Nieuwe opleiding data science plaveit de weg voor (industrieel) ecosysteem

0

September volgend jaar gaat een universitaire opleiding Data Science van start. Ook voor onderzoek en om op dat vlak een ecosysteem van instellingen en (industriële) bedrijven op te bouwen. Bedrijven als ASML, SAP en het Tilburgse ISAH zijn vol interesse. ‘Onze smart industrie loopt wereldwijd op het gebied van big data zeker niet achter, maar we moeten wel snel slagen maken.’

Emile Aarts

Emile Aarts, rector magnificus van de Universiteit Tilburg, toont een teller die bijna de één miljard heeft bereikt en lustig – in een tempo van twee, drie per seconde – doortelt. De teller, licht hij toe, houdt het aantal websites bij, om te illustreren hoe snel de hoeveelheid data op het internet groeit. ‘Gelukkig hebben we tegenwoordig ook de rekenkracht om met al die data waarde te creëren. Statistiek gebaseerd op steekproeven is verleden tijd: we hebben de middelen om de complete set van enorme hoeveelheden data te analyseren, zelfs als die ongestructureerd is.’

Razendsnel

Met die razendsnelle rekenkracht is bijvoorbeeld de prijsindex van consumentenproducten in een handomdraai te bepalen. Of het effect van het faillissement van een bank als Lehman Brothers op de inflatie. Economische maatregelen kunnen veel sneller en gerichter worden genomen. In de gezondheidszorg is met analyse van grote hoeveelheden patiëntgegevens veel beter te bepalen welke specifieke chemokuur voor welke patiënt het best aanslaat. Bedrijven als Walmart doen al tientallen jaren onderzoek naar verbanden tussen consumentengedrag en producten; door technologische ontwikkelingen is de diepgang en snelheid van die analyses nu enorm toegenomen. ‘Echter’, aldus Aarts, ‘om daar voor de Nederlandse industrie – en dus economie – echt zinnige, waardetoevoegende dingen mee te kunnen doen, is een onderwijs- en onderzoeksinstelling nodig die zich helemaal toelegt op dit terrein van data science.’

Graduate School

Vandaar het initiatief om in september een universitaire opleiding Data Science te starten. Eén bachelor- en drie masterprogramma’s – Engineering, Business & Society en Entrepreneurschip – worden ondergebracht in de gezamenlijke Graduate School van TU Eindhoven (TU/e) en Universiteit Tilburg. Zij verzorgen het programma, deels op hun campussen en deels op een nieuwe locatie in ’s-Hertogenbosch, Klooster Mariënburg. Samen met die gemeente en de provincie Noord-Brabant investeren ze daar veertig miljoen euro in. De initiatiefnemers rekenen op veel belangstelling: zo’n 1.500 studenten, voor twee derde van over de grens. Een doel, naast opleiden, is het creëren van een ecosysteem van onderzoeksinstellingen en bedrijven actief in data-analyse. De primaire focus is op onderwijs en onderzoek, maar het bedrijfsleven zal nauw betrokken worden. Grote bedrijven als Philips, SAP en DAF hebben al hun belangstelling laten blijken, aldus Aarts.

Aanhaken

Paul van Abeelen, dga van ERP-leverancier ISAH, volgt het initiatief met veel interesse, maar staat nog niet op de (lange) lijst van bedrijven die hebben laten weten geïnteresseerd te zijn in samenwerking. ‘Vooropgesteld: ik vind dit een uitstekend idee, juist door die combinatie van alfa- en bèta-wetenschappelijk onderwijs en specifiek onderzoek aan big data. Wij willen wel geld steken in onderzoek als daar resultaten uitkomen die wij kunnen toepassen in de smart industry, waar onze klanten zitten. In big data-onderzoek om consumentengedrag te kunnen analyseren voor partners als Randstad en Eneco zijn wij natuurlijk minder geïnteresseerd. Maar als we kunnen aanhaken bij de onderzoeksamenwerking met bedrijven als ASML en SAP, die ook op de lijst staan, is dat een heel ander verhaal.’

