BOM investeert met het oog op het financieel én het maatschappelijk rendement

0

Relevant voor Brabant 

De BOM investeert in bedrijven, met aandelen kapitaal en met (achtergestelde) leningen. Niet alleen voor het financieel rendement, maar juist ook voor het maatschappelijk rendement. Het gaat ook bedrijven die relevant zijn voor Brabant. Twee veelbelovende voorbeelden.

Elektrospinning is geen nieuwe technologie. De toepassing echter voor biomedische doeleinden, voor de productie van ‘nanovezels’ waarvan  implantaten kunnen worden gemaakt, is net zo’n beetje toe aan zijn marktintroductie, maakt Jan van Helvoirt duidelijk. En juist daarmee is zijn bedrijf, IME Technologies uit Geldrop, bezig.

Mijn droom is over een paar jaar de ASML van de elektrospinning apparatuur te zijn’’, aldus Jan van Helvoirt, CEO van IME.

Bij elektrospinning wordt een polymeer vloeibaar gemaakt. In de toepassing van IME wordt die vloeistof gepompt door een injectienaald waarvan de opening hangt in een elektrisch veld, opgewekt met een spanning van enkele kV’s of meer. De elektrostatische kracht trekt de vloeistof uit de naald naar een ‘collector’ en wordt, als ware het kauwgom, uitgerekt tot een hele dunne draad. ‘Tot wel een vijfhonderdste van een menselijk haar’, duidt Van Helvoirt het. Op de collector, dat kan een vlakke plaat zijn maar ook een ronddraaiend buisje, wordt van de vezel een mal geweven, in de vorm van bijvoorbeeld een hartklep, een stent voor een ader of een laag waarmee een brandwond bedekt kan worden. ‘Ingebracht in het lichaam vormt zich tussen die vezels lichaamseigen weefsel. Als je de draadjes nu van een bio-afbreekbaar materiaal maakt hou je na verloop van tijd een hartklep of een aderversteviging over die louter uit lichaamseigen materiaal bestaat. En dat voorkomt afstoting en infecties. Juist dat maakt regeneratieve geneeskunde zo succesvol’, legt de IME CEO uit.

Zes continenten

En dat is precies de markt waarop zijn bedrijf zich nu richt. Als spin-off van de TU Eindhoven en opgenomen in de holding van de universiteit heeft de onderneming zich de eerste jaren na de start (in 2008) toegelegd op het verrichten van allerhande contractonderzoek. In dat kader bouwde IME het – door medeoprichter Raymond Solberg ontwikkelde – prototype van een elektrospinning machine uit tot testopstelling voor biomedisch onderzoek. Totdat de twee ondernemers in 2012 besloten zich helemaal te gaan toeleggen op het ontwikkelen en het bouwen van deze apparaten, in combinatie met het ondersteunen van de klant bij het inrichten van het productieproces.  De universiteit werd uitgekocht en inmiddels is ook de campus ingeruild voor een eigen onderkomen in Geldrop. Daar worden de apparaten ontwikkeld en geassembleerd en hebben ze inmiddels hun weg gevonden naar klanten verspreid over zes continenten, aldus een trotse Van Helvoirt: ‘We zijn begonnen met de verkoop aan en procesondersteuning van laboratoria van universiteiten en kennisinstellingen. Maar intussen hebben we ook al apparaten geleverd aan het Amerikaanse HART voor de productie van luchtpijpimplantaten en aan een Europese klant voor hartklepimplantaten.’

Droom

Vooralsnog mikt IME op een businessmodel waarbij die combinatie van apparaten en ondersteuning geboden wordt. ‘We ontwikkelen nu nog alleen klantspecifieke apparaten en om het proces werkelijk goed te af te stellen, zodat er op betrouwbare wijze series van honderden of duizenden identieke producten mee gemaakt kunnen worden, heeft de klant onze kennis nog steeds hard nodig. Maar mijn droom is over een paar jaar de ASML van de elektrospinning apparatuur te zijn die in staat is bij klanten complete, betrouwbare productielijnen voor medische implantaten neer te zetten. Daarnaast overwegen we om, voor de kleinere spelers in de markt, hier een eigen productielijn in te richten voor series biomedische producten.’ Aldus Van Helvoirt die hoopt over vijf jaar van de huidige twaalf man te zijn gegroeid naar 25.

