Van grensverleggende techniek naar grensverleggende toepassingen

0

THEMA  Hightech versterkt midtech, en vice versa

Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën bij hightech en midtech. Natuurlijk zijn er trefwoorden te benoemen: innovatief, hoge complexiteit, nanometers/micrometers, hoogste nauwkeurigheid, extreem geconditioneerd versus bewezen technologie, minder complexiteit, millimeters/micrometers, robuust. De schijnwerpers staan gericht op de hightech, maar naarmate een technologie langer op de markt is evolueert die altijd richting mainstream midtech. Uiteindelijk gaat het om de impact. ‘Met onze hightech achtergrond zouden we in andere applicaties meer kunnen dan we nu doen.’ In die brug slaan heeft ook het onderwijs een rol.

 

  • ‘Wat gisteren hightech was, is morgen breder toepasbaar geworden.’
  • ‘Die aanpak van ‘first time right’ zit de Nederlandse hightech in de weg.’
  • ‘Houd voldoende oog voor het verdienmodel op lange termijn.’
  • ‘Hightech is prikkelend en trekt de aandacht, maar de markt voor midtech is zoveel groter.’

 

Jan van Eijk

Jan van Eijk

xponent, om niet te zeggen een van de godfathers, van de Nederlandse hightech is Jan van Eijk, voormalig cto Mechatronics bij Philips Applied Technologies en emeritus hoogleraar Advanced Mechatronics in Delft. Hij verwijst naar de Philips-achtergrond, de bedrijfsmechanisatie, die een continue stroom van mechatronicakennis voor het snel en nauwkeurig bewegen opleverde. Die kennis, verbreid in Philips’ eigen opleidingen, kwam terecht bij oem’ers als Philips Healthcare, ASML en FEI. ‘Aan ASML-achtige applicaties werken is aantrekkelijk. Het risico is groot, maar als het lukt de marge ook.’

De impact van hightech

Door de aanzuigende werking van de hightech is in ons land te weinig naar andere sectoren gekeken, constateert Van Eijk. ‘Zo zijn hightech enerzijds en bijvoorbeeld agrotechniek en handling anderzijds gescheiden werelden gebleven. Met onze hightech achtergrond zouden we in andere applicaties meer kunnen dan we nu doen.’ Tijd dus voor een stap naar ‘midtech’. Van Eijk definieert hightech als nooit eerder vertoonde, grensverleggende techniek in een sterk multidisciplinaire omgeving. Midtech zou dan gaan om grensverleggende toepassingen van bestaande technische oplossingen. ‘Dat klinkt minderwaardig, maar ik weet hoe moeilijk het is om bagageafhandeling te automatiseren of boterkuipjes te vullen. Het zijn andere technische uitdagingen in andere applicatieomgevingen met andere, maar niet minder, complexiteit.’

Die overstap gaat niet vanzelf. ‘Voor ASML moet je alles tot in laatste detail doorrekenen, dat kost veel geld. Bij Philips vroegen wij aan een potentiële klant dingen waar die zelf nog niet aan gedacht had. Op basis van alle problemen uitzoeken maakten wij een offerte. Daarmee waren wij duurder dan de concurrent, die de extra problemen niet zag of dacht dat het wel goed zou komen. Die aanpak van ‘first time right’ en alles doorrekenen zit de Nederlandse hightech wel in de weg. Voor andere applicaties kun je ook sommetjes maken, maar het mag niet te veel geld kosten. Daar moet je nog vooral je gezond verstand en intuïtie gebruiken. Wat meer risico nemen en achteraf eventuele problemen oplossen.’

De hightech kennis komt natuurlijk wel van pas. ‘Die kun je overdragen naar andere applicatiewerelden, zoals de tuinbouw. Denk aan robotica voor kasautomatisering of vision voor de inspectie van groente en fruit.’ Hogescholen, met hun lectoraten en kenniskringen, zouden een rol kunnen spelen bij kennisoverdracht, maar Van Eijk verwacht het vooral van de industriegerichte opleidingen van clubs als Mikrocentrum en The High Tech Institute. ‘Mensen die al tien jaar in de praktijk werken, helpen een volgende stap te maken en een bredere blik te krijgen, gebruikmakend van de bestaande kennisbasis. Dat heeft sneller effect dan studenten opleiden, die pas over tien jaar effectief zijn.’

