De cirkel rond in de productlifecycle

0

PLM, productlifecyclemanagement, ontpopt zich als de digitale ruggengraat van de maakindustrie. Het productlifecycle denken past bij de opkomende circulaire economie, maar van oudsher is de productlifecycle, met bijbehorende informatiestroom, lineair ingericht: van idee naar ontwerp naar productie naar gebruik naar end-of-life. Circulariteit gaat juist over afgedankte producten die teruggaan naar de (her)ontwerpfase, gebruikers die feedback geven aan ontwerpers, of fabrikanten die big data vanuit klanten omzetten in waarde voor diezelfde klanten. ‘Kan PLM een circulair businessmodel ondersteunen?’

PLM Innovation Forum 2017 biedt doorkijk naar de circulaire economie

  • ‘PLM-systemen zijn nog niet ingericht op meervoudig gebruik van producten.’
  • Autodelen is misschien wel een end-of-lifecycle voor de traditionele automobielindustrie.
  • Integratie van de Higg Materials Sustainability Index in een PLM-systeem is een eerste stap richting hergebruik.

Het PLM Innovation Forum is een tweejaarlijks event van TechniaTranscat. Uiteraard passeren ook dit keer, half oktober in Stockholm, de toenemende mogelijkheden van PLM de revue, evenals praktijkcases van PLM-implementatie en -gebruik. Maar het programma reikt verder, met inspirerende verhalen over de grote trends in maatschappij en industrie, zoals digitalisering, platformdenken, servitization, elektrische en autonome voertuigen, en de circulaire economie. ‘Disruptie’ zoemt rond in de Zweedse hoofdstad.

Digitalisering bij Scania

Het forum trapt af met een aansprekend verhaal uit de ‘oude economie’, verteld door een – in zijn eigen woorden – ‘old guy’. Leif Östling was bijna twintig jaar lang, tot 2012, ceo van de Zweedse truckfabrikant Scania (een gewaardeerde klant van TechniaTranscat). Onder zijn bewind maakte Scania, mede dankzij de digitalisering, een flinke transformatie door. Nu vertelt hij uit eigen ervaring. ‘Gisteren verkocht Scania ‘staal’, vandaag zijn het services en morgen wordt het uptime. Twee derde van de winst komt nu uit services, inclusief financiering en consultancy. Het meest winstgevende product is Ecolution.’ Dat is Scania’s oplossing voor verbetering van het brandstofverbruik. Door de trucks vol te hangen met sensoren, vergaart Scania big data die inzicht verschaffen voor optimalisatie van het gebruik. Met als resultaat een lager brandstofverbruik, tot tien procent besparing, en lagere CO2-emissie. Maar ook chauffeurs ondersteunen, bijvoorbeeld met online training, en een uitgebreid onderhoudsprogramma horen bij de services rond de moderne ‘connected’ truck (270.000 zijn het er al bij Scania).

Mattias Norin, director business area Consumer & Retail van TechniaTranscat

Uiteindelijk doel is de klant meer flexibiliteit en uptime te bieden. Reden waarom Scania zich ook verdiept in de klant van de klant en leert van bijvoorbeeld de Franse supermarktketen Carrefour. De trigger voor deze aanpak vormden Östling’s gesprekken met Eji Toyoda, de oud-topman van Toyota, dat Scania opvoedde in lean manufacturing. ‘Toen hij rond 2000 sprak over ‘customer first’, was dat nieuw voor ons. Niet afgaan op wat onze verkoper vertelt, maar leren van de klant zelf en meten wat hij doet met de trucks.’ Oftewel, beginnen bij de eindgebruiker verderop in de productlifecycle en diens informatie terugvoeren naar de start van een nieuw product.

Door de voortschrijdende digitalisering zullen de nieuwe businessmodellen in de truckindustrie zich almaar sneller doorontwikkelen, verwacht Östling. En voor de personenauto-industrie zijn de trends nog veel disruptiever. De oud-Scania-topman bekent ‘schrik’ te hebben voor het opkomende autodelen. ‘Personenauto’s worden maar voor 5-6 procent van de tijd benut. Met delen – bij uitstek een voorbeeld van circulair denken – kan dat 20-25 procent worden. Nu worden er wereldwijd 80 miljoen auto’s per jaar gebouwd; dat zullen er dan flink minder zijn, zeg 20 miljoen.’ Hij spreekt van een ‘killer’. Dit gevoegd bij de doorbraak van elektrische auto’s betekent misschien wel een end-of-lifecycle voor de traditionele automobielindustrie.

