Directeur Marloes Kepser wil dat medewerkers veel eigen verantwoordelijkheid nemen

0

‘Het is gevaarlijk om mensen vooral op hun diploma’s te beoordelen’

Niet lullen maar poetsen. Dat is de cultuur bij het ruim zestig jaar oude metaalbedrijf Kepser in Cuijk. Zo’n tachtig vakmensen co-engineeren, produceren en assembleren halffabricaten, componenten en complete modules onder het kersverse motto ‘Making metal matter’. Marloes Kepser voert samen met haar broer Harry de directie, nadat hun vader twee jaar geleden onverwachts overleed. Ze volgde in de avonduren een brede vakopleiding techniek om nog meer feeling met het werk en met haar mensen te krijgen. ‘De medewerkers hebben hier alle ruimte om zich te ontwikkelen en hun ideeën te spuien.’

  • ‘Een oude hiërarchische structuur met strakke lijnen is niet meer van deze tijd.’
  • ‘Ik ben niet van het pats-boem veranderen, maar we moeten met onze tijd mee.
  • ‘Robots kunnen zwaar werk verlichten, zodat mensen hier langer met plezier kunnen werken.’
  • ‘Willen leren, doorzettingsvermogen en affiniteit hebben met metaal: dat telt het zwaarst.’

‘Soms mogen de mentaliteit en motivatie van de nieuwe generatie beter’

Achteraf had Marloes Kepser vroeger liever een technische opleiding willen doen. Die affiniteit met techniek was er altijd al. Vader Chris liet zijn kinderen vrij om te kiezen wat ze wilden: broer Harry deed een sportopleiding, Marloes koos voor hotel- en eventmanagement. Die opleiding was gericht op algemeen management, met vakken als logistiek, inkoop en projectmanagement, dus dat komt ook nu nog allemaal van pas. ‘Wat je in die hotel- en evenementenbranche leert is mensenkennis. Goed met mensen kunnen omgaan is overal van groot belang.’

Marloes Kepser van Kepser Metaal: Willen leren, doorzettingsvermogen en affiniteit hebben met metaal: dat telt het zwaarst.’

Je noemt de mensen het fundament van Kepser.

‘Ja, zonder de medewerkers is er geen bestaansrecht. Kepser heeft geen eigen producten, we verkopen capaciteit, dus de inzet van onze mensen. Alle kennis en kunde zit in hen. Sommigen werken hier al tientallen jaren. Zij weten het beste hoe iets wel of niet gemaakt kan worden. Of hoe we iets slimmer, goedkoper en beter kunnen produceren. Ze hebben hun kennis, jarenlange ervaring en ook hun praktisch inzicht. We hebben alle facetten op de werkvloer: van lasersnijden tot en met assemblage. Mensen snappen het belang van wat ze doen en waarom een bepaald product er op een bepaalde manier uit moet zien. Stel de zetters doen iets niet goed, dan hebben de lassers daar last van.’

Waarom ging je zelf de vakopleiding techniek doen?

‘Ik ben als kind opgegroeid in het bedrijf. Toen ik hier begon, kon ik een technische tekening lezen en me het eindproduct voor ogen halen. Dat is wat anders dan het echte werk. Naast ons zit een locatie van Stichting Vakopleiding Techniek. De directeur had een nieuwe assistente aangenomen en hij vroeg ons of we samen een basisopleiding in de avonduren wilden volgen. Dat betekende een jaar lang één avond in de week lassen, draaien, frezen: alle facetten die we ook hier hebben. Vond ik heel interessant. Ik heb nu veel meer gevoel bij wat we doen, wat de medewerkers maken.’

Wat heb je eraan dat die vakopleiding pal hiernaast zit? 

‘We hebben zes bbl’ers via hen rondlopen, mbo’ers die werken en leren tegelijk. Nogal wat jongeren blijven bij ons werken na hun diplomering en vertellen het verder aan anderen op de vakschool. Tijdens een scholings- en beroepenmarkt bij de vakopleiding hebben we 360 graden foto’s in een virtual reality-bril geprojecteerd. Dat spreekt jongeren aan. Ze rijden ook vaak langs ons bedrijf, herkennen het logo. We hebben een goede naam in de regio, nog steeds zijn mensen verrast hoe opgeruimd en ordelijk zo’n metaalbedrijf als het onze is.’