De b2b-industrie staat nog helemaal aan het begin van big data-gebruik, is Van Abeelen’s overtuiging. ‘De Walmarts zijn daar ongetwijfeld al veel verder mee, maar 98 procent van onze klanten verzamelt geen data, laat staan dat ze die op een doordachte manier kunnen analyseren. Neem de machine- en apparatenbouw en hun klanten. Die verzamelen niet of nauwelijks real-time informatie via het web over draaiuren, stops, machineomstellingen of onderdelen. Veel onderhoud is nog correctief, als er een storing is, of preventief omdat er zes maanden na het laatste onderhoud verstreken zijn. Correctief onderhoud is altijd te laat en preventief zal vaak te vroeg zijn. Door big data real-time te verzamelen en op een goede manier te analyseren, kun je dat vermijden en gigantisch veel kosten besparen.’

Al aanhaken

ISAH kan een belangrijke rol spelen in het verzamelen en analyseren van al die informatie, omdat zijn ERP-software daar in feite al op voorbereid is, aldus Van Abeelen. ‘In ons systeem staan bijvoorbeeld alle geproduceerde machines en apparaten met al hun onderdelen al uniek geregistreerd, met onder meer de leveranciersnaam en datum van installatie. Daar kunnen 101 variabelen aan worden toegevoegd, van stoormomenten tot en met het aantal draaiuren van elk afzonderlijk onderdeel. Maar daar moeten natuurlijk nog wel slimme analysetools in worden geïntegreerd. Denk aan de business intelligence-tools van Microsoft. Maar ook interessant zijn de tools van Fluxicon; die maken de oorzaak en aard van een procesverstoring inzichtelijk.’

Ann Rozinat, Fluxicon

Fluxicon is een jonge onderneming van twee oud-TU/e-studenten die zich hebben toegelegd op data-analyse uit processen. Daarmee kunnen we, zegt Ann Rozinat, in korte tijd aantonen waar in bijvoorbeeld het orderafhandelingsproces de knelpunten zitten. Uit een stroom van gegevens over orders, tijdstippen en processtappen kan de Fluxicon-software met een paar drukken op de knop laten zien waar in het proces vertragingen ontstaan, stappen worden herhaald of juist overgeslagen. Van Abeelen: ‘Ik heb mevrouw Rozinat al gebeld, maar haar nog niet te pakken gekregen. Ik ben blijkbaar niet de enige met interesse. Dat is maar goed ook, want onze smart hightech industrie loopt wereldwijd gezien op het gebied van big data zeker niet achter, maar we moeten ook geen tijd verliezen en wel snel slagen maken.

Bas Koets,  2TheLoo

Voor het idee ‘Gold-plasser’ heeft international program director Bas Koets zich laten inspireren door de frequent flyer-programma’s. Niet zo vreemd voor iemand die bijna wekelijks het vliegtuig pakt om het concept ‘bezoekersvriendelijke openbare toiletten’ van zijn 2TheLoo wereldwijd te vermarkten. Een nog pril idee, een eind af van toepassing. Het verzamelen en aanbieden van – niet-gepersonaliseerde – data maakt wel al deel uit van 2TheLoo’s service. ‘Bedrijven als Shell en de Franse spoorwegmaatschappij SNCF willen graag weten of ons toilet eraan bijdraagt dat meer mensen bij hun stations tanken of van hun treinen gebruikmaken, of hoeveel bezoekers de kortingsvouchers op een kop koffie gebruiken.’ Ook over het verzamelen van gepersonaliseerde data denken Koets cum suis dus na: ‘We werken aan een app waarmee mensen kunnen aangeven hoe tevreden ze zijn over onze toiletten. Als er straks contactloos met de smartphone kan worden betaald, kun je nog veel meer data verzamelen. Dat kan informatie zijn waarmee wij en onze klanten de dienstverlening kunnen verbeteren.’ Koets denkt dat consumenten bereid zijn steeds meer privé-informatie te delen. ‘Kijk naar wat er allemaal op Facebook wordt gezet. Maar men moet er wel iets voor terugkrijgen, zoals een korting. Zo kun je geleidelijk een min of meer persoonlijke band opbouwen. Op den duur kan het dan reëel worden een weegschaal in onze toiletten in te bouwen, of zelfs sensoren die bepaalde waardes in de urine meten, wat vertaald kan worden in een persoonlijk gezondheidsadvies. Hoe meer je van iemand weet, hoe beter je hem of haar van dienst kunt zijn.’

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.