Endgame tabaksmarkt vraagt van TDC ‘agility in het kwadraat’

0

THEMA Snelheid is de nieuwe currency

TDC concentreert zich ook op een toekomst buiten de tabaksindustrie, zo bewijst de machine voor het verpakken van wasbuiltjes. Jeroen Slobbe: ‘Net als de olie & gas is de tabaksindustrie bezig met een eindspel.

De tabaksmarkt verkeert in een ‘endgame’. TDC, specialist in het bouwen van machines voor juist deze markt, heeft dan ook een nieuwe, flexibele lijn in ontwikkeling waarmee veel meer kan dan het produceren en verpakken van sigaretten. ‘Voor die nieuwe werkelijkheid machines ontwikkelen en bouwen, vraagt van ons agility in het kwadraat’, duidt directeur Jeroen Slobbe het in een openhartig gesprek. Slobbe was eind vorige maand een van de gasten van de DISCA-talkshow.

 

  • ‘Voor een dergelijke diffuse markt moet je je organisatie, mensen en technologie flexibiliseren.’
  • ‘Je hebt mensen nodig die in staat zijn kennis op te halen bij de klant.’
  • ‘Als je er een ander product op wilt maken, is het een kwestie van het uitwisselen van de modules.’

 

Als je op een verjaardagsfeestje vertelt dat je voor de tabaksindustrie werkt, heb je altijd het gevoel dat je je moet verontschuldigen, erkent Jeroen Slobbe. Zijn bedrijf, Technical Development Corporation (TDC) in Kampen, is onderdeel van de ITMGroup en heeft vele jaren ervaring met het produceren van machines voor de tabaksindustrie. Innovatie in die industrie betrof tot nog toe het produceerbaar en hanteerbaar maken van een grote variëteit aan doosjes en zakjes. Maar dat is er binnenkort niet meer bij. De verwachting is dat de Europese Unie snel het Australische voorbeeld van plain packaging zal gaan volgen, waarbij alle verpakkingen hetzelfde zullen zijn. Slobbe geeft aan dat deze ontwikkeling niet tegen te houden is. Immers, tabak is een schadelijk product.

Nieuwe werkelijkheid

Deze veranderingen lijken bedreigend voor TDC, maar Slobbe ziet het als een uitdagende verandering. In voorbereiding op die nieuwe, maar onzekere toekomst heeft de machinebouwer de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het flexibiliseren, in het ‘agile in het kwadraat’ worden. ‘Net als de olie & gas is de tabaksindustrie bezig met een eindspel. Waar de klanten van de olie behoefte houden aan energie, houden de tabaksklanten behoefte aan nicotine. Een andere parallel is dat in beide sectoren nog onduidelijk is hoe de behoeftes in de toekomst precies worden ingevuld. Om voor een dergelijke diffuse markt machines te ontwikkelen en te bouwen, moet je je organisatie, je mensen en je technologie flexibiliseren. Niet langer maken we machines voor het produceren en verpakken van steeds weer min of meer diezelfde sigaret of pluk tabak, we gaan nu machines maken voor producten die elk totaal anders in elkaars steken’, aldus een gedreven Slobbe.

iQos van Philip Morris International

Machines ontwikkelen voor een nieuwe, nog diffuse werkelijkheid

Waarop de TDC-directeur naar een grote vitrine loopt. De uitstalkast in zijn directiekamer is nog overwegend gevuld met pakjes traditionele rookwaar, maar er liggen ook enkele nieuwe producten in die hij op tafel voor zijn bezoek demonteert. Het eerste product blijkt de onlangs in Japan geïntroduceerde iQos van Philip Morris International te zijn, een product met een gloeidraadje dat de tabaksmelange verwarmt, maar niet verbrandt. Het tweede is een elektronische sigaret, zoals die al nu al te koop is, en het derde is de Mevius, weer een totaal ander nicotineproduct, van Japan Tobacco International. Dat die drie voorbeelden om compleet andere productiemethoden vragen, lijkt evident. Want behalve dat ze allemaal cilindervormig zijn en nicotine bevatten, kennen ze geen overeenkomsten. ‘Dit is onze nieuwe werkelijkheid: een markt van totaal verschillende producten waarvan nog hoogst onduidelijk is welke technologie uiteindelijk de standaard zal gaan worden – wellicht is dat een technologie die nu nog niet eens bestaat. Voor die markt machines ontwikkelen en bouwen, vraagt van ons agility in het kwadraat.’

Andere of veranderde?

Deze nieuwe werkelijkheid betekent praktisch dat TDC andere productietechnologieën moet gaan ontwikkelen en dat vraagt andere of veranderde medewerkers, klanten en toeleveranciers. ‘Voorheen waren wij veel meer verticaal geïntegreerd. Nu concentreren we ons alleen op de ontwikkeling, de eindassemblage en het testwerk. Voor bepaalde technologieën nemen we een modulebouwer als Masévon in de arm en voor het verhogen van de effectiviteit van die module een daarin gespecialiseerde leverancier. Voorheen konden we vertrouwen op de kennis van onze engineers van het gedrag van machine, materialen en lijnoperator. Nu gaan diezelfde mensen ineens machines ontwikkelen en bouwen voor compleet andere producten. Dan mis je die ervaring’, zegt Slobbe. ‘Om dat gat in te vullen, heb je mensen nodig die in staat zijn die kennis op te halen bij de klant.’ Dat vergt ook een verandering bij de klant. ‘Als je samen een machine ontwikkelt, moet de klant accepteren dat de ip (intellectueel eigendom, red.) van TDC is, zodat wij die ook kunnen gebruiken voor andere klanten. De klant moet kunnen omgaan met de onzekerheid die per definitie gepaard gaat met het ontwikkelen van een compleet nieuw product en zal een deel van de risico’s moeten dragen. Samen met de klant kunnen we dan een bèta-machine ontwikkelen, net zoals ASML dat doet met zijn klanten.’