Veelbelovend

Juist omdat lange-termijngroei de doelstelling is – en het niet gaat om werkkapitaal voor de korte termijn – heeft IME (wederom) aangeklopt bij de BOM en investeerder TIIN Capital voor extra aandelenkapitaal. ‘Een lening’, vertelt Ilse Massart, de betrokken investmentmanager van de BOM, ‘is ook overwogen. Maar omdat de doelstelling is nieuwe markten te betreden en het hier gaat om een investering met een hoger risicoprofiel dan bijvoorbeeld bancaire financiering, is gekozen voor aandelen en voor controle die je als aandeelhouder nu eenmaal hebt.’ Dat de BOM de stap heeft gezet heeft alles te maken met vertrouwen in en waardering voor het verdienmodel: ‘IME dient ook een maatschappelijk belang. Met hun technologie voor de regeneratieve geneeskunde kan de kwaliteit van leven van veel patiënten sterk verbeterd worden. Het is een veelbelovende technologie en de groei die we ervan verwachten komt ook ten goede aan een heel ecosysteem van toeleverende bedrijven eromheen. En we zien hier twee ondernemers die elkaar goed aanvullen en de ambitie en de drive hebben om er werkelijk een succes van te maken.’

Jan van Helvoirt rekent erop dat hij nogmaals bij de BOM en TIIN zal aankloppen. ‘Want als wij onze droom willen waarmaken van een eigen apparatenfabriek en een eigen productielijn is er ongetwijfeld nog veel geld nodig.’ De BOM gaat daar dan graag het gesprek over aan, besluit Ilse Massart.

Kwaliteitsstandaarden omhoog

De Eindhovense hightech groep One of A Kind Technologies bestaat uit Crux Agribotics, Smart Vision Center, Beltech en VIMEC, bedrijven gespecialiseerd in visiontechnologie.Medewerkers Beltecht Eindhoven

Crux Agribotics bijvoorbeeld ontwikkelt robotica- en automatiseringsoplossingen voor efficiëntere agrarische productie met een hogere opbrengst. Denk aan robots die 24 uur per dag kunnen oogsten, sorteren en verpakken, ziektes en afwijkingen kunnen signaleren en zelf geen virussen meebrengen. VIMEC ontwikkelt en produceert visiontechnologie voor de inspectie van farmaceutisch glas (als injectiespuiten, vials en ampullen) en Beltech doet hetzelfde maar dan voor allerhande industriële toepassingen, van de inspectie van motoren tot en met het controleren van weeffouten in tapijten. Smart Vision voert een assortiment van inspectiecamera’s van Cognex en installeert en servicet die, waarbij indien nodig ook gebruik wordt gemaakt van de innovaties uit de andere delen van de groep. ‘Wereldwijd gaan de kwaliteitstandaarden omhoog. De klant wil per se geen fouten in de productie en ontstaan die toch dan moet de oorzaak goed te traceren zijn. Daarom zitten we met onze technologie in een groeimarkt’, aldus ceo Alex Kind.

Voorbeeldbedrijven

Voor zijn groeistrategie dienen twee bedrijven als voorbeeld: Aalberts Industries en Lely. ‘Aalberts heeft in de loop der jaren honderden bedrijven overgenomen, met veel oog voor ondernemingen die elkaar kunnen versterken. Zoals onze bedrijven dat nu ook al doen. Lely heeft jarenlang heel veel geïnvesteerd in ontwikkelen en daarmee de basis gelegd voor het wereldwijd succes dat ze nu hebben met hun melk- en mestrobots. Ook wij investeren veel in R&D.’

