Gesprek over het nakende industriebeleid met oud-ASML’er Amhaouch

0

De afgelopen dertig jaar is Nederland gedeïndustrialiseerd. Bedroeg de bijdrage van de sector aan ons nationaal inkomen begin jaren 90 nog 20 procent, rond 2000 was dat al gezakt naar 16 procent. Maakwerk verdween in hoog tempo naar lagelonenlanden, en de politiek vond het allemaal best. Maar geleidelijk aan is Den Haag gaan inzien dat de industrie belangrijk is voor de zo gekoesterde dienstensector. Ondergesneeuwd onder al het coronanieuws blijkt er een heus, breed nationaal industriebeleid in de maak dat die trend wil keren. Een gesprek met oud-ASML’er en CDA-Kamerlid Mustafa Amhaouch die de aanzet gaf tot het huidige kabinetsvoorstel.

  • ‘Nee, automatisering kost geen banen.’
  • ‘Juist het investeren in met name de digitalisering van processen zorgt ervoor dat onze industrie internationaal concurrerend blijft.’
  • ‘Europese samenwerking is nodig om te zorgen voor een level playing field.’
  • ‘Als het gaat om staatssteun en mededinging is het goed niet louter naar de concurrentieverhoudingen binnen Europa te kijken.

Dankzij de industrie floreert de dienstverlening’

De Tweede Kamer en ook mijn fractie zouden best wat diverser mogen zijn’, erkent Mustafa Amhaouch, zelf als een van de weinige parlementsleden afkomstig uit het bedrijfsleven – in zijn geval Philips en ASML. De Haagse politiek wordt overwegend bezet door voormalige onderwijzers, wethouders en woordvoerders. Maar, riposteert hij: ‘Mensen uit het bedrijfsleven, ook de industrie, zouden zichzelf wel wat meer mogen mengen in het maatschappelijke en politieke debat, wat actiever mogen worden richting de politiek.’
Om dat vervolgens te koppelen aan de manier waarop hij in Den Haag is beland: in 2016 vertrok een van de CDA-Kamerleden naar een burgemeesterspost, waarop Amhaouch gevraagd werd de zetel over te nemen. ‘Op dat moment was er nog slechts een jaar te gaan tot de verkiezingen. Ik had als senior manager een goede, goedbetaalde baan bij ASML. Die zekerheid opgeven, daar moest ik wel even over nadenken. En toen zei Frits van Hout, lid van de raad van bestuur en mijn directe chef: “We vinden het belangrijk dat iemand van ons zijn kans kan pakken in de politiek.” Als het bij de verkiezingen mis zou gaan, kon ik opnieuw bij ASML aan de slag. Dat was net het zetje dat ik nodig had.’

Trends en ambities
Het gesprek vindt plaats bij hem thuis in het Limburgse Panningen, in de aanbouw naast zijn hoekhuis. Een gesprek waarin de brief van inmiddels demissionair staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer over het industriebeleid, getiteld ‘Structurele duurzame economische groei’ centraal staat. Een stuk over het langetermijnperspectief voor de brede Nederlandse maakindustrie, eind oktober naar de Kamer gestuurd, in reactie op een motie van Amhaouch en Dennis Wiersma (VVD). Een Kamerdebat moet nog volgen. In de brief worden trends beschreven die op de industrie afkomen, de ambitie die het (nu demissionaire) kabinet heeft met de sector en wat er nodig is om die waar te maken.

Dennis Wiersma (VVD)

Drie voorwaarden
In zijn commentaar op het stuk en voor het verwoorden van de visie van het CDA hanteert de politicus graag een ‘driehoek’ die ook als een rode draad door het interview loopt. Drie voorwaarden waaraan de beleidsmaatregelen in zijn ogen moeten voldoen: ze moeten er allereerst toe bijdragen dat de industrie meer gaat toevoegen aan het nationaal inkomen – nu is dat 12 procent ‘en dat zou wel een paar procent hoger mogen’. Ook moeten de maatregelen zorgen voor meer banen en – ‘waar mogelijk’ –  leiden tot een verkleining van de ecologische footprint.

