Koplopers wijzen de weg voor transitie naar circulaire economie

1

De circulaire economie gaat er komen, de vraag is alleen: hoe vlieg je die als bedrijf aan? Steeds meer partijen verdiepen zich in het concept en sommige gaan – rigoureus of in kleine stapjes – al ‘circulair’. Zo’n transitie kost veel kruim, maar niet doen zou wel eens ingrijpende consequenties kunnen hebben. En aan de opkomende ‘circulaire’ businessmodellen valt goed geld te verdienen.

  • De producten van vandaag zijn de grondstoffen voor de producten van morgen.
  • Gemene deler in de best practices: ketenbrede samenwerking en innovatie.
  • Geraamde impuls van de circulaire economie voor Nederland: 7,3 miljard euro per jaar en 54.000 extra banen.

Grondstoffen delven, producten maken en ze weggooien als ze kapot of uit de mode zijn. Zo gaat het in de lineaire economie – en dat kan eigenlijk niet meer. De wereldbevolking groeit van zeven miljard nu naar bijna twaalf miljard in 2050 (bron: VN). En de middenklasse naar drie miljard zielen over twintig jaar (Ernst & Young). Steeds meer mensen die steeds meer spullen kopen, terwijl moeder aarde nu al niet meer voldoende grondstoffen kan bieden. In de ‘Circular Economy Guide’ van ABN AMRO staan veel meer van zulke feiten. Elke Europeaan verbruikte in 2012 zestien ton materiaal; zestig procent van het afgedankte materiaal belandde op de vuilstort of werd verbrand, de rest hergebruikt (Ellen MacArthur Foundation, EMAF). In ons land verdwijnt elk jaar 33 miljoen kilo aan kleine elektrische apparaten in de kliko, en die worden verbrand (wecycle). En we doen jaarlijks zo’n 600.000 wasmachines de deur uit (Bundles), waarvan slechts tien procent wordt gerepareerd (EMAF).

Nieuwe businessmodellen zijn de crux.

In de circulaire economie gaat dat anders. Die heeft als ultiem doel alle materialen oneindig te hergebruiken. Anders dan bij recycling zoveel mogelijk op hetzelfde niveau als bij eerste toepassing en in een doorlopende, gesloten en niet-giftige kringloop. ‘Afval bestaat niet’, zegt ‘afvalverwerker’ Van Gansewinkel. Anders gezegd: de producten van vandaag zijn de grondstoffen voor de producten van morgen.

Koplopers

Maar hoe komt een bedrijf daar en wat betekent dat voor z’n bestaande business? Bijna dagelijks verschijnen daarover rapporten en bieden serieuze instanties hulp aan. En dan zijn er de koplopers die het gewoon doen. Meestal in kleine stapjes; een verstandige strategie, aldus deskundigen. Ook omdat de hele supply chain moet meedoen en de hele levenscyclus van de producten in kaart gebracht moet zijn. Desso is zo’n koploper. Voor zijn nieuwe collectie tapijttegels kreeg de Brabantse tapijtfabrikant recent als eerste in de branche het ‘C2C Gold certificaat’ (C2C: cradle-to-cradle). ‘Beloning voor zeven jaar hard werken’, zeggen ze in Oss. In hun tapijttegels is honderd procent geregenereerd nylon verwerkt, in de ‘rug’ calciumcarbonaat (krijt) afkomstig van drinkwaterbedrijven uit de buurt. Vanaf 2020 wil Desso al zijn producten volgens de c2c-principes ontwerpen. Vanderlande in Veghel (transportsystemen voor luchthavens, distributiecentra en warehouses) begon in 2009. Eerste concrete resultaat: de Blueveyor, een transportbak die uit minder onderdelen (materiaal) bestaat en makkelijk is te demonteren en waarvan alle toegepaste materialen hoogwaardig te hergebruiken zijn.

Nieuwe businessmodellen

Belangrijke gemene deler in die best practices is vaak: ketenbrede samenwerking en innovatie. En zo ontwerpen dat producten louter uit herbruikbare materialen bestaan en alle bestanddelen er na afdanken makkelijk zijn uit te halen en hoogwaardig te hergebruiken. Accenture onderscheidt vier businessmodellen: 1) louter biobased of 100 procent recyclebare materialen gebruiken, 2) waardevolle grondstoffen uit eigen producten of andere restmaterialen terugwinnen, 3) de levensduur van spullen verlengen door onderhoud, reparatie of refurbishment, en 4) producten niet meer verkopen maar aanbieden als dienst. Van alle vier zijn er mooie praktijkvoorbeelden. Philips past in zijn stofzuigers 330 ton gerecyclede plastics toe en de koffiemachine Senseo Up bestaat goeddeels uit hergebruikte materialen. Google werkt aan de smartphone Ara, die is opgebouwd uit ‘blokjes’ die simpel te vervangen zijn, waardoor ie langer meegaat en up-to-date blijft – gebaseerd op het concept ‘Phonebloks’ van de Helmondse ontwerper Dave Hakkens.