Want een robot met vision bijvoorbeeld komkommers laten oogsten gaat niet vanzelf, maakt Kind duidelijk: ‘Anders dan in de automotive of in de foodindustrie is in de agrarische sector elke product weer anders. Elke komkommer is anders en zit op een andere plek en hangt soms niet eens stil. Toch moet die robot ‘m herkennen, zodat de grijper ‘m kan pakken. Met Crux hebben we juist gekozen voor de komkommer, omdat die groen is in een groene omgeving. Vanuit de gedachte: we beginnen met het moeilijkste dan kunnen we daarna alles aan.’

Professionaliseren

Maar dat onderzoekswerk van Crux kost veel geld terwijl daar nog geen verkopen tegenover staan. De andere bedrijven genereren wel omzet en een brutowinst van zo’n 20 procent, maar het werk daar bestaat vrijwel uitsluitend uit risicodragende ontwikkeltrajecten die pas wat opleveren als het probleem van de klant ook daadwerkelijk wordt opgelost. ‘Wij hebben geld niet alleen nodig voor innovatie, maar ook om te kunnen professionaliseren. Want groei an sich zorgt voor inefficiëntie. We zijn sinds 2012 gegroeid van tien naar de huidige 55 mensen en willen voor het komende jaar nog door naar zo’n  tachtig medewerkers. Maar je hebt pas wat aan de kennis van die nieuwe werknemer als anderen dat weten dat hij die heeft, als die kennis goed geborgd is in de systemen.’

Erkenning

Prettig was dan ook dat One of A Kind vorig jaar van de ontwikkelingsmaatschappij BOM een lening kreeg. ‘Prettig om commerciële redenen. Want om ervoor in aanmerking te komen moet je als bedrijf en management een uitgebreid selectietraject doorlopen. Deze toekenning is een erkenning van onze kwaliteiten. Daarnaast telt dat we met dit geld onze groeiplannen kunnen uitvoeren. Wij hebben nu toegang tot een pot geld waar we, indien nodig, gebruik van kunnen maken. Wij proberen dat wel tot een minimum te beperken. We willen niet verwateren en zo weinig mogelijk schulden. Maar zo kunnen we groeien, organisch én via overnames. Wij zoeken voortdurend de samenwerking met andere bedrijven, als we een capaciteits- of competentievraag hebben. En ja, daarbij kijken we natuurlijk ook altijd of die partners potentiele overnamekandidaten zijn. Daar zijn we heel open over.’

De lening die One of a Kind van de BOM Capital kreeg betrof een achtergestelde lening. Een lening, legt Gert Jan Vaessen, investmentmanager van de ontwikkelingsmaatschappij uit, omdat de ondernemer op die manier niet hoeft te verwateren. ‘En achtergesteld omdat de bank dergelijke leningen beschouwt als risicokapitaal dat bijna gelijk wordt gesteld aan aandelenkapitaal en dus als eigen vermogen. Zo versterkten we de solvabiliteit van One of A Kind waardoor het voor deze onderneming gemakkelijker is aanvullend bij de bank te lenen.’

Samenwerking

De BOM heeft het extra risico aangedurfd omdat de organisatie ‘gelooft in de ondernemers’. Vaessen: ‘Ze zijn ambitieus, maar ook realistisch. Ze pakken door en zijn professioneel. Dat laatste uit zich bijvoorbeeld in hele strakke, heldere rapportages, een sterke klantgerichtheid en oog voor het eigen personeel.’ Voorts is de BOM ingestapt

omdat de innovaties waar binnen de One op A Kind- groep aan gewerkt wordt, gezien worden als ‘relevant voor Brabant’. ‘In termen van werkgelegenheid, maar ook omdat ze met hun kennis en kunde van visiontechnologie iets wezenlijks toevoegen aan de regionale waardeketen.  Ze zoeken daarvoor ook de samenwerking met andere bedrijven in de regio waardoor er juist innovaties ontstaan die de betrokken ondernemingen in hun eentje niet hadden kunnen realiseren. Het gaat ons als BOM ook om dit maatschappelijk rendement’, aldus Vaessen die bevestigt dat het in One of A Kind gestelde vertrouwen zich ook al in financieel rendement uitbetaalt.

 

Link Zuid Nederland specials

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.