Investeerders in start-ups en scale-ups: snelle verkoop snelgroeiers schaadt hun potentie

0

 

Investeerders in start-ups en scale-ups willen hun geld binnen vijf tot hooguit tien jaar terug, met een zo hoog mogelijk rendement. Dat streven naar relatief snelle en veilige ‘exits’ drukt het succes van ondernemingen en de werkgelegenheid die ze creëren. In Nederland is dat negatieve effect groter dan in de VS, concluderen twee insiders.

‘Het voorzichtige en zuinige van de Nederlandse investeerder komt onze start-ups niet ten goede’ 

Thomas Mensink van Golden Egg Check denkt dat de Amerikaanse wijze van investeren onder de streep zorgt voor meer werkgelegenheid in de regio.

Thomas Mensink van Golden Egg Check, een bedrijf dat software ontwikkelt die snel en nauwkeurig de haalbaarheid en potentie op de lange termijn van innovaties in kaart kan brengen, denkt dat de Amerikaanse wijze van investeren zorgt dat groeiers langer blijven doorgroeien en onder de streep meer werkgelegenheid in de regio genereren.

Stekker eruit

In Nederland zijn fondsen groot genoeg voor typisch tien investeringen in tien bedrijven. De eerste vijf jaar wordt geïnvesteerd, de tweede termijn van vijf jaar ligt de focus op verkoop (de exit), om de investering weer terug te verdienen. Veelal zorgen twee à drie van die investeringen voor zoveel rendement dat het verlies over de rest meer dan goed wordt gemaakt, duidt Mensink. Bij de verkoop wordt een beursgang niet vaak overwogen. ‘Dit omdat bedrijven er nog niet groot genoeg voor zijn, want doorgroei vergt een langere adem en zorgt voor meer risico’s. De makkelijkste en veiligste weg om rendement te maken, is verkoop aan een grote onderneming. Dan is het echter maar helemaal de vraag wat er met die scale-up gebeurt. Door synergie-effecten zal sowieso een deel van de werkgelegenheid uit de eigen regio verdwijnen. Des te meer als het bedrijf verplaatst wordt. En soms is het de kopende partij louter te doen om een concurrent uit te schakelen; die trekt dan na de overname direct de stekker eruit.’

Sneller rijp

In de VS zijn de investeerders niet minder ongeduldig, weet Mensink. ‘Misschien willen die hun geld nog wel sneller terug. Maar de fondsen zijn er groter, per bedrijf wordt er veel meer geïnvesteerd en de risicobereidheid is er groter. Als iets succesvol is, groeit een bedrijf sneller door. Daardoor zijn de snelgroeiers na vijf tot maximaal tien jaar vaker wél rijp voor een beursgang. En dan komt er vaak ineens heel veel geld beschikbaar en kan een bedrijf snel verder doorgroeien, met alle binnenlandse werkgelegenheid van dien’, aldus Mensink. ‘In Nederland gebeurt dat veel minder. Thuisbezorgdienst Takeaway.com, dat onlangs naar de beurs ging, is toch een uitzondering.’

Insiders pleiten voor meer geduld en/of meer risicobereidheid

Een andere manier om groeiers meer tijd te geven, is een ander fonds investeringen te laten overnemen. Mensink: ‘Een uitkomt voor bedrijven die wel renderen maar nog meer tijd nodig hebben voor een mooie exit.’ Dat die investeerders van het eerste uur blijven zitten, is volgens Mensink geen optie: ‘Aandeelhouders willen bij de start van het traject weten wanneer ze hun geld uiterlijk terugzien. Zonder die zekerheid is het voor hen veel minder aantrekkelijk in zo’n fonds te participeren. Om dezelfde reden investeren ze alom pas als de ergste risico’s uit een starter zijn en de scale-up-fase voor de deur staat. Zo werkt het nu eenmaal.’

Familiebedrijf

Erik Bongers van Bongers & Arts claimt te blijven investeren totdat er een echt robuuste onderneming is neergezet. ‘Daardoor is Vecos nu een solide bedrijf dat er ook over twintig jaar nog is.’

