VIRO-team toont met simulaties aan hoe de fabriekslogistiek beter kan

0

De klant bewijsvoering aanreiken. Dat is in de kern wat het simulatieconsultancyteam van internationaal ingenieursbureau VIRO doet. Bewijzen dat een bepaald investeringsconcept voor fabriekslogistiek de beste keuze is, rekening houdend met alle randvoorwaarden die de klant stelt, zo schetst projectmanager Wim Klinkien.

Projectmanager Wim Klinkien Viro

 Eerst bewijzen, dan pas investeren

VIRO biedt, als breed georiënteerd bureau voor projectmanagement en engineering, een ruim scala aan diensten voor factory & plant optimisation. Van analyse en advies tot het begeleiden van complete investeringstrajecten. Een gespecialiseerde dienst is de klant het bewijs leveren voor de wijze waarop hij zijn interne logistiek het beste kan verbeteren. Essentieel voor die bewijsvoering is dat eerst duidelijk wordt wat de klant precies beoogt. ‘Vaak heeft hij wel een globale doelstelling’, weet Klinkien. ‘Hij wil bijvoorbeeld de productiecapaciteit uitbreiden terwijl het aantal fte naar beneden moet. Daarvoor wordt vaak aan automatisering gedacht. Maar de bedrijfsleiding heeft niet altijd een onderbouwd beeld of bijvoorbeeld het bijplaatsen van een aantal machines of het inzetten van agv’s (automatisch geleide voertuigen, red.) het beoogde resultaat geeft. Dat wil het management aangetoond zien, voordat de investeringen gedaan worden.’

Data vergaren

Behalve de feitelijke opdrachtgever, vaak de directie, zijn de mensen die namens de klant zitting hebben in het projectteam belangrijke stakeholders en dus gesprekspartners voor Klinkien en zijn collega’s. ‘Dit zijn de mensen die direct bij de productie betrokken zijn, vaak procesengineers. Die weten meestal precies hoe het samenspel tussen mensen, machines, voorraadsystemen en interne transportsystemen verloopt. En die hebben meestal ook de inhoudelijke procesdata. Als het goed is, kunnen zij met cijfers laten zien hoeveel producten per uur van een machine afkomen, hoeveel storingen er zijn, hoelang een bepaalde activiteit duurt, enzovoorts.’ Gegevens waarmee Klinkien’s collega en simulation consultant Mart Bruggink de bestaande situatie in een zogeheten nul-model kan programmeren (in Tecnomatix Plant Simulation, een softwarepakket van Siemens PLM). Het verkrijgen van de juiste input is niet altijd eenvoudig, maakt Klinkien duidelijk. ‘Soms omdat de data er echt niet zijn, maar ook omdat niet alle stakeholders direct overtuigd zijn van het nut van het modelleren van de actuele situatie. ‘Ik weet wel hoe het nú gaat, ik wil juist weten hoe we het in de toekomst beter kunnen doen’, horen we regelmatig terug. Bepaalde gegevens worden pas beschikbaar gesteld als wij aan de hand van het nul-model hebben bewezen dat zonder die data het simulatiemodel niet klopt met de werkelijkheid, dat bijvoorbeeld de totale yield dan veel te laag uitkomt.’

Viro simulation consultant Mart Bruggink

 

Brede blik

Vervolgens wordt, in een brainstorm met de klant, zo breed mogelijk gekeken welke logistieke concepten een verbetering zouden kunnen opleveren. In die brainstorm worden de klant z’n detailkennis van het proces en de ideeën over hoe dat verbeterd kan worden gecombineerd met de ‘helicopterview’, de brede ervaring en het pragmatisme van het VIRO-team, zo stelt Klinkien. ‘Als je dagelijks op de werkvloer staat, tussen de machines, zie je vaak lang niet alles. Onze simulaties laten het geïntegreerde geheel in de onderlinge samenhang zien. Daar komt bij dat wij in tal van verschillende fabrieken komen, in sectoren als food, verpakking, metaalbewerking en automotive. Plants waar hoge volumes gedraaid worden, of juist kleinere met heel veel verschillende logistieke stromen. Daardoor kunnen wij out-of-the-box denken. Juist die brede blik maakt dat we gemakkelijker tot praktische oplossingen komen die soms in de ene sector heel gebruikelijk zijn, maar in de andere volledig onbekend.’