Lifecycle verlengen

Kennisoverdracht vindt nu nog vooral plaats binnen de innovatie-ecosystemen die de Nederlandse hightech kenmerken. Marketingconsultant Daniëlle Brons deed voor haar masterthesis Bedrijfskunde (UvA) onderzoek naar de succes- en faalfactoren van die hightech innovatie-ecosystemen in de Brainport-regio. ‘Iedereen heeft samenwerken hoog op de agenda staan, maar worstelt ermee om die goed te kunnen organiseren.’ Ze signaleert dat suppliers zich te veel richten op, en laten sturen door, de centrale partij in zo’n innovatie-ecosysteem. ‘De focus ligt wel heel sterk op de hightech. Voor veel partijen is ASML een visitekaartje, tegelijk wordt het steeds lastiger om die hoogwaardige kwaliteit voor steeds minder marge te leveren.’

Bijkomend probleem is de vaak korte lifecylce; na een paar jaar wordt al weer een nieuw technisch hoogstandje gevraagd. Bedrijven kunnen de lifecycle van hun technologie verlengen door voor andere, minder veeleisende sectoren te gaan werken. Mits ze zich niet met hightech overkwalificatie uit de markt prijzen. Het echte geld kan worden verdiend met bewezen machines en producten die kostenefficiënt zijn gemaakt. Bedrijven maken dan langer gebruik van hun investering in kennis en technologie, aldus Brons. ‘Maar ze melden ook dat de huidige, hightech, business al veel aandacht vraagt en dat het lastig is ook met die langere termijn bezig te zijn.’

Wat bedrijven aan midtech kunnen gaan leveren, is vaak meer commodity en mainstream. Dat vergt meer marketing en daarin kan de Nederlandse hightech haar vaardigheden nog wel vergroten. Natuurlijk blijft hightech essentieel, aldus Daniëlle Brons: ‘Zou iedereen zich op midtech gaan richten, dan houdt het snel op. De uitdaging is een hightech innovatie-ecosysteem zo in te richten dat er voldoende oog is voor het verdienmodel op lange termijn.’

Meer kansen

Een bedrijf met z’n roots in de (semicon) hightech dat ook andere (midtech) sectoren weet te bedienen, is Demcon. Als start-up begon het in Enschede ruim twintig jaar geleden met bijzondere projecten, waaronder kwalificatiesystemen voor ASML. Geleidelijk verbreedde het z’n blik. Medical devices, voor de relatief stabiele medische markt, is inmiddels de grootste tak van de Demcon groep en de jongste businessunit is industrial systems. ‘Daarin is het aandeel hightech veel minder, dus zou je dat midtech kunnen noemen’, zegt businessunitmanager Jan Leideman. ‘Dankzij onze brede hightech ervaring kunnen wij snel schakelen en nieuwe ideeën aandragen of nieuwe technieken integreren. Dat zijn technisch minder spannende projecten, maar midtech is voor ons nog braakliggend terrein met veel mogelijkheden. Wij spreken zelf niet van midtech, want dat zou denigrerend als ‘lowtech’ kunnen klinken. Bovendien voelt het voor veel van die bedrijven wel degelijk als de hightech die zij nodig hebben om in hun markt voorop te kunnen lopen. De uitdagingen zijn vaak wel anders, bijvoorbeeld het robuust uitvoeren en goedkoop en snel realiseren van die midtech-oplossingen.’

Demcon is groot geworden als mechatronisch ontwerpbureau. ‘Die combinatie van de disciplines mechanica, elektronica en software goed aanbieden is nog steeds een uitdaging in de wereld van de midtech. Die is erg traditioneel en kent nog gescheiden engineering voor mechanica en elektrotechniek. Met een andere, gecombineerde aanpak, waarin het systeemdenken – iets waar veel bedrijven nog mee worstelen – een belangrijke rol speelt, kunnen we bedrijven nog steeds grote sprongen laten maken.’

