‘founding fathers’ van Link Magazine: Wie bang is voor open innovatie, kent zijn eigen kracht niet

0

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met Henk de Wilt, S van Sprang, JCA Vercoulen, R van Giessel, Karel Hubée, FJAM van Houten

Op een stormachtige herfstavond begaven de ‘founding fathers’ van Link Magazine zich naar Chalet Royal in Den Bosch voor een rondetafeldiscussie over de supply chain. Hoe ontwikkelde die zich in de tien jaar dat Link verschijnt?Is er openheid, vertrouwen? Zijn de suppliers van nu innovatiever dan toen? Sturen de uitbesteders beter aan? Hoe ontwikkelden de oem’ers zich? En hoe spelen de universiteiten in op de ontwikkelingen? De fine fleur van de Nederlandse maakindustrie en kenniswereld liet zich door hoofdredacteur Martin van Zaalen verleiden tot pittige discussies.

Het is een illuster gezelschap dat aanschuift in Den Bosch, in willekeurige volgorde: Henk de Wilt, Jack van Sprang, Jan Vercoulen, Fred van Houten, Rob van Giessel en Karel Hubée. Ze waren erbij toen Link Magazine het levenslicht zag, en nu zijn ze er weer. De Wilt (voormalig voorzitter college van bestuur TU Eindhoven), Vercoulen (voormalig directeur R&D Océ), Van Giessel (voormalig ceo Philips CFT) en Hubée (voormalig vice-voorzitter raad van bestuur Philips Electronics) zijn inmiddels gepensioneerd, maar nog steeds op verschillende fronten actief. Van Sprang is senior vice president van ElectroTech (onder meer de Frencken Group) en Van Houten is hoogleraar ontwerptechniek aan de Universiteit Twente. Een jubileum maakt nostalgisch, zeker wanneer de regen de ramen geselt, en het gezelschap laat de gedachten dan ook graag teruggaan naar de begintijd, toen ze samen met oprichters Hennie de Ruyter en John van Ginkel de koers van het blad uitzetten. Wat Link Magazine anders maakt

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met FJAM van Houten, R van Giessel,  

dan alle andere bladen in de industrie, is de betrokkenheid van de uitgevers en de redactie bij de bedrijven in de branche, stellen ze. ‘Veel mensen hebben iets met Link. Dat komt omdat jullie luisteren. Je hebt hart voor de markt, een open mind en bent echt geïnteresseerd in wat er speelt. Jullie zien in dat technologie ondergeschikt is aan de mensen die ermee werken. En jullie knopen iedereen aan elkaar’, complimenteert Hubée. ‘En jullie hadden de tijdgeest mee. Er verschoof destijds van alles, maar de gevestigde bladen
zagen het niet’, constateert De Wilt. Link Magazine is blijven luisteren. In tal van interviews met mensen uit het veld en in vele rondetafelgesprekken, zoals deze avond.
Minder zorgzaam Dit keer is het onderwerp: tien jaar ontwikkelingen in de supply chain, bij de start van het magazine een thema in opkomst. Hoe is het nu met die supply chain? Zijn we hechter gaan samenwerken? ‘Kijken we naar het bouwen aan strakke horizontale netwerken, dan stel ik vast dat we een heel eind komen’, zegt De Wilt. ‘Er komen hechte,
waardevolle netwerken tot stand via de open campus-gedachte.’ Tegelijkertijd verminderde de verticale loyaliteit tussen oem’er en supplier. ‘Vroeger was je als oem’er zorgzaam richting je suppliers’, vindt Vercoulen. ‘Dat sentiment is verdwenen, tegelijk met de productie. Als je in China produceert omdat dáár je afzetmarkt ligt, dan zoek je dáár je suppliers. Zelf heb ik er nog wakker van gelegen toen we bij Océ de banden met een aantal vaste suppliers afbouwden omdat we flexibeler wilden worden. Tegenwoordig kijkt
niemand daar nog van op. Overigens waren mijn zorgen ook niet altijd gerechtvaardigd: een aantal van hen bleek uitstekend in staat om het op eigen kracht te rooien. Dat geldt met name díe suppliers die ondernemend zijn en eigen producten ontwikkelen. Ik had het niet verwacht en ben er door verrast, maar ik vind het fantastisch.’ De supplier die het redt, is de ondernemer die produceert én innoveert, daarover zijn de aanwezigen het eens. Hij heeft bovendien een scherp oog voor zijn toegevoegde waarde in de keten.

