Tijdsdruk en innovaties met bijbehorende risico’s maken werk Masévon Technology steeds ‘uitdagender’

0

 

De klant wil graag de innovatiefste oplossingen. Tegelijk mogen die steeds minder risico’s met zich meebrengen en wordt de time-to-market steeds korter. Drie factoren die voor machinebouwer Masévon Technology de businesscases van klanten steeds complexer maken. Grip houden op het engineering- en maakproces vraagt dat de engineers heel vroeg in het ontwikkelproces en op hoog niveau mogen aanschuiven bij de klant, als system innovator. Nu is het nog te vaak: ‘Ja, als we dát geweten hadden!’

Door de steeds hogere tijdsdruk zien de engineers van Masévon Technology zich genoodzaakt reeds aan de gang te gaan terwijl het functionele ontwerp nog lang niet gereed is. ‘Je moet dan heel goed weten wat je nog niet weet’, duidt Elgar van der Bij. Links Björn Wesselink. Foto: Com-magz

THEMA  Simplexity: Van gemakkelijke complexiteit naar lastige eenvoud

De toenemende tijdsdruk vanuit de klant. Pratend met Elgar van der Bij en Björn Wesselink van module- en machinebouwer Masévon Technology, op het kantoor in Hardenberg, komt dat als eerste reden voorbij waarom het engineeren en bouwen van modules en speciaalmachines steeds complexer wordt. ‘Investeren in een businesscase stelt de klant steeds vaker tot op het allerlaatste moment uit – en moet dan zo snel mogelijk gaan renderen’, schetst sales director Van der Bij. ‘Dat betekent’, duidt coo Wesselink, ‘dat het ontwerpen, engineeren en produceren nooit netjes achtereenvolgens kan worden uitgevoerd, wat natuurlijk het meest ideaal is, maar dat tegelijk aan die fases moet worden gewerkt. Terwijl er nog ontworpen wordt aan de ene deelfunctie, wordt een andere module al geëngineerd en soms zelfs al geproduceerd, terwijl bepaalde kritische componenten al worden besteld.’

Risico’s afdekken

Een andere complicerende factor is ‘de toenemende behoefte risico’s te vermijden’, vertelt Van der Bij. ‘Wij krijgen vaak het verzoek ons contractueel te verbinden aan de opbrengst van een machine of module, terwijl alle overige specificaties nog niet bekend zijn.’ Ook bij het zoeken naar innovatieve oplossingen, om modules makkelijker en dus goedkoper produceerbaar te maken, steekt indekken tegen risico’s steeds vaker de kop op. ‘Namens de klant kijken steeds meer specialisten mee. Als wij bijvoorbeeld opperen vacuümvlakken niet meer met de hand te schuren – want geen stabiel proces en tijdrovend – maar geautomatiseerd te frezen, stuit dat op weerstand. Immers, schuren wordt voor die toepassing al tientallen jaren gedaan en is dus een bewezen proces, en frezen niet. In zo’n situatie moet er dus iemand van de klant zijn nek durven uit te steken om de verantwoordelijkheid te nemen het frezen te accorderen. Maar dat gaat steeds minder vanzelf’, zo schetst Wesselink. ‘Uiteindelijk is het dan een kwestie van vertrouwen. Van de klant in jou en van ons in onze leveranciers. Vertrouwen dat je partner weet wat hij doet en dat, mocht het ergens toch misgaan, de lasten eerlijk, evenredig verdeeld worden’, verwoordt Van der Bij het.

Nieuwe strategie biedt meer grip

En dan is er natuurlijk nog de technologie die de machines en dus de engineering- en bouwprocessen van Masévon steeds complexer maakt. ‘Zoals het ProMu-productieplatform van IMS dat we al jaren, samen met partners, maken. De onderdelen die die machine moet hanteren worden steeds kleiner. Dat betekent dat de machine steeds nauwkeuriger moet kunnen werken, maar tegelijk sneller en betrouwbaarder, zodat de terugverdientijd steeds korter wordt’, aldus Van der Bij.