Van product naar dienst

Een product als dienst verkopen, ook dat is in opkomst. Philips dat geen lampen verkoopt, maar licht. Performance-based contracting, heet dat. Het gaat niet langer om zoveel mogelijk lampen verkopen, maar om zorgen dat die lampen zo lang mogelijk goed functioneren. Die trend van eigendom naar gebruik (‘delen is het nieuwe hebben’) komt her en der op. Mobiliteit in plaats van een (eigen) auto; in Europa staan auto’s gemiddeld 92 procent van de tijd stil.

In de circulaire economie gaan compleet nieuwe businessmodellen ontstaan. Zoals op het vlak van onderhoud/reparatie, leasen of verhuur, pay-per-use. Waarbij niet de gebruiker, maar de fabrikant eigenaar van het product is, lees: verantwoordelijk voor het (altijd) goed functioneren. Door nieuwe businessmodellen kan de cashflow veranderen, zijn nieuwe financieringsmodellen nodig. Bijvoorbeeld voorfinanciering, omdat je misschien niet meer in één mep bij verkoop voor je product betaald krijgt, maar in partjes, gedurende de levensduur. Reden waarom een bank als ABN AMRO zich verdiept in concepten waarbij medefinanciering komt van venture capitalists of crowdfunding. Hoe reken je in pay-per-use constructies af met je toeleveranciers? Een van de vele vragen die oem’ers op hun weg naar een circulair bedrijf moeten beantwoorden.

Potentieel profijtelijk

Ondertussen neemt de druk toe om die kant op te gaan. Het VN-Klimaatakkoord van Parijs en de gerechtelijke uitspraak in de Urgenda-zaak (ons land moet in 2030 honderd procent op duurzame energie zijn overgestapt) gaan tot aangescherpte wet- en regelgeving leiden. En bij bedrijven tot een bijstelling van hun strategie, nu al. Zie Shell, dat zijn kaarten schoorvoetend meer op wind c.q. windmolenparken zet. Uitdagend, maar potentieel ook zeer profijtelijk.

Nieuwe technologieën spelen een belangrijke rol. Neem 3D-printing, dat de mogelijkheden voor in-house of near-house produceren vergroot en lichtere constructies mogelijk maakt; winst in materiaalgebruik, distributie(kosten) en CO2-uitstoot. De oplopende druk zet tot creativiteit aan. Architect Thomas Rau betrok bij het bedenken van de dakconstructie voor nieuwbouw van Alliander in Duiven een ontwerper van achtbanen – want die weet als geen ander hoe constructies licht (makkelijk te demonteren) en toch veilig te maken.

McKinsey heeft berekend dat de circulaire economie voor bedrijven in de Europese Unie rond 2030 1.800 miljard euro extra in het laadje kan brengen, het dubbele van wat erbij komt als aan de lineaire economie wordt vastgehouden. TNO raamt de impuls voor ons land op 7,3 miljard per jaar en 54.000 extra banen.

 

Hulp

Een groeiend aantal kennisinstellingen, belangenorganisaties en onderzoeks-/adviesbureaus biedt hulp aan bij het circulair gaan. Om een materialenpaspoort te maken, een circle scan (inventariseren en monitoren van grondstof- en reststromen) uit te voeren, een nieuw eigendomsmodel te definiëren of het verdienmodel van een nieuw businessmodel uit te rekenen. Zo is met de circle business tool van  uit te rekenen welke oplossing aan het einde van de productlevensduur het meeste kan opbrengen. MVO Nederland en circulair ondernemen

 

Cashen wordt cascaderen

De IndustrieTOP Midden-Nederland van ING en VNO-NCW had dit voorjaar als thema ‘Van Smart Industry naar Smart Circularity’. Professor Jan Jonker (Radboud Universiteit) riep daar op niet alleen na te denken over slim produceren, maar ook over hoe dat op een circulaire manier kan. ‘Er is een nieuw circulair businessmodel nodig dat niet leidt tot afval, maar wel tot geld verdienen’, zei hij. En inzoomend op een dienst als product: ‘We gaan van cashen naar cascaderen.’ Met een wezenlijk andere rol voor de inkoper. Die moet, aldus Jonker, niet langer de hoeder van de laagste prijs zijn, maar iemand met wie je een vertrouwensband kunt opbouwen.

Radboud Universiteit is een onderzoek gestart naar de (nieuwe) businessmodellen voor de circulaire economie, met een enquête voor een zo breed mogelijk scala aan bedrijven en organisaties in Gelderland en Overijssel.

Share.

1 reactie

  1. Business modellen: een combinatie is ook mogelijk!

    3) de levensduur van spullen verlengen door onderhoud, reparatie of refurbishment, en 4) producten niet meer verkopen maar aanbieden als dienst. Van alle vier zijn er mooie praktijkvoorbeelden.

    Door spullen aan te bieden als dienst blijven wij verantwoordelijk voor de prestaties en zijn we er bij gebaat om de levensduur te optimaliseren 🙂

    https://www.bundles.nl/

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image