Martin Dibbets

Martin Dibbets

Innovatie

Genoeg midtech bedrijven die daarvoor openstaan, signaleert Martin Dibbets, directeur Nederland van VIRO. Het engineerings- en projectmanagementbedrijf bestrijkt uiteenlopende sectoren, van semicon en automotive tot procesindustrie en food. Voor hem zijn de kernbegrippen innovatie en markt. ‘Hightech is prikkelend en trekt de meeste aandacht, maar de markt voor midtech is zoveel groter.’ Het één kan ook niet zonder het ander. ‘In een hightech systeem zit altijd veel gangbare techniek; die moet wel slim worden ingezet en kostenefficiënt en betrouwbaar zijn. Bovendien, iets kan nog zo hightech zijn, zonder de kennis van het toepassingsdomein kun je het niet vermarkten. Uiteindelijk wil je met technologie concurrentievoordeel behalen – dat doe je vooral door innovatie en dat hoeft niet synoniem te zijn aan hightech. Soms kun je meer voordeel behalen door een totaal ander concept te kiezen en simpele oplossingen met bestaande midtech vanuit een ander domein te gebruiken. Uit het oogpunt van bijvoorbeeld beheer & onderhoud en uniformiteit schrijven opdrachtgevers vaak het liefst bewezen technologie voor. Doordat onze mensen voor zeer verschillende marktsegmenten werken, kunnen wij die kruisbestuiving verzorgen.’

Zo blijft technologie in beweging. Dibbets: ‘Wat gisteren hightech was, is morgen breder toepasbaar geworden. Jaren terug was bijvoorbeeld eindige-elementenanalyse een specialisme dat wij al vroeg aanboden en waar wij ook nu nog in vooroplopen; tegenwoordig hebben veel bedrijven daar hun eigen mensen voor. Nu zijn software-integratie en big data specialismen. De trend is dat software dominanter wordt in de hightech. De crux zit volgens Dibbets in het (hightech) systeemdenken. ‘Wij hebben een softwaretoolkit ontwikkeld om snel de systeemarchitectuur voor flexibele en schaalbare productiesystemen te kunnen ontwerpen. Een eigen groep voor software en data-analyse tuigt een midtech bedrijf niet zomaar op, dus wij kunnen hen helpen die stap te zetten, maar ook dat zal over een aantal jaren weer gemeengoed zijn’, aldus Leideman.

Ben Nieuwe Weme

Ben Nieuwe Weme

Bewezen technologie

Er zijn ook typische midtech bedrijven die zelf de vruchten weten te plukken van de hightech. Neem de NieuweWeme Groep in Oldenzaal, die onder meer een machinefabriek, paneelbouw, zorgproducten en containeroplossingen voor industriële processen bundelt. Eigenaar Ben Nieuwe Weme vindt het prima dat ondernemers met veel geld in de hightech actief zijn. ‘Vaak, zie de nanotechnologie, duurt het heel lang voor het echt iets oplevert. Is het voldoende uitontwikkeld, laat het dan in brokken naar de markt komen, dan kunnen wij er in de midtech gebruik van maken.’ Als midtech betitelt hij de technologieën die algemeen bekend zijn en zich door de tijd heen hebben bewezen. ‘In de jaren negentig ging de elektrotechniek zich bemoeien met de bewegingen in de machines. Nu is mechatronica gemeengoed.’

Simplexity

Voor Nieuwe Weme is midtech ook een kwestie van mentaliteit, no-nonsense. ‘Wij maken hier 300 verschillende producten in de kleinassemblage. Daarvoor proberen we altijd de eenvoudigste oplossingen te kiezen. Wij tekenen zo nodig producten opnieuw. Voor een aandrijfmotor voor een lift kunnen we moeilijk gaan doen, maar ook gewoon elders kijken en een aandrijfmotor van een elektrische fiets nemen. Wat ooit hightech was, hebben wij ons nu met wat aangepaste software helemaal eigen gemaakt en kunnen wij nu voor andere sectoren gebruiken. Als je slim bent, valt er zoveel meer toegevoegde waarde te genereren en geld te verdienen met midtech. Ik zie nog te weinig collega’s hetzelfde doen.’

