen leidend, die komen echt niet tot één standaard. Er komen vast geen honderden communicatieprotocollen, maar wel een stuk of vier, vijf, aangezwengeld door dominante partijen in een keten.’ Henk-Jan Snellink van WP-Haton gelooft niet in per se te creëren standaarden: ‘Het kan best zijn dat er organisch iets ontstaat, los van de beste bedoelingen van Fraunhofer.’

Wereldvrede

Het bier komt op tafel in Vandeoirsprong, de stemming wordt joliger. ‘We waren heel dicht bij wereldvrede bij ons aan tafel, maar wat we met die standaarden aan moeten, is een lastiger vraag’, grapt iemand. Het moet iets zijn wat iedereen in de keten bindt, zonder ook maar één partij een voorrangspositie te geven. Gespreksleider Joes Wigman: ‘De grootste vraag is die naar het ‘why’, het waarom. Waarom willen we dit? Wie heeft er belang bij deze ontwikkeling? Wederzijds vertrouwen in de keten is de start.’

Vierde editie Link Café

Versnellen en flexibiliseren staan bij machinebouwers behoorlijk hoog op de agenda (40 procent). Onderwerpen die minder prioriteit hebben, zijn digitale transformatie en businessinnovatie; hier is respectievelijk 17 procent en 11 procent van de machinebouwers mee bezig. Aldus enkele uitkomsten van het Siemens-benchmarkonderzoek ‘Kansen en knelpunten in de smart machine industry’, naar de digitale volwassenheid van producten en processen in de machinebouw.

Die uitdagingen rondom digitalisering en Industrie 4.0 waren ook het onderwerp van het vierde Link Café van Link Magazine in samenwerking met  Siemens Industry Software.

 

Dagvoorzitter Joes Wigman (Berenschot)

Joes Wigman, managing director van de adviesgroep Operations bij Berenschot, leidde de middag en ging in zijn introductie in op Gartner’s top 10 aan technologische ontwikkelingen, met daarin onder meer blockchain, digital twins, AI, cloud to edge en conversational platforms. De ontwikkelingen zijn samen te vatten in 1) het gebruik van data om met behulp van algoritmes doelgericht waarde te creëren, 2) het maken van een kopie van de fysieke wereld in een realtime datamodel, en 3) het ontwikkelen van op blockchain geïnspireerde oplossingen met gedistribueerde, gedecentraliseerde databases.

Bas Kuper, vice president en managing director Benelux van medeorganisator Siemens Industry Software

 

In een informele cafésfeer praatten de deelnemers per tafel over de vragen die de inleiders Hein Gijsbers en Biba Visnjicki hun voorlegden. Ruim zestig oem’ers en toeleveranciers waren op het event afgekomen. Bas Kuper, vice president en managing director Benelux van medeorganisator Siemens Industry Software: ‘Zo’n cafésetting werkt. Mensen gingen zelfs in de pauze druk door met discussiëren.’

De benchmark van Siemens ‘Kansen en knelpunten in de smart machine industry’ is te downloaden via https://sie.ag/2iMgviV

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.