Frank Wijers Lantech: Voldoende toegang tot data slechts een kwestie van tijd

0

Met data van zijn installed base kan Lantech zijn machines beter laten functioneren. De componenten die de machinebouwer gebruikt genereren een grote hoeveelheid informatie die optimalisatie mogelijk maakt. Zo ook met de motion terminal VTEM van Festo, die een machine zelf laat reageren op onregelmatigheden. Machines worden zo duurzamer, sneller en flexibeler. Die verbeteringsslag goed maken vergt echter wel dat Lantech tot meer data – online – toegang krijgt. Maar die ‘openheid’ lijkt slechts een kwestie van tijd.

Slimme componenten zoals de Festo VTEM kunnen machines Lantech intelligent maken

  • ‘Er is zeker een trend naar meer openheid, het is volop in beweging.’
  • ‘De beschikbaarheid van goed opgeleide operators neemt af en dan is het wel zo prettig als de machine intelligenter wordt.’
  • ‘Monitoren zodat onderhoud op het meest ideale moment kan worden uitgevoerd.’
  • ‘We werken in een driehoek aan het optimaliseren van de machines.’
  • ‘Je moet er wel open over zijn. En dat kan ook. Je hebt immers niets te verbergen.’

‘De industrie is heel behoudend’

Openheid is een belangrijk trefwoord in het gesprek met Frank Wijers van machinebouwer Lantech en Benno Brinkers en John Zoontjens, beiden van Festo. Festo is de belangrijkste leverancier van de pneumatiek. Die zit toch al gauw op 30 procent van de draaiende delen in de dozenopzetters die Lantech uit Malden bij Nijmegen, ontwikkelt en produceert. Het gespreksonderwerp is het Link-thema ‘Data zijn key’, maar data kunnen die sleutelrol alleen maar vervullen als er openheid is. En dat is nog lang niet altijd en overal het geval. ‘Er is zeker een trend naar meer openheid, het is volop in beweging. En die trend zal zich de komende jaren versneld doorzetten met de binnenkomst van de jongste generatie’, is Wijers’ overtuiging. ‘Die lacht er straks om hoezeer onze generatie altijd getracht heeft informatie alleen voor eigen gebruik te behouden.’

Geen online data
Toch is die oudere generatie nu nog aan het roer, waardoor Lantech nagenoeg geen online dataverbindingen heeft met zijn machines bij de eindgebruiker. Wijers: ‘Ik schat dat wij data krijgen van ongeveer 5 procent van de installed base. En dat vrijwel geheel offline, van de onderhoudsmonteur die ter plaatse is geweest. Want je kijkt toch in de – concurrentiegevoelige – productiedata, is de redenering, ook al vertelt dat ons niets. En er is vrees voor hackers, want er loopt toch een kabeltje naar buiten.’

Bottleneck
Maar er speelt meer. Natuurlijk, de operator aan de machine krijgt altijd zoveel mogelijk data voorgeschoteld als nodig om het apparaat goed te bedienen. ‘Maar voor de voormannen in de fabriek, het management en zeker onze partners – leveranciers van complete lijnen of systeem integrators – geldt dat ze hooguit in 30 procent van de gevallen beschikken over de machinedata. En dat heeft veel te maken met het belang dat gehecht wordt aan het goed functioneren van een dozenopzetter. Dat is veel minder belangrijk dan het primaire proces draaiend houden.’ Maar, zegt Wijers, dat is wel aan het veranderen. ‘Ook die dozenopzetter kan een bottleneck zijn, zo realiseert het management van met name de grote bedrijven zich. Bij storing even handmatig dozen gaan opzetten is in veel gevallen nauwelijks een oplossing. Daarvoor zijn de gevraagde snelheid en kwaliteit vaak te hoog en is de beschikbare mankracht te gering en te duur.’

