1.000 m2 cleanroom verlaagt tco klant. ERIKS verruimt faciliteiten voor schoon produceren en verpakken.

0

In de bedrijfshal van ERIKS ligt direct na de ingang rechts nu nog kaal beton. In juni volgend jaar – zo is de planning en de verwachting – staat er een Clean Manufacturing Facility (CMF), om schoon te produceren en te verpakken. Algemeen directeur Sander Splinter: ‘We willen meedenken met de klant, zijn problemen oplossen. Zo’n CMF past in die strategie.’

– ‘Met een nieuwe CMF kunnen we onze schone diensten ook aanbieden in andere sectoren.’

– Werken als industrieel toeleverancier alleen biedt de klant niet genoeg toegevoegde waarde.

– ‘Trefwoorden voor een probleemoplosser zijn maatwerk en co-engineering.’

– ‘Met een eigen bedrijfshal kunnen we de klant maximale kwaliteit garanderen.’

Het Nederlandse hoofdkantoor van ERIKS staat in Alkmaar, op een steenworp afstand van het stadion van voetbalclub AZ. In omvang doen de twee gebouwen nauwelijks voor elkaar onder. De immense bedrijfs- en productiehal van ERIKS beslaat zo’n 16.000 m2, het kantoorgedeelte nog eens 4.500 m2. In de hal liggen letterlijk honderdduizenden artikelen, verdeeld over lange rijen stellingen: slangen, pakkingen, afdichtingen, afsluiters, gereedschap, bedrijfskleding.


Splinter: ‘Geen twijfel mogelijk: we zullen altijd leverancier van producten blijven, van A-merken en eigen merken. Maar onze mensen hebben veel kennis en kunde van de markt, de producten en de toepassingen. Die willen we ook op een andere manier inzetten: door aan de voorkant van het proces mee te denken met de klant. Wat is precies zijn probleem? En wat is daarvoor de oplossing?

Boven, op de tweede verdieping van de hal bevindt zich de cleanroom, met een oppervlakte van 175 m2. Bezoekers kunnen in een speciale doorgang van achter het glas zien wat er in de ruimte gebeurt: van top tot teen in beschermende kleding en met handschoenen uitgeruste medewerkers verpakken onder geconditioneerde omstandigheden de verschillende producten. In de ruimte ernaast staat een medewerker in cleanroom-outfit geconcentreerd de ramen schoon te maken.

In het kantoorgedeelte op de bovenste verdieping bevindt zich algemeen directeur Sander Splinter (zie ook kader). De bouw van een nieuwe cleanroom is noodzakelijk en onontkoombaar voor ERIKS, zegt hij. ‘De vraag van bestaande klanten neemt zodanig toe, dat de huidige omvang niet meer voldoet. En met een nieuwe Clean Manufacturing Facility kunnen we onze zogenoemde schone diensten ook aan bedrijven in andere sectoren aanbieden, zoals de food, de farma en de semicon.’

900.000 producten

Een cleanroom bij ERIKS dus, van oudsher een industrieel toeleverancier. De onderneming werd in 1940 opgericht in Alkmaar door Arie Eriks en richt zich – ook nu nog – op de inkoop, verbetering en verkoop van werktuigbouwkundige onderdelen aan zo goed als alle industriële sectoren. Op dit moment telt het bedrijf zeven productdivisies, waaronder aandrijftechniek, industriële kunststoffen en stromingstechniek. ERIKS telt wereldwijd 7.500 medewerkers (in 350 vestigingen, 18 landen) en levert 900.000 verschillende producten aan zo’n 90.000 klanten. Jaarlijks worden er maar liefst 5,5 miljoen producten verstuurd. Het bedrijf – een zelfstandig onderdeel van SHV Holdings – had vorig jaar een omzet van 1,9 miljard euro.

Koers verleggen

In dat businessmodel is een cleanroom noodzakelijk omdat werken als industrieel toeleverancier alleen de klant niet genoeg toegevoegde waarde bood, vonden ze in Alkmaar. De laatste jaren is het bedrijf daarom bezig de koers te verleggen: van toeleverancier naar ‘probleemoplosser’. Splinter: ‘Geen twijfel mogelijk: we zullen altijd leverancier van producten blijven, van A-merken en eigen merken. Maar onze mensen hebben veel kennis en kunde van de markt, de producten en de toepassingen. Die willen we ook op een andere manier inzetten: door aan de voorkant van het proces mee te denken met de klant. Wat is precies zijn probleem? En wat is daarvoor de oplossing? We leveren niet alleen wat de klant nodig heeft, maar komen met gerichte antwoorden, die de klant een besparing kunnen opleveren.’

De trefwoorden, aldus Splinter, zijn maatwerk en co-engineering. ‘Door vroegtijdig mee te denken komt de focus te liggen op het verlagen van de total cost of ownership, de tco. Onze oplossingen moeten leiden tot minder kosten voor de klant. Ik ben ervan overtuigd dat daar een deel van onze meerwaarde zit. Juist omdat we veel kennis hebben, weten we hoe we de klant met de juiste producten en toepassingen kunnen ontzorgen.’

Nieuwbouw

De komst van de CMF past in deze strategie, zegt Splinter. ‘De klant vraagt om schone productie en schoon verpakte producten; wij kunnen hem op deze manier ondersteunen.’ De eerste ideeën voor de nieuwe CMF dateren van twee jaar geleden. De reden daarvoor was eenduidig: de bestaande cleanroom werd eenvoudigweg te klein. In eerste instantie kon het capaciteitsprobleem nog ondervangen worden door in twee shifts van in totaal veertig mensen te gaan werken. Toen dat niet afdoende bleek, werd extern cleanroomcapaciteit bijgehuurd, waar met ERIKS-personeel gewerkt wordt. Maar dat was in de ogen van de algemeen directeur geen ideale oplossing.