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met  JCA Vercoulen, R van Giessel, Karel Hubée, FJAM van Houten

R&d verplaatsen
De oem’er is rationeler geworden in zijn relaties, en dat geldt ook de r&d. ‘We zeggen wel steeds dat Nederland kansen heeft vanwege zijn kennispositie, maar terwijl we dat zeggen studeren er in China 500 keer zoveel mensen af als in Nederland. Ook India heeft een enorme capaciteit in brains. Tegelijkertijd kan de industrie in Nederland geen onderzoeker vinden: we halen ze met bussen uit het buitenland. Hoe lang denk je dat het duurt voordat de industrie zijn r&d verplaatst’, vraagt Rob van Giessel. ‘Ho, ho’, nuan-ceert De Wilt, ‘voorlopig heeft Nederland nog een rijk reservoir aan bijvoorbeeld ontwerpers. Die zijn bijzonder gewild, overal ter wereld. Maar ze zitten hier.’ En dat is heus niet de enige discipline waarin Nederland goed is. Hij wil maar zeggen: er zijn wel degelijk kansen voor de kennisintensieve industrie in eigen huis. Van Giessel zelf noemt toegepaste mechatronica als sterk punt van Nederland. Vercoulen wijst op de thema’s gezonde voeding, medische technologie, energiehuishouding en afvalverwerking. En ook Van
Houten vindt: ‘Skills zijn niet zomaar te verplaatsen. Dat zie je hier, maar ook elders in Europa. Zo bloeit de horloge-industrie rond Genève als vanouds. Sommige dingen kun je uitstekend in Europa blijven uitvoeren, je moet alleen weten welke. En daar moet je de focus op leggen.’ In blokken opereren ‘Je moet in blokken opereren’, vindt Van Giessel.

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met Henk de Wilt,  JCA Vercoulen, 

Van Sprang sluit zich daarbij aan: ‘Juist daar zie je de waarde van horizontale netwerken. Die geven massa. En massa trekt. Kijk naar de automotiveindustrie in Zuid-Nederland. Die heeft als één van de eerste bedrijfstakken ingezien dat oude verbanden verdwijnen en nieuwe verschijnen. Op een rationele manier geven de bedrijven daar vorm aan samenwerking, zowel horizontaal als verticaal. Ze wegen heel zorgvuldig af wat ze in de regio produceren en wat ze elders maken. Hetzelfde geldt voor hun kennisontwikkeling, zowel meninbedrijfsspecifiek als in open innovatie. Maar doordat ze bij elkaar zijn gaan zitten en in een cluster opereren, wordt er veel meer mogelijk.’ De Wilt verwijst naar het Dutch Polymer Institute, waar de overheid en bedrijven samen opereren. ‘De overheid stopt er geld in, maar het bedrijfsleven brengt er ook goede mensen naartoe. En dat werkt, de gelieerde bedrijven blijven mede hier vanwege het DPI.’ Toch benadrukt Van Giessel dat de kaarten voor het toegepast onderzoek anders liggen dan voor het fundamenteel
onderzoek. ‘De infrastructuur voor fundamenteel onderzoek is hier goed, maar of het toegepast onderzoek overleeft? Ik zie veel vertrekken, niet alleen naar Azië, maar ook naar bijvoorbeeld Brazilië.’ Logisch, vindt Hubée: ‘Applied research doe je daar waar je produceert.’

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met Henk de Wilt, S van Sprang.