Genesis

Met nieuwe technologieën en met de inzet van andere/veranderde toeleveranciers, medewerkers en klanten heeft TDC inmiddels de Genesis ontwikkeld. Een machine die producten kan maken die qua design sterk uiteenlopen. Slobbe schetst de gang van zaken: ‘De klant komt in een vroeg stadium van de productontwikkeling bij ons met een concept-product. Dat vertalen we naar een aantal productfuncties, die we vervolgens vertalen naar een aantal componenten. Ten slotte vertalen we dit naar een productiemodule van de Genesis. Wij kijken bijvoorbeeld hoe twee kunststofcomponenten van een e-sigaret het beste met elkaar verbonden kunnen worden. Of we komen met een antibacterieel additief dat, toegevoegd aan de kunststof van het mondstuk, voorkomt dat er een antibacteriële laag overheen aangebracht moet worden.’

Waarop Jeroen Slobbe zijn bezoek, via een wat verscholen toegang, een hal inleidt. In helder licht staat daar de Genesis. Om de lijn van zeker tien meter lang werken vijf mensen. Jonge mensen, maar ook iemand met grijs haar, al decennialang bij TDC werkzaam, bevestigt Slobbe. De diverse modules, elk voor de productie en controle van één component, zijn goed van elkaar te onderscheiden. Het product zelf wordt via een lange serie van tandwielen over de lijn bewogen, met tussen elke tand precies voldoende ruimte voor één product. ‘Als je er een ander product op wilt maken, in reactie op marktontwikkelingen, is het een kwestie van het uitwisselen van de modules en het kiezen van een andere set tandwielen, passend bij de maatvoering van dat product en je kunt gaan draaien. Door deze methode wordt de time-to-market van de klant aanzienlijk verkort en kan TDC samen met de klant snel reageren op veranderingen in een dynamische markt’, aldus een trotse Slobbe.

Andere markten

De Genesis kan maar liefst 800 stuks per minuut produceren. Maar de snelheid van de machine en de ‘agility in kwadraat’ van het bedrijf dat ’m gebouwd heeft, zit dus in het gemak waarmee hij te veranderen is in een apparaat voor de productie van sterk uiteenlopende producten. De machine voor het verpakken van wasbuiltjes (pod’s) die een hal verderop staat, laat zien dat het bedrijf zich ook concentreert op een toekomst buiten de tabaksindustrie.

Samen meer snelheid maken

Masévon Technology werkt al sinds 2012 met TDC samen. Toentertijd was TDC net begonnen afscheid te nemen van een verticaal geïntegreerde manier van werken om, in samenwerking met ketenpartners, meer snelheid te kunnen maken. Het werk van de Hardenbergse onderneming betrof toen het beter produceerbaar maken van een bestaande sigarettenproductiemachine. Met die ervaring op zak benaderde TDC eind 2015 Masévon opnieuw, nu voor de engineering en productie van de Genesis, vertelt verkoopdirecteur Elgar van der Bij van de system supplier. ‘Op dat moment was een concept van een modulair opgebouwde lijn beschikbaar waarin voor elke stap in een productieproces een – uitwisselbare – module was gedefinieerd. Wij kregen de vraag om, op basis van dat concept, de hardware voor de modules te engineeren en te bouwen voor een Genesis-lijn voor de productie van een bepaald type e-sigaret. Daarop zijn onze engineers, in zeer nauwe samenwerking met die van TDC en in hoog tempo, gaan tekenen en bouwen. Veel kunststof-, frees- en draaidelen hebben we binnen de Masévon Group – onder meer Haarhuis Advanced Constructions en Tuin Machinefabriek – geproduceerd, maar wij hebben ook onze externe lokale supply chain met leveranciers als Itter, GML Instruments en Horstra Technology erbij betrokken.’

Elgar van der Bij van Masévon Technology: ‘In een complex, innovatief project dat zo snel ontwikkeld wordt als dit, moet elke partij zijn verantwoordelijkheid nemen totdat er een werkende lijn bij de eindklant staat.’

Inmiddels zijn de modules uitgeleverd aan TDC, dat nu bezig is ze te voorzien van de benodigde (besturings)software en elektronica en ze te integreren tot één werkende lijn. ‘Dit betreft een prototype waaraan al werkende weg nog veel gewijzigd wordt. Mensen van ons zijn dan ook nog dagelijks in Kampen om te ondersteunen bij de assemblage, het updaten van het tekeningenpakket, et cetera’, aldus Van der Bij. ‘Want in een complex, innovatief project dat zo snel ontwikkeld wordt als dit, moet elke partij zijn verantwoordelijkheid nemen totdat er een werkende lijn bij de eindklant staat. Heel prettig is dan dat er op een heel open manier gecommuniceerd wordt, ook over onze wederzijdse verdienmodellen’, zo stelt Van der Bij, wiens insteek natuurlijk is dat Masévon ook bij de volgende Genesis-lijn betrokken wordt, mogelijk zelfs voor mechatronische turnkeyleveringen.

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.