‘Voor het versterken van je industrie op een bepaald terrein moet je eerst samenwerken’

‘De WBSO (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk, red.)’, zo steekt Amhaouch van wal, ‘subsidieert nu alleen de loonkosten die voor innovatie gemaakt worden. Maar niet de kosten om derden in te huren. Terwijl het mkb voor het doen van procésinnovatie zelden mensen op de loonlijst heeft staan, en juist het investeren in met name de digitalisering van de processen ervoor zorgt dat onze industrie internationaal concurrerend blijft. Wil je productiewerk dat nu nog in lagelonenlanden plaatsvindt kunnen re- en nearshoren, dan moet je investeren in productieautomatisering.’ Dat maakt Europa voor kritische producten minder afhankelijk van Azië en zorgt voor banen. ‘Nee, automatisering kost geen banen. Automatisering lost bottlenecks in een proces op waardoor elders in dat proces, waar handwerk onvermijdelijk is, juist meer werk ontstaat.’

Belang breed onderschreven
Dat de Nederlandse maakindustrie versterkt moet worden lijdt voor hem en, blijkens de brief van staatssecretaris Keijzer ook voor het kabinet, geen twijfel. Wilde Den Haag twintig jaar geleden nog de ‘vieze’ industrie het liefst compleet naar China en Oost-Europa verplaatsen, weg uit ons ‘dienstenland’, nu wordt het belang ervan volmondig door de regering onderschreven. ‘In Brainport Eindhoven’, weet Amhaouch, ‘is er niet alleen een vraag naar technisch geschoolden, maar ook naar accountants.’ De industrie draagt er ook belangrijk aan bij dat de dienstverlening floreert, wil hij maar zeggen.

Servitization
De toegevoegde waarde van de industrie wil Amhaouch vergroten met onder meer een verruimde WBSO. Verder is hij blij met de nieuwe Baangerelateerde Investeringskorting (BIK), al zou die niet voor twee jaar moeten gelden maar een structureel karakter moeten krijgen. Want dan draagt die regeling er immers echt aan bij dat die Nederlandse industrie nog beter kan doen waar het al zo sterk in is: het ontwikkelen en produceren van complexe machines in kleine series voor de wereldmarkt. Wat dan ook nog eens goed is voor een andere vorm van dienstverlening, die ook in de brief, met die term, wordt aangehaald: servitization. ‘De chipmachines van ASML’, geeft Amhaouch een voorbeeld dat hem na aan het hart ligt, ‘zijn zeer kostbaar. Die moeten een beschikbaarheid hebben van minstens 98 procent. Daarvoor is onderhoud nodig, in toenemende mate datagestuurd, waarmee onze industrie nog meer toegevoegde waarde kan genereren.’

Investeren in sleuteltechnologieën
Tegen die achtergrond is Amhaouch ook content met het in de brief gememoreerde Nationale Groeifonds van 20 miljard euro voor de periode 2021-2026 dat, wat het kabinet betreft, ook moet worden benut voor de financiering van fundamenteel en toegepast onderzoek naar ‘sleuteltechnologieën’. ‘Als overheid en bedrijfsleven daarin samen optrekken kunnen honderden miljoenen euro’s worden vrijgemaakt voor investering in onder andere fotonica. Die sleuteltechnologie is nodig om over een paar jaar de snelheid en het gebruik van het internet in hetzelfde tempo te laten groeien als nu.’ Vandaar dat hij achter het kabinetsbesluit van afgelopen zomer staat om 20 miljoen euro te investeren in het Eindhovense SMART Photonics, om de start-up te behouden voor Nederland. ‘Voor het versterken van onze positie in een technologie van een zo groot, mondiaal belang moet de overheid soms risico’s durven nemen.’
Dat type technologieën opwaarderen tot wereldtopniveau is niet iets wat volledig in ons kleine land kan geschieden, beseft de CDA-man. ‘Voor het fundamenteel onderzoek, precompetitief, moet nauw samengewerkt worden met Europese partners. Voor het versterken van je industrie op een bepaald terrein moet je eerst samenwerken. Daarna, als het op het ontwikkelen en vermarkten van toepassingen aankomt, moet je concurreren.’