Hoe beschrijf je jouw manier van leidinggeven?

‘Ik ben niet autoritair. Ik wil op een nieuwe manier aansturen en zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid bij de medewerkers zelf leggen. Ze moeten de ruimte hebben om zich te ontwikkelen en hun ideeën en mening te geven. Daar worden we alleen maar beter en slimmer van. Ik ga in gesprek en geef aan dat mensen verbeteringen kunnen aandragen. Dat zijn ze van oudsher niet gewend, voorheen vertelde één directeur wat er moest gebeuren. Dat ging heel goed, mijn vader heeft een succesvol bedrijf opgezet, iedereen had veel respect voor hem. Er was wederzijds een warme band. Maar tegenwoordig moeten we het veel meer samen doen en veel communiceren. Iedereen is even belangrijk. Een oude hiërarchische structuur met strakke lijnen is niet meer van deze tijd.’

Is de structuur dan ook anders?

‘Dat harkje in het organogram houd je altijd. Maar iedereen staat voor mij op gelijk niveau. Natuurlijk hebben we leidinggevenden die het werk coördineren en mensen aanspreken op hun gedrag als dat nodig is. Maar we doen het met elkaar. Het was in het begin aftasten. Dat mijn broer en ik het anders doen dan onze vader, hebben we ook een paar keer expliciet verteld. Als ik op dezelfde manier zou moeten werken als hij, zou ik het niet volhouden. Dat past niet bij mij. Ik heb daarin ook veel te leren en stappen te zetten. Soms gaat het voor mij niet snel genoeg, maar ik probeer de mensen zo veel mogelijk in mijn ideeën mee te nemen. Ik heb afgelopen jaren veel geleerd.’

Wat zou je nog beter willen doen?

‘Ik zou meer tijd willen hebben om nog meer aandacht aan de medewerkers te geven, nog meer in gesprek te gaan. We hebben niet echt een vaste overlegstructuur. Een wekelijks vast overleg heeft ook geen functie. Dat past niet binnen de mentaliteit van ons bedrijf. Ik zoek nog naar een goede manier waarop medewerkers zich kunnen uiten. En hoe ik op mijn beurt het beste kan communiceren over mijn plannen. We hadden eerst een jaarlijkse bijeenkomst, ik wil nu elk kwartaal een bijeenkomst om mensen te vertellen over het bedrijf en welke veranderingen we doormaken. Ik ben niet van het pats-boem veranderen, maar we moeten met onze tijd mee. Dat moet je blijven uitleggen.’

Waar denk je dan aan?

‘We willen bijvoorbeeld een papierloze fabriek, er gaat nu heel veel papier rond en dat is nooit actueel. Dus willen we overal schermen neerhangen met tekeningen en andere informatie. Maar dan komen de vragen: “Moet ik nu dan alles achter de computer doen?” “Kan ik mijn tekening alsnog printen?” Het is onwennig. Als je het uitlegt, zien mensen in dat online informatie handiger is. We hebben ook al jaren een lasrobot en kijken samen met klanten wat voor robots hier nog meer een aanvulling kunnen zijn. Robots kunnen zwaar werk verlichten, zodat mensen hier langer met plezier kunnen werken.’

Wat doe je aan opleiden?

‘Iedereen mag aangeven als hij een opleiding wil doen in het verlengde van zijn werk. We doen geen harde beloftes voor een andere functie of een ander niveau. Iedere functie bij ons is vervuld. Daar ben ik open en transparant over. Maar ik juich het toe als mensen een opleiding willen doen voor hun ontwikkeling. Soms nodigen we iemand uit op de werkvloer: een klant die waterstofgasinstallaties verkoopt en aan wie wij onderdelen toeleveren, heeft samen met een lasadviseur een verhaal gehouden over wat erbij komt kijken, waarom alle keuringen nodig zijn. Dan zien onze lassers ook waarom ze zelf steeds certificaten moeten halen. Het geeft meer feeling als je het geheel ziet. Leverancier MCB uit Valkenswaard heeft een materiaalcursus gegeven.’

