| Gek? |
|
Laatst had ik een discussie met iemand: of het woord ‘open’ in ‘open innovatie’ niet wat overdreven was. Het begrip roept nu bij mij het beeld op van een groep onderzoekers waarvan elk lid zijn ideeën de vrije loop laat, zodat anderen die van hen er onbevangen aan kunnen toevoegen en zo waarde kunnen creëren. Maar daar is in de praktijk van de life sciences – het thema van dit nummer – geen sprake van. Voordat iemand zijn mond opendoet, moeten de aanwezigen eerst de portemonnee trekken of ervoor tekenen dat de sprekers in spe minstens zoveel procent van de toekomstige winst opstrijken. Dan is de plaatselijke supermarkt ‘opener’, want die laat je tenminste eerst langs de schappen gaan alvorens je moet afrekenen. ‘Open’ innovatie is dus in feite niets meer dan innovatie door gewoon, op zakelijke basis, samen te werken. Het woordje ‘open’ is er aan toegevoegd door partijen die voorheen binnenbleven, met de deur op slot, om te proberen in hun eentje iets nieuws te bedenken. Het ontgrendelen van hun poort beleven ze nu als een revolutie. Over enige tijd zullen ze het vanzelfsprekende ervan inzien, net zo goed als de baas van die supermarkt zich er allang niet meer op voorstaat dat de klant zelf mag pakken. Zo is het in het hele leven, inzichten verbeteren, opvattingen veranderen. Wat Joran een paar jaar geleden in Nederland nog voor een gevangenis aanzag, ziet hij tegenwoordig als een luxe hotel. Rutte lag nog maar een jaar of wat terug onder vuur van een groot aantal Verdonk-adepten binnen de VVD, nu is hij zowat minister-president, en iedereen vindt het prachtig. De redactie dacht een half jaartje geleden nog veilig te kunnen beginnen met een serie ‘De balans opmaken’, over hoe de diverse industriële sectoren de crisis zijn doorgekomen, even later lijken ze er dankzij Griekenland nog middenin te zitten. Nu vond een paar weken geleden de Strategie Summit Industrie 2010 plaats, met alle captains of Dutch industry present. De pers werd in de uitnodiging geprikkeld met de mededeling dat de ‘top’ besloten was en de journalistiek pas bij de borrel mocht binnenkomen. Achteraf gezien een begrijpelijk zet van de organisatie, want één van de sprekers moest duidelijk een dwarszittend ei kwijt en daar kun je niet iedereen bijhebben. Vroeger, zo zei deze directeur van een subsidieschuivende organisatie – aldus betrouwbare bron –, werden de honderden miljoenen overheidssteun gewoon weggegeven aan de grootbedrijven. Maar dat werd op een gegeven moment niet meer als gepast ervaren, immers ook het mkb had recht op support. Dus werden een serie bemiddelende platforms en points bedacht, met bij de deuren bordjes met ‘mkb welkom’. Het gekke alleen is, zo sprak de directeur, er komen nauwelijks mkb’ers. En díe komen, zijn zo weer weg, zonder een greep te hebben gedaan in een van de potjes. Gek? Kom je daar als mkb’er binnen, in een zaal vol grootbedrijf-payrollers, bijeen om vrijuit te brainstormen over de zeer lange termijn. Valt er een diepe stilte als jij prijsgeeft vooral te focussen op de innovaties van vandaag en morgen, zo werd de spreker van verschillende kanten voorgehouden.Ook hier gaan inzichten verbeteren, opvattingen veranderen. Link maakt het graag zichtbaar. Martin van ZaalenHoofdredacteur Link Magazine |