Guustaaf Savenije en Ton Peijnenburg (VDL ETG): extreme eisen dwingen regio Eindhoven tot intensiever samenwerken

0

De regio Eindhoven en wijde omgeving is dé mondiale ontwikkelaar en bouwer van hoognauwkeurige productiemachines. De eisen van de klant worden echter steeds extremer. ‘Wij hebben als regio alle technologische competenties in huis om dé mondiale hub voor productiemiddelen te blijven. Maar dan moeten we in het ecosysteem wel beter, harder en meer gestructureerd samenwerken.’

THEMA  Simplexity: Van gemakkelijke complexiteit naar lastige eenvoud

  • Systeemleverancier kan steeds grotere uitdagingen niet meer alleen oplossen.
  • Pleidooi voor samenwerking in een ‘nieuw Natlab’ én een nieuwe mentaliteit.
  • ‘Geen jaloezie, maar respect voor en enthousiasme over waar de ander beter in is.’

Eén voor allen en allen voor één

‘Toeleveranciers uit deze regio zouden nog veel meer in kennis moeten investeren. Eén miljoen euro voor een nieuwe vijf-assige freesbank wordt relatief makkelijk uitgegeven. Maar een fractie van zulke bedragen stoppen in een medewerker die een deel van zijn tijd besteedt aan onderzoek bij een universiteit, dat gebeurt niet genoeg. Tuurlijk, die machine levert direct toegevoegde waarde en een investering in kennis rendeert pas op lange termijn. Maar over vijf of tien jaar zijn wel verbeterde producten en productietechnologieën nodig. Daarvoor moet er nú kennis ontwikkeld en opgebouwd worden.’

Pleidooi

Aldus Guustaaf Savenije, ceo van VDL ETG. Het industriële familiebedrijf VDL Groep is een van de grootste private investeerders in r&d – en is vertegenwoordigd in verschillende ‘informele structuren’ die als doel hebben de samenwerking in de regio Zuidoost-Brabant te verbeteren. Er moet echter méér gebeuren, vinden de twee. Ze pleiten voor intensivering van de regionale samenwerking tussen hightech toeleveranciers en kennisinstituten. ‘Aan het ontwikkelen van technologieën voor de productiesystemen van over vijf tot tien jaar. Want op dat gebied blinkt deze regio – en dan doel ik ook op Oost-Nederland en het Vlaamse en Duitse achterland – uit. Hier worden de beste, meest innovatieve productiemachines ter wereld gemaakt. Als we de ambitie hebben die positie te behouden, dan moet er nog intensiever samengewerkt en in kennis geïnvesteerd worden. De steeds complexere vraag van onze klanten in semicon, medische en analytische technologie en daarbuiten, kan alleen worden beantwoord door mensen en middelen samen te brengen’, aldus Savenije.

Extreme eisen

Die toenemende complexiteit zit ’m bijvoorbeeld in de steeds hogere eis aan reinheid, zegt Ton Peijnenburg, manager systems engineering bij VDL ETG. ‘Elke keer als de waferhandler in ASML’s chipproductiemachine een wafer in- en uitneemt, kunnen er vuildeeltjes van enkele tientallen nanometers op terechtkomen. Wil je dat voorkomen, dan moet je eerst weten wáár ze komen te liggen op die wafer met een diameter van 300 millimeter. Een zoektocht vergelijkbaar met die naar een euromunt in een gebied zo groot als heel Nederland. En eenmaal gevonden is de vraag: waar komen die vuildeeltjes vandaan? Mogelijk van de paar duizend metalen puntjes waar de wafer op heeft gelegen. Kun je die van een ander materiaal maken of is er een manier om ze kostenefficiënt af te ronden, zodat ze minder vuildeeltjes afscheiden? Om de contaminatie door de waferhandler verder te verlagen, werken we samen met ASML, universiteiten, TNO en inspectiespecialisten. Chipfabrieken willen naar een situatie met zo min mogelijk vuildeeltjes en ook grote apparatenbouwers gaan dergelijke extreme eisen steeds meer stellen. Daarom zou het optimaler zijn als we met zoveel mogelijk regionale hightech collega-toeleveranciers en kennisinstituten kunnen samenwerken om contamination control op een hoger niveau te krijgen.’