Vluchtige markten

Diametraal tegenover de kapitaalintensieve automotive, een voorloper in het gebruik van PLM-software, staat de vluchtige wereld van textiel en mode, die aan bod komt in een parallelsessie tijdens het forum. Ook daar doet PLM zijn intrede, meldt Mattias Norin, director business area Consumer & Retail van TechniaTranscat. De drivers zijn herkenbaar: sneller naar de markt, meer marge en hogere kwaliteit, van zowel het product als de betreffende documentatie. In die consumentenwereld met zijn elkaar steeds sneller opvolgende modellen en modes is bij wijze van tegenbeweging de circulaire economie in opkomst. Twee voorbeelden, al of niet toevallig van Nederlandse origine, passeren de revue. Fairphone ontwierp een smartphone die eenvoudig kan worden geüpgradet door modules te vervangen, mede omdat alles aan elkaar wordt geschroefd en niet – zoals gebruikelijk – gelijmd. Modulaire productopbouw is typisch iets om te beheren in PLM. Bij MUD Jeans kunnen klanten hun afgedankte broek inleveren en een nieuwe leasen. Een geprint label, dat het bekende leren label vervangt, vergemakkelijkt dit hergebruik. TechniaTranscat onderkende de trend, vroeg zich af of PLM een enabler voor de circulaire economie kan zijn en zocht voor antwoorden samenwerking met Chalmers University of Technology.

Isa Nordeld (links) en Linn Lindfred onderzochten hoe PLM in de textiel- en modewereld een circulair businessmodel kan ondersteunen. Nu willen ze hergebruik in de bouwsector bevorderen met de digitale marktplaats waste2value, die voor restanten bouwmaterialen bemiddelt tussen vraag en aanbod. Foto: Hans van Eerden

Hergebruik van kleding

Chalmers-studenten Linn Lindfred en Isa Nordeld deden onderzoek met als centrale vraag: ‘Hoe kan PLM een circulair businessmodel ondersteunen?’ Ze concludeerden dat er nog de nodige barrières, it-technisch maar ook psychologisch, te overwinnen zijn. Een belangrijk hulpmiddel is er al wel, de Higg Materials Sustainability Index. Die helpt de kleding- en schoenenindustrie om de milieu- en sociale impact te beoordelen van materiaalkeuzes in de keten. Integratie van de Higg Index in een PLM-systeem is dus een eerste stap, maar verder moet er nog wel PLM-functionaliteit worden aangepast op hergebruik, zo bleek. Consumenten zouden hun afgedankte kleding kunnen inleveren in de winkel, waarna die retour gaat naar een atelier. Daar wordt het dan hersteld of vermaakt tot een nieuw kledingstuk, schetst onderzoeker Jonas Larsson van Borås University. ‘PLM-systemen zijn echter nog niet ingericht op dit meervoudige gebruik van producten.’ Voor het internet of things is hier ook een rol weggelegd: als kledingstukken zijn voorzien van een tag met sensor, kan het gebruik (zoals het wassen) worden gemonitord en die informatie kan helpen het optimale hergebruik te bepalen. Omgekeerd kan de tag de consument toegang geven tot informatie over diens kledingstuk, zoals de duurzaamheid van de gebruikte materialen, of de wasvoorschriften. Al die informatie kan met PLM worden beheerd.

Conservatieve bouw

Door hun onderzoek kregen Lindfred en Nordeld de smaak te pakken en besloten ze een digitale marktplaats voor hergebruik op te zetten. Niet voor de toch altijd nog wat ongrijpbare textiel- en modewereld, maar voor de bouwsector. Met waste2value willen ze bemiddelen tussen aanbieders van restanten bouwmaterialen en partijen die deze nog nuttig kunnen gebruiken. ‘De bouw is qua afval misschien wel de grootste sector, en de requirements van aanbieders en vragers matchen is er nu moeilijk. Bij de restanten gaat het meestal om nieuwe, dus in principe goed herbruikbare, producten.’ Ze hebben geleerd van vergelijkbare initiatieven die de afgelopen twee jaar in onder meer de VS van de grond kwamen en werken nu hun businessmodel uit. Ze willen een fee vragen voor elke transactie en daarnaast geld verdienen met het leveren van data, bijvoorbeeld aan de gebruikers van hun platform die daarmee kunnen aantonen dat ze duurzaam bezig zijn. Lindfred en Nordeld ontmoeten veel enthousiasme voor hun initiatief, maar beseffen dat het conservatisme in de sector doorbreken een hele toer is.