Meer openheid
Kun je überhaupt horizontaal innoveren? De High Tech Campus Eindhoven laat zien dat hetkan, vinden de aanwezigen. En ook op mkbniveau heeft Eindhoven met het Metaalhuis een lichtend voorbeeld in huis. ‘De kennis die daar uitgewisseld wordt, vindt zijn toepassing in verschillende sectoren’, zegt De Wilt. Ook Van Giessel vindt dat je op technisch niveau best samen kennis kunt ontwikkelen. Vercoulen: ‘Vertel elkaar maar gerust wat je doet, want een ander kan het toch niet op dezelfde manier. Al die patenten zijn onzinnig, ze werken belemmerend of dienen hoogstens als cash cow.’ Van Sprang: ‘Wie bang is voor open innovatie, kent zijn eigen kracht niet. Je hoeft alleen het meest specifieke voor jezelf te houden, de rest kun je delen, ook als het over de strategie van je bedrijf gaat.’ Hubée: ‘Klopt, en er is ook al veel meer openheid dan vroeger. Lees het jaarbericht van een bedrijf en je kent de strategie vaak al. Het probleem is veel eerder, dat bedrijven vaak geen strategie hebben.’ Daarmee is iedereen het eens, zeker voor wat betreft het mkb. Maar de menin gen lopen uiteen over de vraag of dat slecht is. ‘Een grote onderneming moet absoluut een strategie hebben, om de aandeelhouders te overtuigen en de medewerkers één kant op te laten bewegen’, vind

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met  JCA Vercoulen,  FJAM van Houten en R van Giessel,

t Van Houten, ‘maar voor de meeste kleine bedrijven zijn de tactische en operationele niveaus relevanter en urgenter.’

Beloning universiteiten
Het gesprek komt op de driehoek bedrijfsleven universiteiten- overheid. Van Houten: ‘De universiteiten willen zoveel mogelijk kennis ontwikkelen aan de science-kant. Dat kun je ze niet verwijten. Ze worden afgerekend op hun publicaties, ze bewegen op die manier naar de financiering toe. Maar dat is niet altijd in het belang van de maatschappij. De universiteiten, met name de technische, zouden ook geld moeten krijgen voor maatschappelijk relevant onderzoek.’ Van Giessel: ‘Maar het is aan de bedrijven om dat te financieren. Zij hebben er tenslotte baat bij.’ De Wilt: ‘Dat gebeurt ook. De helft van de hoogleraren komt inmiddels uit de industrie. Het blijft alleen lastig om het onderzoek zo te richten dat het mkb er ook iets aan heeft.’ Link-hoofdredacteur Van Zaalen mengt zich in het gesprek: ‘Vinden jullie dat er een andere vorm van beloning moet komen? Dat bijvoorbeeld naast publicaties ook patenten beloond moeten worden?’ Van Houten: ‘De 3TU-werkgroep (van de drie technische universiteiten, red.) kijkt momenteel of het mogelijk is een beoordelingssysteem te ontwikkelen waarbij peers universiteiten beoordelen op grond van de kwaliteit van het onderzoek, maar ook op punten als: Heeft het
onderzoek geleid tot nieuwe producten en processen? Als het lukt om die tweede component mee te nemen in de beloningsstructuur, dan zijn we een stap dichterbij acceptatie van maatschappelijk relevant onderzoek.’ De Wilt kan zich er niet in vinden: ‘Universiteiten moeten kennis ontwikkelen die er nog niet is. Laat ze in godsnaam universiteit blijven! Láát
studenten een paar jaar op conceptueel niveau onderzoek doen, ze kunnen hun leven lang nog in de toepassing actief zijn.’ Van Giessel vindt dat het dan weer op de bedrijven neerkomt om studenten te vormen op het gebied van applied research. Hubée: ‘En zo hoort het ook: het is de taak van de werkgever, niet van de universiteiten.’

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met Henk de Wilt, S van Sprang, Martin van Zaalen, JCA Vercoulen, FJAM van Houten, R van Giessel, Karel Hubée, 