Philips-erfenis

Hetzelfde geldt, vult Savenije aan, voor thermal management: ‘Machines worden steeds complexer en compacter en tegelijk moeten de bewegende delen krachtiger aangedreven worden omdat ze sneller moeten zijn. Ze produceren meer warmte, wat echter geen impact mag hebben op de nauwkeurigheid van de daarvoor gevoelige machine. Extreme eisen die de systeemleverancier voor steeds grotere uitdagingen stelt, die hij niet meer alleen kan oplossen. Dat vraagt om een multidisciplinaire systeembenadering, om bundeling van kennis en kunde van een grote groep hightechbedrijven.’

Philips’ Natlab en CFT (Centrum voor Fabricage Technieken) zijn er niet meer en Philips is in een aantal oem’ers en een heel ecosysteem van toeleverende bedrijven uiteengevallen. Waardoor die gemeenschappelijkheid geleidelijk aan het verdwijnen is, constateert hij. ‘Begrijp me goed, die fragmentatie in veel kleine ondernemingen heeft positieve kanten, zoals veel dynamiek en flexibiliteit die je niet uit grote organisaties haalt. Maar de innovatiekracht van die kleine bedrijven is vaak niet groot. Voor langetermijn-productietechnologische innovatie hebben ze het geld niet. Het gaat de hightech in deze regio nog steeds goed – zeker in de huidige conjunctuur –, maar voor een antwoord op de vraag wat we over tien jaar gaan maken, voor de technology roadmap voor de regio, kunnen we niet langer terugvallen op die Philips-erfenis. Dat vraagt om een nieuw Natlab, om samenwerking in een nieuwe entiteit – én om een nieuwe mentaliteit.’

Elkaar nodig

Die mentaliteit ziet Savenije terug bij een aantal vooraanstaande managers van regionale spelers. Namen wil Savenije niet noemen, omdat hij er ‘dan altijd een aantal niet noemt’, maar wel een paar bedrijven: ‘Denk aan NTS, Frencken, KMWE, Prodrive en VDL natuurlijk. Daar lopen mensen rond die met het vizier naar buiten elkaar opzoeken. Vanuit een welbegrepen eigenbelang, maar ook om de ander beter te laten worden. Vanuit het besef dat we elkaar allemaal nodig hebben. Dat het juist zorgelijk is als een concurrerende hightech specialist in deze regio failliet zou gaan, omdat dan een belangrijke competentie uit het ecosysteem kan wegvallen.’ Vaak proefde hij een andere houding: ‘Ik heb eens in een voordracht voor industriële managers gevraagd of iedereen die alleen aanwezig was uit angst om iets te missen, en niet om iets te brengen, zou willen vertrekken. Natuurlijk wordt er dan alleen maar wat gegiecheld en ongemakkelijk op stoelen gedraaid. Maar met die mentaliteit komen we er niet. Wat we nodig hebben, zijn mensen die zich persoonlijk aan zo’n samenwerkingsverband willen committeren en daar zelf tijd in steken. Die intrinsiek gemotiveerd zijn om te delen en samen verder te komen. Om zo samen die buitenlandse klant binnen te halen. Gelukkig kom ik die mensen steeds vaker tegen.’