Ook spreker Lars Albinsson wil die uitdaging aangaan. Hij noemt zichzelf een ‘transformer’ en werkte voor bedrijven als Volvo, IKEA en Microsoft. Nu leidt hij een consortium voor de digitalisering van de bouw, genaamd Bygg 4.0 (Bouw 4.0). Grootste bottleneck is de arbeidsproductiviteit die over tientallen jaren niet is toegenomen en misschien zelfs gedaald, als gevolg van hoge arbeidskosten, toenemende regelgeving en achterblijvende inzet van ict. Bouwen aan de hand van een 3D-model in plaats van de traditionele tekening leverde in een test al zestig procent tijdswinst op. De bouw kan nog verdere stappen zetten, aldus Albinsson. Met de inzet van ‘trending’ technieken als 3D-printen en robotica, bijvoorbeeld voor het metselen, dient zich nieuw leven voor de sector aan.

TechniaTranscat

Softwaredienstverlener TechniaTranscat ontstond in 2015 uit de fusie van het Zweedse Technia en het Duitse Transcat, resellers van de software van Dassault Systèmes voor PLM, respectievelijk 3D CAD en simulatie. Samen ondersteunen zij Dassault’s nieuwe, bedrijfsbrede softwareplatform 3DEXPERIENCE voor marketing, productmanagement, sales, engineering, manufacturing en service. Daarnaast vermarkt TechniaTranscat eigen producten, toegesneden op de sectoren die het bedient. De focus ligt op het verminderen van de administratieve last voor de ‘eindgebruiker’, maar ook op het integreren van PLM in andere (enterprise-)softwaresystemen. TechniaTranscat wil ‘productcreatie eenvoudiger maken’.

De onderneming heeft zich ontwikkeld tot een global player (540 medewerkers) in Europa, Noord-Amerika en Azië. Begin dit jaar werd het Nederlandse infostrait ingelijfd, dat nu als TechniaTranscat Benelux de markt met aanzienlijk meer slagkracht kan bedienen. Naast de maakindustrie in ons land wil het bedrijf ook in de life sciences sector gaan opereren en in België de markt gaan bewerken, meldt directeur Jaap Holweg. Omgekeerd is de nieuwe eigenaar gebaat bij de eigen BIM-software (Bouwwerk Informatie Management) die infostrait inbracht. In de notoir conservatieve bouwsector valt voor PLM en aanverwante software nog een wereld te winnen.

Ervaringen met PLM

Natuurlijk gaat het tijdens het PLM Innovation Forum 2017 ook over de praktijk van PLM. Scania, dat al vele jaren met TechniaTranscat als softwarepartner werkt, koos onlangs na een zorgvuldige selectie voor het 3DEXPERIENCE Platform van Dassault Systèmes, waarvan PLM een essentieel ingrediënt is. Honeywell Transportation Systems, dat jaarlijks meer dan tien miljoen turbo’s voor (auto)motoren produceert, vertelt over een moeizame invoering van PLM; die werd pas een succes toen het bedrijf van implementatiepartner wisselde naar TechniaTranscat en een andere aanpak ging hanteren. Het project werd ‘agile’ uitgevoerd in sprints van telkens een maand, waarbij de nadruk lag op de gebruikerservaring. Dat begon met eerst maar eens rustig observeren wat (toekomstige) PLM-gebruikers nu eigenlijk dagelijks doen en noteren wat ze van een nieuw PLM-systeem verwachten. Aan de hand van een tiental essentiële taken, zoals een document of een onderdeel zoeken in de database, werd telkens de impact van de lopende PLM-implementatie bepaald door te meten hoeveel tijd op die taken werd bespaard.

De sterk groeiende Zwitserse treinenfabrikant Stadler Rail laat zien hoe het met hulp van PLM controle wil houden over het beheer van de ontwerpdata en bijbehorende documentatie voor alle klantspecifieke treinen die het aflevert. Want naast circulariteit zijn toch vooral de enorme klantspecificiteit van producten en de steeds strengere regelgeving met bijkomend ‘papierwerk’ belangrijke drivers voor de opmars van PLM.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.