De keuze voor bewezen technologieën betekent allerminst dat Nieuwe Weme risicomijdend is. ‘Absoluut niet. Voor ons zit het ’m in de drive om verder te gaan waar anderen ophouden. Niet bang zijn op je bek te gaan, zoals in een eerste project met Waste Treatment Technologies uit Almelo. Daar hebben we veel van geleerd en nu kunnen we voor hen over de hele wereld installaties neerzetten. Met onze complete projecten lopen wij echt risico’s, bijvoorbeeld doordat de eisen in elk land weer anders kunnen zijn.’ Maar altijd met midtech; voor NieuweWeme geen risicovolle hightech zo ver van huis.

Impact van het hbo

Jan van Eijk ziet een (beperkte) rol weggelegd voor hogescholen bij het verspreiden van hightech-kennis. Via het onderwijs natuurlijk, maar met de intrede vijftien jaar geleden van het fenomeen lector kennen de hogescholen, naast de universiteiten, nu ook een eigen onderzoekstaak. Anno 2016 zijn er 600 lectoraten bij de in totaal 37 publieke hogescholen. De taakverdeling in het hoger onderzoek langs de scheidslijn hightech (bij de universiteiten) versus midtech (bij de hogescholen) leggen, is verleidelijk, erkent Johannes van der Vos van Hogeschool InHolland. Tot voor kort was hij coördinator onderzoeksbeleid bij de Vereniging Hogescholen. Zijn laatste opdracht daar was de recente agenda ‘Onderzoek met impact’, waarmee het hbo zijn onderzoekspositie bepaalt en aansluit op de Nationale Wetenschapsagenda.

Van der Vos legt de accentverschillen graag elders. ‘Onderzoek bij hogescholen is niet fundamenteel, strevend naar kennis om de kennis, maar gericht op kenniscirculatie en maatschappelijke impact. Het gaat om vraaggericht werken en met beperkte middelen een grote impact behalen.’ Vandaar ook de agenda die met tien thema’s in antwoord op drie maatschappelijke uitdagingen (gezondheid en vitaliteit, veiligheid en inclusiviteit, duurzaamheid en innovatie) focus en massa moet geven aan het onderzoek in het hbo. Eén thema is ‘Slimme technologie en materialen’, dat nauw aansluit op de topsector High Tech Systemen & Materialen en zo de hbo-werkwijze typeert, aldus Van der Vos: samenwerking zoeken met bedrijven en maatschappelijke organisaties, onder meer via de Centres of Expertise die de laatste jaren zijn ingericht. ‘Hogescholen hebben heel goede contacten met bedrijven, vooral in het mkb. Lectoren en studenten zijn niet bang om vieze handen te maken. De vraag is altijd: wat kunnen wij voor de praktijk doen en welk onderzoek is daarvoor dan nodig? Heel vaak gaat het om toepassing en verfijning van bestaande kennis en blijkt kennis uit de ene sector toe te passen in een andere. Dan komen er interdisciplinaire oplossingen.’

Cas Damen

Cas Damen

Hogeschool-nanotechnologie

Het betoog van Van der Vos wordt geïllustreerd door Cas Damen, die zich als deeltijd-lector aan hogeschool Saxion in Enschede bezighoudt met nanotechnologie. Dat heeft de hype overleefd en geldt nu als een ‘key enabling technology’. Het fundamenteel onderzoek aan universiteiten geeft in allerlei domeinen zicht op slimme toepassingen. Saxion legt zich erop toe die nanotechnologie, middels co-creatie met bedrijven, naar de markt te brengen in de vorm van producten – in samenwerking met Universiteit Twente (UT) en het Centre of Expertise HTSM Oost, TechForFuture, dat helpt de brug van lab naar industrie te slaan.

