Gender-index: Nederland stijgt 5 plaatsen – ‘meer vrouwen in techniek biedt sector kansen’

0

Nederland stijgt 5 plaatsen op de nieuwe “Global Gender Gap Index” van het World Economic Forum (WEF). Het onderzoeksinstituut Erasmus Centre for Business Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is partnerinstituut van het World Economic Forum en verzamelde onder leiding van prof.dr. Henk Volberda data voor Nederland. De Global Gender Gap index geeft inzicht in de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in 149 landen. Daarbij is gekeken naar economische participatie, toegang tot onderwijs, politieke invloed en gezondheidszorg/levensverwachting. In de nieuwste editie van het rapport blijkt dat Nederland progressie heeft geboekt op het gebied van arbeidsparticipatie. Ook zijn vrouwen meer gaan verdienen. Vooral wat betreft het aantal vrouwen in de politiek is er nog een inhaalslag te maken; ook wereldwijd bezien valt de vooruitgang daarop tegen. Op basis van de huidige ontwikkelingen verwacht het WEF dat het nog ruim honderd jaar zal duren voordat economische gelijkheid tussen beide seksen is gerealiseerd.

Het World Economic Forum (WEF) brengt jaarlijks een rapport uit waarin landen onderling worden vergeleken en inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre progressie wordt geboekt met het reduceren van ongelijkheid tussen beide seksen op vier vlakken: (1) economische participatie en kansen; (2) toegang tot onderwijs; (3) gezondheidszorg en levensverwachting; en (4) politieke invloed. De zogenaamde “Global Gender Gap Index” staat daarin centraal. De score kan variëren van 0 (ongelijkheid) tot 1 (gelijkheid). Het Erasmus Centre for Business Innovation (ECBI), gelieerd aan de Rotterdam School of Management (RSM) van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is partnerinstituut van het WEF. Prof.dr. Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management & Business Policy en wetenschappelijk directeur van ECBI, verzamelde met zijn team data voor Nederland. De belangrijkste bevindingen van het Global Gender Gap 2018 rapport zijn als volgt:

Nederland stijgt 5 plaatsen naar de 27e positie (van 149 onderzochte landen)

Nederland is 5 plaatsen gestegen op de Global Gender Gap Index en bezet nu de 27e positie. Volgens de Index is 75% van de ongelijkheidskloof tussen mannen en vrouwen in Nederland gedicht. Vooral op het gebied van economische participatie en wat betreft gelijke kansen heeft Nederland progressie geboekt. Zo is met name de gemiddelde koopkracht van vrouwen toegenomen. De gemiddelde arbeidsmarktparticipatie van vrouwen in Nederland is het afgelopen jaar gestegen van 74,2 naar 75,2 procent. De toename kan deels worden verklaard door een hoger opleidingsniveau van vrouwen, zoals ook in een onlangs verschenen rapportage van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) is belicht.

Ten opzichte van de groep landen met de relatief kleinste ongelijkheidskloof tussen mannen en vrouwen heeft Nederland relatief weinig vrouwen in hogere functies: circa 1 op de 4 (26,6%) is vrouw. Wat betreft het aantal jaren dat een vrouw regeringsleider is geweest staat Nederland niet in de top van de index. In de Raden van Bestuur van beursgenoteerde bedrijven in Nederland zijn ook verhoudingsgewijs vrij weinig vrouwen aanwezig: 28% van hen is vrouw. Verder werken ruim twee keer zoveel vrouwen (62%) als mannen parttime (29%). Vrouwen verrichten echter wel substantieel vaker vrijwilligerswerk dan mannen.

Op aspecten als onderwijsparticipatie, toegang tot gezondheidszorg en leeftijdsverwachting scoren Nederlandse vrouwen niet substantieel lager dan mannen. Op meerdere dimensies is er gelijkheid tussen de seksen, zoals op toegang tot basisonderwijs. Op verschillende andere dimensies scoort het vrouwelijk geslacht hoger. Hierbij valt te denken aan levensverwachting (73 jaar voor vrouwen versus 71 jaar voor mannen) en inschrijving bij hoger onderwijs (85% versus 76%).

