Hoe cradle-to-cradle te verpakken?
Geplaatst op 17/12/2008 om 22:51
Vanaf 1990 heb ik getuige mogen zijn van de ontwikkelingen in de wereldwijde logistieke handling van apparatuur voor de halfgeleiderindustrie. Hoe nauwkeuriger de apparatuur, hoe schoner er gewerkt moest worden. Dit was voor ons een van de grondslagen om een stof- en spatwaterdicht sluitsysteem te ontwikkelen voor boxen die custom-made, herbruikbaar en cleanable zijn. Dit kon in deze sector de vervanger worden van de houten kist. De tijd is er rijp voor, aldus vertegenwoordigers van Capgemini en TNO dit voorjaar in het vakblad Logistiek. ‘De afgelopen decennia is er vooral geïnvesteerd in de voorwaartse logistieke keten. Cradle-to-cradle vraagt om een herontwerp van het logistieke proces, waarbij retourstromen definitief uit de schaduw komen van de voorwaartse stromen.’ De halfgeleiderindustrie werkt met installatieteams die bij de klant opbouwen. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van een retoursysteem. Een ‘postzegel’ en een instructie ‘hoe retour te sturen’ is dan voldoende. Verder heb je ook de bereidheid nodig van producenten en afnemers om producten met elkaar mee te geven. Voor een bedrijf uit deze sector hebben wij met ons sluitsysteem boxen gepresenteerd waarmee 71 m3 aan apparatuur veilig kan worden verstuurd en geplaatst; het systeem komt in een pakket van 12 m3 retour. Ook de normaal gesproken per installatie afgeschreven handlingtools zijn nu onderdeel van het retourpakket. Een calculatie samen met het bedrijf gaf als resultaat: een break-even van zes shipments, rekeninghoudend met onderhoud en alle logistieke kosten. Dit betekende voor het bedrijf met 24 shipments dat jaar, een reductie van 50.000 euro op de logistieke kosten. Mijn verbazing was dan ook groot toen het bedrijf na een half jaar met zijn beslissing kwam. De opslagkosten door onregelmatige verzendingen, niet-projectgebonden investeringen en logistieke organisatie waren de argumenten om het niet te doen. Diverse voorstellen om de investering in zes keer te delen, en de ontwikkelkosten zelf te dragen, waren onvoldoende om de klant op andere gedachten te brengen. Zelfs het argument dat er elk jaar weer een heel bos gekapt moet worden voor 1.700 m3 aan houten kisten om 24 shipments te realiseren, was niet doorslaggevend voor het bedrijf dat processen en apparatuur ontwikkelt voor een hoger rendement bij het opwekken van schone energie. Gelukkig werken we nu samen met bedrijven die wel de innovatiekracht hebben voor het laten slagen van het retourconcept. Kortom, cradle-to-cradle is een kwestie van het willen zien van de mogelijkheden.
 

Column: Hoofdredacteur Martin van Zaalen Link Magazine

Laatst had ik een discussie met iemand: of het woord ‘open’ in ‘open innovatie’ niet wat overdreven was. Het begrip roept nu bij mij het beeld op van een groep onderzoekers waarvan elk lid zijn ideeën de vrije loop laat, zodat anderen die van hen er onbevangen aan kunnen toevoegen en zo waarde kunnen creëren. Maar daar is in de praktijk van de life sciences – het thema van dit nummer – geen sprake van. Voordat iemand zijn mond opendoet, moeten de aanwezigen eerst de portemonnee trekken of ervoor tekenen dat de sprekers in spe minstens zoveel procent van de toekomstige winst opstrijken. Dan is de plaatselijke supermarkt ‘opener’, want die laat je tenminste eerst langs de schappen gaan alvorens je moet afrekenen.

‘Open’ innovatie is dus in feite niets meer dan innovatie door gewoon, op zakelijke basis, samen te werken. Het woordje ‘open’ is er aan toegevoegd door partijen die voorheen binnenbleven, met de deur op slot, om te proberen in hun eentje iets nieuws te bedenken. Het ontgrendelen van hun poort beleven ze nu als een revolutie. Over enige tijd zullen ze het vanzelfsprekende ervan inzien, net zo goed als de baas van die supermarkt zich er allang niet meer op voorstaat dat de klant zelf mag pakken.

Lees de hele column

Meer columns