‘Het algemene beeld is dat universiteiten onderzoek doen en technologie ontwikkelen. Eenmaal in het lab bewezen houdt het voor hen op. De technologie blijft op de plank liggen of externe partijen pakken die op. Hier in de regio gebeurt dit veel door spin-offs van de UT.’ Damen kan het weten, als technisch directeur van zo’n spin-off, TSST. Bij Saxion richt hij zich met name op chip-based platformen als dragers voor nanotechnologische toepassingen. Die chips combineren mechanische functies met microfluïdica en micro-elektromechanische systemen (mems), bijvoorbeeld voor een lab-on-a-chip. Vervolgens worden die chips onderdeel van devices (apparaten of instrumenten) voor een specifieke applicatie.

Die overdracht van universiteit naar externe partijen is nog maar het begin, stelt Damen. ‘Er moet nog veel worden ontwikkeld voordat je met een product op basis van nanotechnologie naar de markt kunt. Dat is wetenschappelijk niet meer interessant, maar je moet nog wel allerlei technologische problemen oplossen. Die spin-offs hebben wel de specialistische nanotechnologie in huis, maar niet de brede kennis om bijvoorbeeld ook de elektronica en mechanica voor zo’n product uit te werken. Grote bedrijven als Philips hebben daarvoor de mensen in dienst, maar spin-offs en andere mkb’ers missen die breedte.’ Daar ziet Damen een rol weggelegd voor een hogeschool als Saxion. ‘Wij kunnen de technologie verbinden met de buitenwereld. Hbo’ers maken typisch keuzes uit bestaande technologieën en combineren die tot een eindproduct. Wij kunnen daarvoor putten uit alle engineering- en life sciences-opleidingen hier en ook de businessaspecten meenemen. Aan de universiteit hebben onderzoeksgroepen dat overzicht niet, vanwege hun focus op één technologie. Wij staan dichter bij toepassingen en voor een vraag uit de markt kunnen wij de geschikte technologie zoeken.’

Hightech of midtech, dat is niet de vraag. Wel of geen impact, daar gaat het om.

 

HighTech meets …

De ‘HighTech meets …’-sessies van Holland Innovative (HI) zijn een mooi voorbeeld van bruggen slaan tussen de hightech en andere domeinen. HI legt zich toe op product- en procesontwikkeling en projectmanagement vanuit open innovatie. Wat HI vooral onderscheidt, aldus directeur Hans Meeske, is de nadruk bij productontwikkeling op reliability. ‘Een grote automotive klant belt ons voor de ontwikkeling van nieuwe motoren. Ze vragen ons omdat ze de levensduur van hun producten willen verlengen en zelf kennis over dit vakgebied willen ontwikkelen. Bij ons werken mensen die onder meer bij aansprekende oem’ers veel ervaring hebben opgedaan en die willen delen.’

Het organiseren van innovatieworkshops met klanten mondde uit in sessies ‘HighTech meets … Agro, Health, Automotive, Operations, …’. Meeske: ‘Mensen uit de hightech en een andere sector leren elkaars wereld kennen. Sprekers dagen beide kanten uit om tot nieuwe ideeën te komen die ze vervolgens in groepjes uitwerken. Zo is uit de eerste ‘HighTech meets Agro’-sessie een start-up voortgekomen, FloraFluids, die een machine ontwikkelt om naar een idee van de TU Delft planten te ‘melken’ (om waardevolle inhoudsstoffen te winnen, red.).’ Voor Meeske draait het om hightech die toepassing kan vinden in andere sectoren. ‘Wij proberen daar op een gestructureerde, methodische manier de klantvraag te achterhalen. Zo kunnen we met hightech vaak juist simpele oplossingen creëren. De agrarische wereld bijvoorbeeld staat pas aan het begin van een industriële revolutie. Het is een veranderingsproces en dat begint met elkaar ontmoeten. Dat zie ik ook in andere sectoren gebeuren.’

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.