Arnold Stokking, medeopsteller Actieagenda Standaardisatie: ‘Afspraken maken urgenter én lastiger’

0

De industrie moet digitaliseren om in de wereldwijde concurrentiestrijd in de voorhoede te blijven. Maar dan moet de sector wel in staat zijn data uit te wisselen, op een effectieve, kwalitatief hoogstaande en veilige manier. Om dat doel dichterbij te halen, hebben TNO, FME, NEN en het ministerie van EZ eind november de Actieagenda Standaardisatie voor Smart Industry gelanceerd. 

Samen met Duitsland op weg naar een ‘coalitie der bereidwilligen’

Goede afspraken maken over communicatiestandaarden is de laatste jaren steeds urgenter én lastiger geworden, wijst Arnold Stokking op een trend die min of meer parallel loopt aan de digitalisering van de samenleving.

‘Stel’, illustreert Arnold Stokking, managing director industry van TNO, de noodzaak van standaardisatie, ‘dat je met je TomTom van A naar B rijdt. Die vertelt je niet alleen hoe je moet rijden, maar ook hoe hard je rijdt en geeft dat ook door aan TomTom, zodat die daarmee andere weggebruikers kan informeren over waar de files staan. Dat vraagt om een zekere, betrouwbare, snelle en goedbeveiligde verbinding waarin je privacy is gewaarborgd. Dat vergt wel dat allerlei sensoren in zowel de auto als de mobiele telefoon van tal van gebruikers goed kunnen communiceren met TomTom. Dát lukt al aardig, maar veel lastiger blijkt om in een fabriek zeventig robots van verschillende merken met elkaar te laten samenwerken en daartoe snel en betrouwbaar data te laten uitwisselen. Of om verschillende partijen in een toeleverketen digitaal goed met elkaar te verbinden. Gemakkelijk, veilig en vertrouwd. Voor dergelijke communicatie zijn standaarden nodig. Die vragen om het maken van goede afspraken.’

Urgenter én lastiger

Dat is de laatste jaren steeds urgenter én lastiger geworden, wijst Stokking op een trend die min of meer parallel loopt aan de digitalisering van de samenleving. ‘Vijfentwintig jaar geleden nog kon Philips zelf zijn standaarden bepalen. Later zijn dergelijke oem’ers steeds meer kop-staartbedrijven geworden die alleen nog de ontwikkeling en de vermarkting doen en dus veel afhankelijker zijn geworden van de communicatie met tal van toeleveranciers. Die versplintering heeft de noodzaak van digitale communicatiestandaardisatie veel groter gemaakt.’ En die urgentie wordt nog altijd steeds sneller groter, stelt hij: ‘Door de digitalisering en de versnelling van de innovatie die dat mogelijk maakt. Daardoor veranderen producten steeds sneller en dus ook je klanten en toeleveranciers. Daardoor moet je als ketenpartij voortdurend zorgen voor kwalitatief goede en veilige communicatie met steeds weer nieuwe partijen in die dynamische keten.’ Deze trend krijgt volgens hem nog eens een extra impuls van de servitization-trend: het geld wordt steeds vaker verdiend met dienstverlening. ‘Het nieuwe hoofdgebouw van Deloitte in Amsterdam bijvoorbeeld is voorzien van allerlei apparatuur die bij binnenkomst van een medewerker hem direct kan leiden naar een vrije flexplek en zorgen dat daar de verlichting en de klimaatregeling worden afgestemd op diens persoonlijke voorkeuren. De leveranciers van dat gebouw en die apparatuur leveren de gebruikers geen pand, lampen en airco’s, maar comfort. Zo ontstaan er overal serviceverdienmodellen, maar die kunnen alleen goed van de grond komen als alle betrokken apparaten snel, goed en veilig met elkaar kunnen communiceren.’

Niet droogzwemmen

Die standaardisatieafspraken moeten vanzelfsprekend niet alleen binnen Nederland worden gemaakt, erkent Stokking. Reden waarom de Actieagenda, net als het Smart Industry-initiatief, vooral ‘bottom-up’ is ingericht. ‘Recent is bijvoorbeeld het Fieldlab Smart Connected Supplier Network (zie pagina 59) van start gegaan. Een samenwerkingsverband van diverse bedrijven met TNO in de regierol. Erop gericht ERP- maar ook CAD-informatie automatisch, foutloos, veilig, sneller en ook nog eens goedkoper door de hightech toeleverketen te laten stromen, zonder dat er ergens ordergegevens moeten worden overgetypt of een CAD-tekening moet worden geconverteerd. De ervaringen die deze bedrijven met ons opdoen in dit fieldlab, brengen we vervolgens in de grote standaardisatie-overlegorganen in, zoals de Industrial Data Space Association waarin we als TNO nauw samenwerken met ons Duitse collega-instituut Fraunhofer. Juist de bijzondere aandacht in ons Smart Industry-programma voor human capital en ons bottom-up fieldlab-concept dat veel echte praktijkervaring oplevert met de digitalisering van de industrie, zien onze oosterburen als een zeer waardevolle aanvulling op hun Industrie 4.0-beleid. Zij zien heel goed in dat wij niet aan het droogzwemmen zijn.’

Logische partner

Dat die stap naar internationalisering met de Duitsers wordt gezet is, aldus Stokking, geen toeval. ‘Dat een TNO-medewerker voor het opslaan van zijn data geen gebruik mag maken van Dropbox, heeft ermee te maken dat wij de Amerikanen niet kunnen vertrouwen. Daarom willen we toe naar een Europese cloud en de weg daarnaartoe loopt via samenwerking met Duitsland, het sterkste industrieland van Europa en onze belangrijkste handelspartner. Wij willen graag met hen samen in standaardisatie vooroplopen en een groeiende Europese coalition of the willing creëren.’ Nederland is daarvoor een logische partner van de Duitsers, verzekert de TNO-man.

 

Zeer breed internationaal speelveld

Geen smart industry zonder standaardisatieafspraken. Standaardisatie maakt het mogelijk om bedrijven, machines en computersystemen op uniforme – en daarmee flexibele – wijze aan elkaar te koppelen, aldus de Actieagenda Standaardisatie. De agenda onderscheidt drie actielijnen: verzilveren van bestaande kennis, versnellen van de ontwikkeling, en versterken van het fundament. In het rapport veel aandacht voor de invulling van die tweede actielijn, gericht op het versnellen, door aansluiting te zoeken bij Europese en mondiale initiatieven als de Industrial Data Space Association. Immers het ontwikkelen van standaarden is voor ‘negentig procent’ een internationale aangelegenheid.

Lezing maakt overigens duidelijk dat het wemelt van de samenwerkingsinitiatieven op het niveau van zowel individuele bedrijven als landen, Europees en mondiaal. Meest relevant voor de Nederlandse industrie lijkt het Europese RAMI 4.0 (Reference Architecture Model Industrie 4.0) dat bedoeld is om een overzicht te krijgen van de reeds aanwezige en nog benodigde standaarden. Het model is het resultaat van afspraken tussen Duitsland en Frankrijk. In Nederland werken verschillende normcommissies mee aan internationale normen die relevant zijn voor smart industry en die ontwikkeld worden door gremia als IEC en ISO.

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.