Storingen voorkomen
Storingen voorkomen is het belangrijkste doel van het genereren van data, vervolgt Wijers. ‘Een dozenopzetter vouwt een doos in vorm en maakt met plakband de onderkant dicht. De benodigde strook wordt van een rol afgesneden met een mes. Bij elke keer snijden blijft er een beetje lijm achter op het lemmet, dat daardoor minder scherp wordt en niet meer de juiste lengte afsnijdt. Wij hebben een sensor die de lengte van de stroken meet en alarm kan slaan als de lengte te veel afwijkt van de instelling.’
Een tweede voorbeeld dat Wijers desgevraagd geeft, sluit direct aan op de business van de andere gesprekspartners. ‘De pneumatiek die Festo levert kan informatie geven over het tempo waarin het beweegt. Als het uitvoersysteem voor de te vouwen dozen te strak is afgesteld kan dat onnodig veel kracht vergen. Misschien doet een operator niets met dergelijke info: de machine draait immers goed, in het gewenste tempo. Maar in de controlekamer of voor het bovenliggende management kan het wel reden zijn de operators beter te instrueren, om zo onnodig energieverbruik en slijtage te voorkomen.’

VTEM: groenere machines
Lantech heeft reeds ervaring opgedaan met het nieuwste ventieleiland van Festo, de motion terminal VTEM. Het is een nauwkeurig te programmeren ventiel, duidt Brinkers, productmanager van onder andere de VTEM. ‘Daarmee kan elke machinebouwer veel groenere machines configureren. Door de intelligentie van dit ventieleiland is het functioneren van de pneumatiek veel nauwkeuriger af te stellen, waardoor die energiezuiniger maar toch sneller functioneert. Daarmee kan bijvoorbeeld de gebruikelijke snelle voorbeweging, om een arm dicht bij het product te brengen, gecombineerd worden met de positioneringbeweging om de arm zacht tegen het product aan te zetten. Eén vloeiende beweging: dat scheelt energie en bewegingstijd. Maar de VTEM is ook zo intelligent dat het die bewegingen met dezelfde kracht uitvoert, ook als er bijvoorbeeld een lekkage is. Die lekkage wordt gemeld, zodat er op een geschikt moment onderhoud kan plaatsvinden, maar dat doet niet meteen afbreuk aan het functioneren van de machine.’

Machine intelligenter
Diezelfde intelligentie in de VTEM zorgt er ook voor, vervolgt Brinkers, dat de dozenopzetters flexibeler worden. ‘Afhankelijk van het formaat doos dat opgezet moet worden wordt de grijparm meer in het midden of meer aan het uiteinde belast. De massatraagheid is in beide gevallen anders. De VTEM stelt de mate van belasting zelf vast en past daarop de instelling van de pneumatiek aan. Het ventiel genereert dus veel data, waarmee het zelf zijn instellingen aanpast.’ En dat komt veel klanten van Lantech wel van pas, weet Wijers. ‘De beschikbaarheid van goed opgeleide operators neemt af en dan is het wel zo prettig als de machine intelligenter wordt.’

AI-competenties
Die intelligentie, neemt Brinkers weer over, komt nog wel voort uit ‘gewone regelkringen’. ‘Er is nog geen sprake van kunstmatige intelligentie die de machines straks un-supervised learning moet maken.’ Om de daarvoor benodigde artificiële intelligentie-competenties in huis te halen heeft Festo vier jaar geleden een meerderheidsaandeel genomen in het Duitse AI-bedrijf Resolto Informatik, waarbij het aandeel begin dit jaar is uitgebreid naar 100 procent. Met de nieuwe kennis aan boord wil de aandrijfspecialist een volgende stap zetten. ‘Naar pneumatiek die de machinebouwer in staat stelt machines te ontwerpen die op basis van historische data en gebruikmakend van slimme algoritmes kunnen anticiperen op bijvoorbeeld een kritische status door slijtage, en dan overgaan op 80 procent van de snelheid. Dit om storingen te voorkomen.’