Vroeger aan tafel

Hét strategische antwoord van Masévon op deze toenemende complexiteit – Van der Bij en Wesselink komen er meerdere keren op terug – is: vroeger in het ontwikkelproces bij de klant aan tafel komen, als system innovator. ‘Het is niet voldoende dat wij begrijpen hoe een bepaalde module gemaakt moet worden. Om ons werk goed te kunnen doen, moeten wij de complete machine en functies die die machine moet uitvoeren begrijpen’, weet Van der Bij. Ter illustratie pakt Wesselink een bloknoot, een pen en zijn mobieltje en legt ze op elkaar. ‘De klant kan in zijn specificatie wel opnemen dat deze drie onderdelen met een bepaalde tussenruimte op elkaar moeten worden gemonteerd. Maar als voor de functie van dat geheel de afstand tussen het onderste en bovenste onderdeel cruciaal is, moeten we dat begrijpen. Alleen dan kunnen onze specialisten komen met een manier om het eenvoudiger en dus goedkoper te produceren. Te vaak wordt er hier nog gezegd: ‘Ja, als we dát geweten hadden!’’ Van der Bij vult aan: ‘Wij werken dan ook het liefst vanuit de businesscase van de klant aan het complete product, met alleen de functionele specs. Want die geven ons de benodigde vrijheid.’

‘Weten wat je niet weet’

Maar ook als Masévon mag aanschuiven bij het allereerste ontwerpoverleg en kan uitgaan van louter functionele specificaties, dan is het nog geen walk in the park. Want de tijdsdruk blijft en wordt steeds hoger. Daardoor zien de engineers uit Hardenberg zich genoodzaakt al aan de gang te gaan terwijl het functionele ontwerp nog lang niet gereed is, schetst Van der Bij: ‘Dan ligt een deel van het ontwerp vast, de rest is nog in ontwikkeling. Wij formeren dan een team dat met een bepaalde module, een bepaalde functie aan de slag gaat. Dat team gaat engineeren, bestellen en laat vaak ook al produceren, terwijl van de rest van de machine alleen nog maar de contouren bekend zijn. Je moet dan heel goed weten wat je nog niet weet. Zodra een tweede module wordt vastgelegd, gaat daar een tweede team mee aan het werk. In nauwe afstemming met dat eerste team.’ Wesselink: ‘Voor dat eerste team is het dus zaak iets te engineeren waar het zich comfortabel bij voelt, waarvan het vrijwel zeker weet dat de volgende modules daarop aangepast kunnen worden. Maar dan nog kan het zijn dat er op het laatste moment nog onderdelen moeten worden aangepast. Ja, en soms kan een heel stuk hardware de afvalcontainer in; dat hoort bij de uitdaging.’

Vakmanschap als basis

Toch doet die tijdsdruk niets af aan het feit dat de complexiteit van het ontwikkel- en productieproces het best kan worden teruggebracht door vroeg te mogen aanschuiven. Wesselink: ‘Wij moeten het geheel kunnen overzien. De digitalisering – Industrie 4.0 – mag dan heel waardevol zijn omdat het productie- en het inkoopproces ermee geautomatiseerd en versneld kunnen worden; het begint gewoon met ons vakmanschap. Met het reeds in de conceptuele fase met gezond verstand en technische kennis en ervaring kunnen meekijken en -denken. Alleen als je op die basis een machine of module engineert, kun je de processen erna op een goede manier automatiseren en digitaliseren.’

Tijs Teepen, CTO Masevon Technology Group

Tweeledige opdracht voor nieuwe cto

Een brug slaan tussen de ontwerpers van de klant en de eigen werkvloer en toeleveranciers die het ontwerp moeten realiseren. Dat is in de kern de propositie  waarmee system innovator Masévon Technology zich in de markt nadrukkelijker wil positioneren. In dat strategisch kader moet ook de overstap, per 1 juni jongstleden, van Tijs Teepen worden gezien. Hij was managing director van Vernooy Vacuüm Engineering (dat met Masévon Technology, Machinefabriek Tuin en Haarhuis Advanced Constructions de Masévon Group vormt) en is nu de cto van de groep. Met een tweeledige opdracht: de complete organisatie meenemen in die strategische beweging naar system innovator en, als eindverantwoordelijke voor system engineering, in het allereerste stadium en op het allerhoogste niveau, persoonlijk bij de klant aanschuiven. Teepen is bij Vernooy opgevolgd door Freek Kronenberg, die eerder managementfuncties vervulde bij diverse hightech toeleveranciers.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image