Mogelijke route

De entiteit die het meest nadrukkelijk ter sprake komt en ‘een van de mogelijke routes is naar een technology roadmap voor de regio’, is het High  Tech Systems Center (HTSC). Dat instituut van de TU Eindhoven (TU/e) brengt tal van wetenschappelijk disciplines samen en slaat de brug naar het bedrijfsleven. Daar hangt de metaforische plank aan de muur met halfrijpe ideeën en innovaties die vroeger in het Natlab en CFT hing. Maarten Steinbuch, wetenschappelijk directeur van HTSC, legde op die Natlab-plank ooit zijn ‘lerende’ regelsysteem voor de cd-speler, dat later van pas kwam in de waferstepper en de voorschakelaar van een spaarlamp, herinnert Peijnenburg zich. Hij is één dag in de week als fellow aan het HTSC verbonden is. Onder de quasi-serieuze voorwaarde dat hij dan wel ‘de overige vijf werkdagen van de week’ bij VDL ETG aan de slag is. Ook ASML, Philips en grotere toeleveranciers als Prodrive, SKF en Marel hebben er medewerkers rondlopen. ‘Nog geen kleinere toeleveranciers. Die vinden universitair onderzoek te duur en traag. Geld steken in een HTSC past nog niet altijd in hun mindset. Maar waarom niet bijdragen aan een promotieonderzoek waarvan ze het onderwerp kunnen meebepalen en dat bijdraagt aan technologieontwikkeling van de TU/e en van afstudeerders die ze graag in dienst nemen?’

Lange adem

Savenije en Peijnenburg realiseren zich dat het creëren van zo’n ‘ecosysteem-instituut’ voor het gezamenlijk ontwikkelen en volgen van een technology roadmap voor de lange termijn, lange adem vergt. ‘Het vraagt om het erkennen van elkaars sterktes. Geen jaloezie, maar juist respect voor en enthousiasme over waar de ander beter in is. Voor bijvoorbeeld de geweldige manier waarop John Blankendaal (directeur Brainport Industries, red.) en NTS-ceo Marc Hendrikse de Nederlandse industrie representeren in het buitenland en de politiek.’ Die altruïstische houding ontstaat niet vanzelf, niet tussen conculega’s in de industrie en evenmin tussen de universiteiten, weet Savenije. Toch, als die coöperatie ergens ter wereld van de grond kan komen is het in het Eindhovense, aldus de VDL ETG-ceo, die eerder voor ASML een paar jaar in Californië werkte. ‘In de VS zou dit veel moeilijker gaan.’ Peijnenburg: ‘In onze cultuur is het veel gebruikelijker elkaar aan te spreken op wat verkeerd gaat. Over vijf jaar kunnen ze in China wat wij nu kunnen. Deze regio heeft de technologische competenties en mentaliteit in huis om die voorsprong te behouden en dé mondiale hub voor productiemiddelen te blijven. Maar dan moeten we wel gaan samenwerken.’

The Engine

Aansluitend aan het interview met Link gaat Guustaaf Savenije naar een meeting over de opzet van ‘The Engine’, een initiatief van de TU/e om het gedachtegoed van regionale samenwerking aan langetermijnontwikkelingen ook in de universitaire wereld te organiseren. Hij en Maarten Steinbuch moeten daar de boegbeelden van worden. De volgende stap wordt gezet.

‘Fabriek van de Toekomst’, een andere mogelijke route

Naarmate oem’ers meer ontwikkeling en productie uitbesteden in de keten, neemt voor toeleveranciers de verantwoordelijkheid toe om productietechnologieën te verbeteren. In hun eentje kunnen ze dat moeilijk. Daarom startten ze in 2012 samen – onder de vleugels van Brainport Industries – CFT 2.0, genoemd naar het vroegere Centrum voor FabricageTechnieken van Philips. De CFT2.0-programma’s waren bestemd voor precompetitief onderzoek, bijvoorbeeld naar 3D-printtechnologie. Die programma’s zijn inmiddels opgegaan in het Brabantse Smart Industry-innovatieprogramma ‘Fabriek van de Toekomst’, met daarin de projecten:

  1. Fieldlab Flexible Manufacturing
  2. Fieldlab Smart Connected Supplier Network
  3. Fieldlab Multi Materiaal 3D
  4. AddFab – 3D metal printing
  5. TecLab & Brainport Industries College
  6. High Tech Software Cluster
  7. Advanced Manufacturing Logistics

De meeste hiervan zijn in uitvoering, een paar nog in ontwikkeling. De activiteiten binnen deze projecten krijgen volgend jaar een onderkomen op de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. De aanleg van die campus is inmiddels gestart. Brainport-directeur John Blankendaal verwacht dat de BIC in de loop van het voorjaar of de zomer van 2018 in gebruik kan worden genomen.

Share.

Reageer

CAPTCHA Image

Reload Image