Waar kijk je naar als je mensen aanneemt?

‘Het gaat erom of iemand past binnen het bedrijf. Soms heeft een sollicitant een curriculum vitae waarvoor je je petje afneemt. Maar er moet een klik zijn met de collega’s en de sfeer. Diploma’s zijn belangrijk, maar ervaring in de praktijk is net zo belangrijk. Stel, iemand heeft jarenlang vakantiewerk gedaan bij een montagebedrijf, maar niet het juiste diploma. Dan heeft hij wel de ervaring die we kunnen gebruiken. Het is gevaarlijk om mensen vooral op hun diploma’s te beoordelen. Wie het inzicht en de drive heeft, komt er wel. Willen leren, doorzettingsvermogen en affiniteit hebben met metaal: dat telt het zwaarst.’

Maak je je zorgen over het aanbod van mensen en hun competenties?

‘Soms mogen de mentaliteit en motivatie van de nieuwe generatie beter. Jongeren willen interessant werk, anders gaan ze weer. Ik snap dat ze na een paar jaar soms ergens anders willen kijken. De meesten zijn van harte welkom als ze daarna hier terug willen komen met alle opgedane ervaring. Het gras is altijd groener bij de buren, ga daar maar kijken of het beter bij je past. We doen veel om mensen te binden en te boeien. We bieden een prettige werkomgeving, goede werkomstandigheden. Er is veel afwisseling door de veelheid aan klanten.’

Eén van jullie kernwaarden is ‘gedijen op vertrouwen’. Wat bedoel je daarmee?

‘We komen onze afspraken na, richting klanten en medewerkers. We bouwen intern en extern aan partnerschap. Ik geef vertrouwen, ik vertrouw erop dat mensen kwaliteit leveren, dat ze ook elkaar erop aanspreken als iemand de kantjes er vanaf loopt. Soms is het lastig om iedereen gemotiveerd te krijgen. Mensen moeten snappen dat goed werk leveren belangrijk is. De meesten snappen dat ook prima. Voorop lopen in duidelijkheid is ook zo’n kernwaarde: we zeggen waar het op staat, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn.’

Wat is mooi aan je directeurschap?

‘Ik ben trots op dit bedrijf, op de mensen en de producten, op wat er nog voor ons ligt. We zijn goed, maar hoe kunnen we nog beter worden? Pas geleden nodigde Carel van Sorgen van 247TailorSteel in Varsseveld me uit. Ik greep het met beide handen aan, ik heb grote bewondering voor hem, hij is een inspiratiebron. Hoe 247TailorSteel zijn processen op orde heeft, is indrukwekkend. Hoe ze daar in ploegen werken en met het personeel omgaan: op de werkvloer worden veel data verzameld en daar hangen ook extra beloningen aan vast. Carel van Sorgen heeft me over van alles aan het denken gezet. Er zijn talrijke mooie bedrijven in Nederland, we moeten de deuren niet stijf dichthouden. Misschien ben je concurrent van elkaar, maar we hebben allemaal onze eigen klantenkring en kunnen veel van elkaar leren.’

Making metal matter

Kepser in Cuijk levert al ruim zestig jaar plaat- en constructiewerk in prototypes, enkelstuks en kleine series. Marloes Kepser (34) en haar broer Harry (32) vormen de directie sinds het onverwachte overlijden van hun vader Chris. Allround toeleverancier Kepser verzorgt engineering, plaatwerk, profielwerk, verspaning en assemblage. Dochteronderneming Venrooy voert een eigen product waarvoor alles bij Kepser gemaakt wordt: machines en toebehoren voor het (om)wikkelen en leggen van kabels voor onder meer infrastructuur en scheepslieren. Kepser draait 12 miljoen euro omzet met zo’n 80 medewerkers.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.