Gelijk speelveld
Europese samenwerking is ook keihard nodig om de ecologische footprint van de industrie flink te verkleinen, maar wel op een mondiaal gelijk speelveld, wat in de brief ook bepleit wordt. Komende juni publiceert de Europese Commissie het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), een carbontax op import, onderdeel van het corona-steunfondspakket. De CBAM moet zorgen dat producten van buiten de EU de Europese producten niet wegconcurreren omdat ze niet hoeven te voldoen aan de prijsverhogende EU-richtlijnen. ‘Europese samenwerking is nodig om te zorgen voor een level playing field, op wereldschaal én binnen Europa. De EU ETS, de Europese regeling voor de handel in CO2-emissierechten voor de industrie, is een goede, noodzakelijke regeling. De Nederlandse regering moet zich er dan alleen wel van weerhouden deze regelgeving nog wat strenger te maken dan de EU voorschrijft. Want dat leidt er alleen maar toe dat uitstoot en werk naar elders binnen Europa verdwijnen.’

Verruiming staatssteun en mededinging
Mustafa Amhaouch refereert tot slot aan de in de brief van de staatssecretaris aangehaalde ‘Industrie Allianties’, bepleit door de Europese Commissie, die de vorm kunnen krijgen van een Important Project of Common European Interest (IPCEI). Projecten waarvoor ruime voorwaarden gelden voor staatssteun en mededinging, zodat overheden voor belangrijke ontwikkelingen gemakkelijker en grotere bedragen kunnen investeren en bedrijven eenvoudiger hun krachten kunnen bundelen. ‘In 2019 kregen de Europese treinenbouwers Siemens en Alstom van de EC geen toestemming voor een fusie, omdat er dan een partij zou ontstaan die te groot was voor de Europese markt. Vorige maand heeft Alstom wel toestemming gekregen om het Canadese Bombardier over te nemen, waardoor nu een nog grotere treinenbouwer ontstaat. Als het gaat om staatssteun en mededinging is het goed niet louter naar de concurrentieverhoudingen binnen Europa te kijken, maar ook naar die op wereldschaal.’

Lees Link magazine digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl

Een Tweede Kamerdebat over het industriebeleid, verwoord in de Kamerbrief over de visie op de toekomst van de industrie in Nederland, vindt niet meer voor de verkiezingen van maart plaats. Het nieuwe kabinet moet zorgen dat het beleid ook ten uitvoer wordt gebracht.

 

TECHNEUT BLIJFT IN DE KAMER, WAARSCHIJNLIJK
De vader van Mustafa Amhaouch kwam in 1963 als gastarbeider uit Marokko naar Nederland. Zelf studeerde Amhaouch meet- en regeltechniek aan Fontys Hogeschool in Venlo, na daarvoor de LTS en de MTS doorlopen te hebben. Na zijn studie werkte hij korte tijd als systeemtester bij Philips Medical Systems in Best. Van 1996 tot 2016 vervulde hij een managementfunctie bij ASML in Veldhoven. Sinds 2016 is Amhaouch Tweede Kamerlid namens het CDA. Voor de verkiezingen van half maart staat hij op plek 15 van de verkiezingslijst. Bij de Ipsos-peiling van eind december stond het CDA op 21 zetels. Een ‘veilige’ plek, zo lijkt het. Amhaouch: ‘Ik ben er blij mee.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.