Stuur in handen
Van Zaalen brengt een nieuw onderwerp in: zijn de suppliers beter geworden? Vercoulen en Van Sprang vinden van wel. Hubée sluit zich daarbij aan: ‘We vragen veel meer van de suppliers. Daarom zijn ze beter geworden.’ Van Houten: ‘Zó goed, dat ze hun eigen producten ontwikkelen.’ Alleen mogen ze daarmee weer niet concurreren met hun opdrachtgevers, betreurt Van Sprang. Hij verwijst opnieuw naar de automotiveindustrie: ‘Het kan gebeuren dat je een BMWmotor in een Peugeot hebt, dáár kan dat.’ Het zegt iets over de positie van de suppliers in de keten en over de aard van de samenwerking. Van Houten: ‘De oem’er heeft het grootste stuk van het stuur in handen, maar hij kan het niet alleen. De organisatie van de keten is een zaak van alle partijen.’ Goede system engineers horen daarbij. Maar ook mensen met overzicht, met kennis van de diverse ketendisciplines, erkent iedereen. En ze horen aan beide kanten van het spectrum te zitten, zowel bij de oem’er als bij de supplier. ‘De oem’er kán niet alles weten’, zegt Van Sprang. ‘Kijk, een goede module is te specificeren. Maar de interface tussen uitbesteder en supplier, dáár gaat het mis. Daar heb je een regisseur nodig.’ Nodig zijn communicatieve vaardigheden en respect voor elkaar, door de hele keten heen. ‘Ook binnen bedrijven ontbreekt dat. We denken te veel in businessunits’, zegt Hubée. ‘We moeten integraler denken, ondernemen door alle disciplines heen.’

Link rondetafeldiscussie ’10 jaar Link’ in Chalet Royal den Bosch met Henk de Wilt, S van Sprang, JCA Vercoulen, R van Giessel, Karel Hubée, FJAM van Houten

Durf afscheid te nemen
van middelmatige competenties ‘Minder zorgzaam’, als kopje boven de discussie over samenwerking, geeft volgens Ruud van Vessem, vice president Philips Applied Technologies, de belangrijkste ontwikkeling weer in de relaties tussen bedrijven. ‘‘Zorgzaam’ heeft de connotatie van ‘hulpbehoevend’, de sterke helpt de zwakke. Daar is geen plaats meer voor – en dient er ook niet te zijn. Door het op de been houden van zwakke spelers, boet de infrastructuur aan kracht in. Juist die kracht van de infrastructuur laat een regio, een bedrijfstak en individuele bedrijven floreren.’ Daarbij tekent Van Vessem aan dat – onder de noemer ‘zakelijkheid’ – kortzichtigheid of onzorgvuldigheid de relaties in
een netwerk soms flink onder druk zetten. ‘Ik geloof sterk in ‘horizontale innovatie’. Met als motto ‘copy, paste, innovate… afkijken mag’ organiseren we zelf bijeenkomsten waar ondernemers uit verschillende bedrijfstakken met elkaar discussiëren en direct van elkaar leren.’ Van Vessem wijst op een nieuw aspect van de supply chain. ‘Naast de traditionele stroom van goederen en diensten is de kracht van een netwerk of value chain steeds meer afhankelijk van de werkelijke kennis- en ervaringsoverdracht en van gezamenlijke kennisopbouw. Dit aspect is onderbelicht en wordt te weinig expliciet gemanaged. Te vaak zien we bedrijven middelmatige competenties in stand houden. Beter is het deze neer te leggen bij competente partners, om zodoende meer aandacht en geld te kunnen investeren in de werkelijke eigen kerncompetenties. Dit is de kern van open innovatie, die berust op visie, vertrouwen en vooral durf. Reden voor Van Vessem om zich van harte aan te sluiten bij het betoog van De Wilt. ‘Universiteiten moeten kennis ontwikkelen die er nog niet is. In mijn reizen door China en bezoeken aan universiteiten merk ik dat nieuwe kennis en creativiteit onze voorsprong bepalen. Als we die behouden, hoeven we niet bang te zijn voor grote aantallen afgestudeerden.’ Zoals voor de maakindustrie al decennialang een constante herverdeling over de continenten plaatsvindt, zal dit deels ook  gebeuren voor de kennisindustrie. ‘Niets nieuws, niet beangstigend, maar juist een uitdaging en een prikkel. Als de universiteiten en kennisinstituten het nieuwe blijven aandragen, de industrie werkelijk aan ‘horizontale innovatie’ toekomt en we werkelijk durven vertrouwen op complementaire kennis en vaardigheden tussen de ondernemingen, lees open innovatie, dan wordt ook de rol van de overheid duidelijk: namelijk het creëren van de condities die het voorgaande mogelijk maken en het blijven belonen en stimuleren van samenwerking en durf.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.