Scandinavische landen domineren de top van de Global Gender Gap Index

IJsland voert al meerdere jaren de ranglijst aan met de relatief kleinste mate van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. In dit land is 86% van de ongelijkheidskloof gedicht. De top-4 van landen met de relatief kleinste mate van ongelijk tussen mannen en vrouwen bestaat verder uit Noorwegen (2e positie), Zweden (3e positie), en Finland (4e positie). Henk Volberda schrijft de positionering van die Scandinavische landen mede toe aan het hoge aantal vrouwen in het parlement. De top-10 bestaat verder uit Nicaragua (5e positie), Rwanda (6e positie), Nieuw-Zeeland (7e positie), de Filipijnen (8e positie), Ierland (9e positie) en Namibië (10e positie). Henk Volberda stelt: “De onderzoekers hebben gekeken naar gelijkheid, niet naar ontwikkelingsniveau of welvarendheid. Zo moeten vrouwen in Rwanda bijvoorbeeld wel werken, om het gezin te kunnen onderhouden. Wereldwijd bekeken is 68% van de mate van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen gedicht. Nederland bevindt zich met 75% wel boven dat wereldwijde gemiddelde.”

Vooral in de politiek is er nog relatief veel ongelijkheid

Van de verschillende onderdelen waar The Global Gender Gap Index naar kijkt is er vandaag de dag vooral nog ongelijkheid op het onderdeel politieke invloed (zie tevens Figuur 1). De daar aanwezige kloof is 77%. Met andere woorden: verhoudingsgewijs zijn er vrij veel mannen ten opzichte van vrouwen actief in de politiek. Volberda: “Van de 149 landen die beoordeeld zijn bij het onderzoek zijn er momenteel 17 met een vrouw als staatshoofd. Verder is gemiddeld 18% van de ministers en 24% van de parlementariërs vrouw. In Nederland is 36% van de parlementsleden vrouw tegenover 64% man. De verdeling van het aantal ministers naar geslacht kent een vergelijkbare orde van grootte als in het parlement (37,5% vrouw en 62,5% man). Het ontbreken van een vrouwelijke premier draagt eveneens bij een grotere kloof tussen mannen en vrouwen.”

In de 2018-editie van The Global Gender Gap Index is eveneens gekeken naar de mate waarin mannen en vrouwen actief zijn op het vlak van kunstmatige intelligentie. De verwachting is dat kunstmatige intelligentie een belangrijke vaardigheid wordt in de toekomst. Uit deze vergelijking komt naar voren dat 22% van de professionals op het gebied van kunstmatige intelligentie vrouw is tegenover 78% man. Henk Volberda geeft aan dat deze constatering op termijn meerdere implicaties kan hebben: “een toenemende vraag naar professionals op het vlak van kunstmatige intelligentie, in combinatie met een gelijkblijvende verdeling [22% vrouw versus 78% man], kan de gender gap wat betreft economische participatie en kansen vergroten. Verder suggereert een dergelijke ongelijke verdeling tussen man en vrouw minder diversiteit in talent, met mogelijk nadelige gevolgen voor het innovatievermogen en inclusiviteit op de werkvloer. Tevens impliceert een dergelijke verdeling een gemiste kans om het tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel in het technische vakgebied aan te pakken.”

Meer vrouwen in techniek biedt kansen

Volberda vervolgt: “Ook op andere technische gebieden zijn vrouwen relatief ondervertegenwoordigd. Zo is in Nederland 27,5% van het R&D-personeel vrouw en 72,5% man. Ook het aantal afgestudeerde vrouwen in technische richtingen zoals ICT, engineering, fabricage, bouw, natuurkunde, wiskunde en statistiek is relatief beperkt ten opzichte van het aantal mannelijke afstudeerders in die richtingen. Dit zijn juist sectoren waar het het verhogen van het percentage vrouwen kansen biedt voor de verdere ontwikkeling van die sectoren. Uit ander onderzoek blijkt dat divers samengestelde teams pro-actiever en ook creatiever zijn dan teams met alleen of hoofdzakelijk mannen of vrouwen. Diverse teams zijn bijvoorbeeld beter in staat adequaat in te spelen op de marktvraag. En in deze tijd van schaarste aan mensen, zeker in de techniek, is het een goede zaak als technische bedrijven ook putten uit het reservoir aan goed opgeleide vrouwen.”

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.