Erik Bongers van het Eindhovense adviesbedrijf Bongers & Arts meent met zijn eigen private equity-activiteiten aan te tonen dat het ook anders kan. ‘Als wij met ons fonds investeren in een bedrijf, behandelen we het als ware het ons familiebedrijf. Vc’s (venture capitalists, red.) investeren hooguit tien procent van de omzet in r&d, wij al gauw 30 tot 35 procent. Vc’s gaat het bovenal om de ratio’s, om na een turnaround van een jaar of drie tot vijf snel hogere winstcijfers te kunnen laten zien, waarmee ze het bedrijf na slechts een jaar of vijf tot zeven tegen een hogere prijs kunnen verkopen. Zij worden daartoe aangezet door de aandeelhouders in hun fonds, die op grote afstand staan van zo’n start-up of scale-up en alleen maar geïnteresseerd zijn in het rendement. Wij investeren veelal zélf in een onderneming en hebben die druk niet. Wij doen soms wel een beroep op vc’s, maar dan alleen voor de groeifase, voor de scale-ups, als de grootste risico’s eruit zijn. Na drie tot vijf jaar kunnen zij er dan weer uitstappen.’

Bongers claimt door te gaan totdat er een echt robuuste onderneming is neergezet, die per saldo voor zoveel mogelijk werkgelegenheid zorgt. Hij illustreert dat aan de hand van Vecos, een producent van geavanceerde lockermanagementsystemen, waarin Bongers & Arts al jaren investeert. ‘Wij hebben onder meer veel geld gestoken in het softwareplatform en de mogelijkheid met mobieltjes de lockers te kunnen openen. Daardoor is Vecos nu wereldmarktleider in dit segment en is er een solide bedrijf ontstaan dat er ook over twintig jaar nog is. Wij kunnen het ons veroorloven langer te investeren in een onderneming, er nog eens drie tot vier jaar aan toe te voegen. Want ik weet zeker dat die investering zich terugbetaalt. Vecos is inmiddels een toekomstbestendige onderneming die veel meer waard is dan een paar jaar geleden.’

Beste overname

‘Een strategie die mikt op robuustheid met een op de toekomst gericht ondernemingsplan, creëert kwaliteit’, aldus Bongers, die aangeeft dat al eerder te hebben bewezen met Fleetlogic, softwarespecialist voor fleetmanagement, voordat het eind 2014 werd verkocht aan navigatiebedrijf TomTom. ‘Zij hebben daarmee een kwalitatief hoogwaardig bedrijf in handen gekregen. Je zou het ze zelf moeten vragen, maar ik ben ervan overtuigd dat het hun beste overname tot dusverre is.’ Kortom, het draait bij het investeren in start-ups om echte betrokkenheid bij de onderneming. ‘Na de verkoop hebben wij er onze handen niet direct vanaf getrokken, maar nog een tijdlang geholpen bij de integratie in de TomTom-organisatie. Ik ben oprecht blij dat Fleetlogic het nu zo goed doet.’

Wachten

Bongers onderstreept dat de kortetermijngerichte werkwijze niet iets typisch Nederlands is. De termijn die vc’s een onderneming gunnen, is wel afhankelijk van de branche. ‘Gaat het om een investering in een internetbedrijf, dan wordt er na twee, drie jaar al gecasht. Betreft het meer reguliere technobedrijven, dan gaat het al gauw om zeven jaar; in de machine- en apparatenbouw kan het nog veel langer duren.’ Het verschil tussen de vc’s in Nederland en de VS zit ’m wat hem betreft vooral in de bereidheid te wachten op het eerste rendement. ‘De Nederlandse vc wil vaak al direct na de opstartfase goede cijfers zien, anders trekt hij zich terug. De typische VS-Oostkust investeerder vraagt dat niet. Die toetst wel of zijn start-up conform de markt presteert, maar stelt dan gemakkelijker vijf of tien miljoen dollar extra beschikbaar voor de doorgroeifase. Het voorzichtige en zuinige van de Nederlandse investeerder komt onze start-ups niet ten goede.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.