Onze oplossingen moeten leiden tot minder kosten voor de klant’

En dus werd er besloten tot nieuwbouw – in de huidige bedrijfshal. Direct na de ingang is een deel van de hal vrijgemaakt en verrijst een twee verdiepingen tellende faciliteit van in totaal meer dan 1.000 m2. Op de begane grond komt de ‘schone productie’ (700 m2) en op de eerste verdieping de feitelijke cleanroom (320 m2, plus 145 m2 opslag). Interflow BAM verzorgt de bouw: die heeft als aannemer veel ervaring met het bouwen van dergelijke faciliteiten. De eerste paal werd op 26 november met enig feestgedruis de grond in geschroefd. Als alles volgens plan verloopt, kan de faciliteit in juni volgend jaar gaan draaien. ‘Die datum gaan we halen’, zegt Splinter. ‘Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat het niet zou lukken. We werken met een reële planning.’

100 procent zekerheid

Er worden straks niet alleen schone producten gemaakt en dito verpakt, maar er wordt dus ook schoon geproduceerd. ‘We maken bijvoorbeeld slangen voor klanten in de semiconductor-industrie. Die worden in hun eigen fabriek onder beschermde omstandigheden geplaatst. Deze klanten willen 100 procent zekerheid dat de schone producten die wij voor hen maken, ook echt geproduceerd worden in een schone ruimte. Zonder stof, olie en andere viezigheid. In een geconditioneerde ruimte kunnen wij een schone slang produceren en die vervolgens helemaal schoon verpakken.’

De nieuwe faciliteit is een stuk groter dan de bestaande (die overigens ook gewoon open blijft). Dat betekent niet alleen dat er meer geproduceerd kan worden, maar ook dat er grotere producties kunnen worden gedraaid. ‘Daarnaast kunnen we langere en grotere producten maken. Dat biedt ons ook weer kansen op de markt.’

Groeipotentie

Splinter maakt zich geen zorgen: de CMF gaat straks goed draaien. ‘Het is vrij simpel: de markt ís er. Dat horen we van onze bestaande klanten. En we denken dat er groeipotentie is bij nieuwe klanten in andere sectoren. Deze CMF stelt ons in staat voor de klant supply chain optimalization te organiseren. Waar hij voorheen bij ons zijn artikelen kocht en zijn schone productie moest uitbesteden, kan hij daarvoor nu ook bij ons terecht. Dat maakt de lijnen een stuk korter.’

Splinter noemt de faciliteit voor ERIKS een ‘belangrijk project’, waarvoor ‘stevig’ wordt geïnvesteerd in de bouw. ‘Belangrijk vanwege de grotere efficiency, omdat we straks geen gebruik meer hoeven te maken van externe faciliteiten. Door het allemaal in de eigen bedrijfshal te verzorgen,  kunnen we de klant bovendien maximale kwaliteit garanderen.’

Maar toch: wat als het niet lukt? Splinter, gedecideerd: ‘Het kán niet mislukken. Letterlijk en figuurlijk niet. Er is vraag vanuit de markt, en met deze nieuwe faciliteit komen we aan die vraag tegemoet. En mocht het onverhoopt toch niet genoeg vraag opleveren, wat ik me overigens niet kan voorstellen, dan kunnen we in deze ruimtes natuurlijk ook gewoon produceren.’

Professionaliseren

Splinter beschouwt de CMF als ‘een nieuwe en unieke propositie’ van ERIKS, passend in de omschakeling van leverancier naar probleemoplosser. ‘Het sluit aan bij ons streven steeds verder te professionaliseren als bedrijf. En bij onze strategie om als samenwerkend partner met de klant mee te denken. Ik ben ervan overtuigd dat we hiermee ook nieuwe klanten aan ons kunnen binden.’

Daarnaast is het bedrijf volgens Splinter als multiproductspecialist één van de weinige in zijn soort. ‘Op deelgebieden is er uiteraard concurrentie, ook andere bedrijven bieden cleanroomoplossingen aan. Maar wij werken als enige met zeven complete productlijnen én een CMF. Wij zijn als het ware één loket voor de klant voor alle producten. En daar komen nu ook de schone productie en het schoon verpakken bij.’

Eerste jaar in functie

Sander Splinter is sinds januari 2018 algemeen directeur bij ERIKS. Eerder werkte hij onder andere negentien jaar voor hijs- en transportonderneming Mammoet. Hij zei ja, toen moederbedrijf SHV vroeg of hij bij ERIKS aan de slag wilde. ‘Ik wilde wat nieuws leren, een nieuwe uitdaging aangaan. En ERIKS is wat dat betreft heel anders dan Mammoet. Het is een continu bedrijf, Mammoet heeft meer een projectdynamiek.’ Het eerste jaar is Splinter goed bevallen. ‘Het is een technische omgeving, met gepassioneerde mensen. Ik ben er trots op om daar onderdeel van te mogen zijn. Dit jaar heb ik alles binnen ERIKS voor de eerste keer meegemaakt. De materie voelt nu eigen en komend jaar kan ik meer naar eigen inzicht gaan aansturen.’

Artikel uit Link magazine 6 2018, lees het hele artikel digitaal.
Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.