 

‘Als je dagelijks op de werkvloer staat, tussen de machines, zie je vaak lang niet alles’

 

Hoogste capaciteit of besparing

Al die kennis en ideeën van management en werkvloer van de klant en die van het VIRO-team worden gecondenseerd in een top-drie of -vier van logistieke concepten. Die worden vervolgens getoetst met het nul-model, om te bepalen wat het effect is van logistieke aanpassingen die een concept met zich meebrengen. ‘In het ene concept’, schetst Bruggink, ‘kan er sprake zijn van extra logistieke transportmiddelen, om zodoende logistieke bottlenecks te voorkomen, in een ander kan het accent liggen op een groter buffersysteem en in een derde kan een additioneel bevoorradingssysteem zijn meegenomen dat het mogelijk maakt acht uur achtereen onbemand te produceren. Het ene concept zal vooral zorgen voor de hoogste productiecapaciteit, het andere juist voor de grootste fte-besparing en het derde zal later het gemakkelijkst uitbreidbaar zijn.’ Bruggink presenteert van elk concept de resultaten op zo’n manier dat de klant ze goed met elkaar kan vergelijken. ‘Wij toetsen uiteraard voor alle top-concepten of ze voor de klant rendabel zijn qua budget en terugverdientijd’, vult Klinkien aan.

Nieuwe bewijsvoering

‘Met onze ervaring op zak hebben we meestal wel een goede indicatie van waar de klant voor kiest’, geeft Klinkien aan. Een optie kan dusdanig veel besparing bieden dat de klant opteert voor een fabriek met een totaal andere lay-out dan de huidige. ‘Het is dan afgelopen met suboptimaliseren. Veel productieprocessen zijn in de loop van vele jaren geleidelijk aan uitgebreid. Steeds is er weer een nieuw deel aan vastgeplakt, zonder oog voor het geheel.’ Bruggink rijdt nog wel eens langs de plant van een klant waar zelfs het gebouw als gevolg van de nieuwe logistiek is aangepast. ‘Als je twee jaar niet in die fabriek bent geweest, herken je het niet meer terug.’ Als de klant zijn keuze uit de gesimuleerde opties heeft gemaakt, is het zaak die te gaan bouwen. ‘Hoe hij dat realiseert, is natuurlijk helemaal aan de klant.’ Maar vaak krijgt VIRO, met zijn engineeringscapaciteit en supply base, de opdracht de nieuwe automatisering en logistieke systemen te realiseren, duidt Wim Klinkien.

Nu, na tientallen casussen met diverse klanten in uiteenlopende markten, breidt zijn team het aanbod uit. Voor fabrikanten van bijvoorbeeld conveyorsystemen of palletwikkelaars kan het nu digitale generieke modellen van hun systemen aanmaken, voorzien van een voorgeprogrammeerde user interface. Deze oem’ers kunnen daarmee zelf, virtueel, parameters wijzigen. ‘Die kunnen zo hun potentiële klant bewijzen dat met een specifieke configuratie de gewenste capaciteit gehaald kan worden’, aldus Mart Bruggink, terwijl hij ter illustratie op een scherm een palletwikkelaar zijn virtuele rondjes laat draaien.

 

Ruimte voor out-of-the-box

VIRO’s simulatieconsultancyteam heeft zijn oorsprong in een initiatief van Mart Bruggink, nu ruim drie jaar geleden. Met kennis van en ervaring met Tecnomatix in zijn bagage als afgestudeerde werktuigbouwer modelleerde hij destijds een reeds ‘bevroren’ productieproces van een klant, om te ontdekken dat met dertig procent minder transportsystemen en een andere routing een hogere capaciteit gerealiseerd kon worden. Een half jaar later werd het simulatieconsultancyteam geboren. ‘Dat is ook het mooie aan werken bij VIRO, dat je tijd en ruimte krijgt voor out-of-the-box-initiatieven.’

 

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image