Condition based maintenance
Dat is de richting waar ook Lantech naartoe wil, aldus Wijers. Met als tussenstap condition based maintenance. ‘Onderhoud’, legt hij uit, ‘niet omdat er een bepaalde tijd is verstreken – zoals bij de jaarlijkse beurt voor je auto –, maar omdat de conditie van de machine op specifieke punten veranderd is. Een verandering die voortdurend gemonitord wordt, waardoor dat onderhoud op het meest ideale moment kan worden uitgevoerd.’ Maar dat vraagt dus, zo komt hij terug op zijn eerdere uitspraken over openheid (en het gebrek eraan), dat de eindgebruiker zijn machinedata deelt. ‘De industrie is heel behoudend. De volgende generatie zal het maar heel vreemd vinden dat betrouwbare ketenpartners niet kunnen zien wat de status is van de machines die zij geleverd hebben, terwijl ze daarmee uitval kunnen voorkomen.’

Link magazine editie oktober/november thema 2021: Data is key hoe kan het mkb daar winst mee maken? Lees Link digitaal of vraag een exemplaar op: mireille.vanginkel@linkmagazine.nl’

Driehoek
Toch zit daar dus wel beweging in, zo wordt ook duidelijk uit de inbreng van John Zoontjens, key accountmanager van Festo met Lantech in zijn portefeuille. ‘Ik zoek in mijn werk voortdurend naar waar de eindgebruiker van de dozenopzetters precies behoefte aan heeft. Hoe de productie van die machines sneller, flexibeler, betrouwbaarder en ook goedkoper kan. De VTEM kan daarvoor zorgen. Die informatie wil ik graag vertalen naar Lantech, om die eindgebruiker een concurrentievoordeel te geven.’ Dat contact heeft de multinational Festo met veel van de eindgebruikers van de machines van Lantech, voor het leveren van spare parts of het verrichten van onderhoud. ‘Zo werken we in een driehoek aan het optimaliseren van de machines’, aldus Zoontjens. ‘Nee, die driehoek is nog niet bijeen geweest, maar dat is wel het plan.’
‘Van zo’n overleg is het inderdaad nog niet gekomen, maar samen naar een eindgebruiker zou heel zinvol zijn’, bevestigt Frank Wijers. ‘Of we dan onze relaties met system integrators niet onder druk zetten als we over hen heen naar hun klant gaan? Nee hoor, maar je moet er wel open over zijn. En dat kan ook. Je hebt immers niets te verbergen. Wij willen onze kwaliteit verbeteren en dat is ook in zijn belang.’

VTEM vervangt tot vijftig componenten
De Festo motion terminal VTEM is te vergelijken met een smartphone. Die combineert de losse telefoon, agenda, navigatiesysteem en fototoestel van vroeger in apps. Festo heeft een universeel ventiel ontwikkeld, dat tot wel vijftig losse componenten vervangt. Door de software te programmeren kan het ventiel allerlei functionaliteiten krijgen. Bijvoorbeeld om als flowventiel op het ene moment een tilhulp actief te sturen en als die stilstaat het te laten fungeren als drukventiel. Dankzij de piëzo-techniek kan snel tussen de functies geschakeld worden. Dat maakt niet alleen níeuwe machines energiezuiniger, sneller en flexibeler, maar ook bestaande. Dit laatste in het kader van een retrofit, zonder dat iets aan de mechanica veranderd hoeft te worden.

Snelle groei Lantech
Lantech is bijna 50 jaar geleden opgericht in de VS, waar het de grootste vestiging heeft en waar het palletwikkelaars ontwikkelt en produceert. In de VS werken zo’n 450 mensen. In de vestiging in Malden ongeveer 220. Daar is de ontwikkeling en productie van de dozenopzetters en sluiters geconcentreerd. Het bedrijf bevindt zich momenteel in een fase van zeer snelle groei, in Malden met meer dan 40 procent in een half jaar tijd. Het huidige pand is drie jaar geleden betrokken en was 2,5 keer groter dan het oude, maar is inmiddels alweer te klein. ‘Hier was tot voor kort de showroom’, wijst Frank Wijers tijdens een korte rondgang over de productievloer. ‘Nu doen we er eindassemblagewerk.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.